Rakelings van Yolanda Entius

Yolanda Entius
Rakelings
Cossee | 2005, heruitgave 2012 | Meer informatie

Het verhaal

1RakelingsMaria Koenen leeft teruggetrokken en houdt er een strikte dagindeling op na. Totdat op een dag een man bij haar aanbelt, Mark. Zij weet niet dat hij haar halfbroer is en wat hij van haar wil, maar als hij haar dagelijks een bezoek brengt, begint ze verliefd op hem te worden. Ze spreken af op vrijdagavond in café Het Plantsoen. Daar gaat alles anders dan Maria had kunnen voorzien.
Diezelfde avond verliest Douwe zijn zoontje bij een busongeluk in de Alpen. Zijn verdriet verlamt hem, hij sluit zich op in huis. Maanden later valt zijn oog bij toeval op de achterkant van het krantenknipsel over het busongeluk. ‘Maria K. treft man met hamer in het plantsoen’, leest hij. Eindelijk komt Douwe in beweging. Hij gaat op zoek naar Maria K.
Rakelings
is een caleidoscopische roman over de grillen van het lot en de hardnekkigheid van mensen die zich niet klein laten krijgen.

Gespreksvragen

1
Toeval en noodlot spelen een grote rol in Rakelings. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar en tot zoiets als de ‘vrije wil’?
De ontmoeting tussen Douwe en Maria, zou u die als een toevallige omschrijven? Hoe realistisch is dat naar uw smaak?
Heeft u de wereld van Rakelings als een realistische of vooral een literaire ervaren?

2
Welke thema’s heeft naast die van het toeval en het noodlot in de roman ontdekt?

3
Rakelings wordt wel een caleidoscopische roman genoemd. Wat zou er gebeuren als de roman vanuit één alwetend perspectief zou worden verteld? Kun je de losse verhalen/hoofdstukken onafhankelijk van elkaar lezen en waarderen? Vindt u dat de de som méér is dan de delen?

4
In besprekingen wordt Maria een geestesgestoorde of krankzinnige genoemd. Bent u het eens met deze kwalificatie van Maria? Hoe gek is ze? Zou in u ook een Maria kunnen huizen?

5
Op een bepaald moment zegt Maria tegen boekhandelaar Arend dat God erbij halen ‘vals spelen’ is. Wat zou ze daarmee bedoelen en bent u het daarmee eens?

6
Het verhaal speelt zich af in deze tijd. Is Rakelings gebonden aan deze tijd, of zou het (min of meer) net zo goed in een andere tijd kunnen spelen?

7
Op de achterflap wordt gesproken over ‘de hardnekkigheid van mensen die zich niet klein laten krijgen’. Zijn de personages in Rakelings daadwerkelijk zo strijdbaar en spinnen ze daar garen bij?

8
De auteur is van origine actrice en filmmaker. Heeft invloeden daarvan teruggevonden in haar stijl.

9
Onlangs schreef Rob Schouten een artikel in Trouw over acteurs die zich aan de literatuur wagen. Over Het kabinet van de familie Staal, de jongste roman van Entius schreef hij: ‘Tekst is nooit een doel op zich, maar bouwsteen in het hele verhaal’, en: ‘je moet als lezer maar zien wat je er precies van vindt.’
Wat vindt u van zo’n uitspraak en acht u die van toepassing op Rakelings?

Bron: Cossee. Deze leesclubvragen staan in de jubileumeditie uit 2012 van Rakelings en zijn met toestemming van uitgeverij Cossee overgenomen.

Fragment

Proloog

Op vrijdagavond glijdt in de Italiaanse Alpen een bus van Suntour met piepende remmen het dal van Casteldelfino in. Het is noodweer. Voorbij de boomgrens is een deel van de weg afgezet met rood-wit lint. Er zitten kuilen in de weg. Na drie ernstige ongelukken en vele beloftes wordt het asfalt nu eindelijk gerepareerd. Behoedzaam manoeuvreert de chauffeur zijn bus langs het lint. De versmalde weg maakt een bocht om een afgehakte rots. Brokken steen liggen gevangen achter een net van staal. Als de bus de bocht uit komt slaan de hagelstenen tegen de ruiten. De wind beukt. Vanuit het niets ziet de chauffeur twee helwitte koplampen opduiken. Hij geeft een ruk aan het stuur. De jongens in de bus gillen als de bus door de vangrail schiet. Het zijn voetballers, jongens van acht, negen jaar oud. Ze zijn op weg naar een trainingsweek in Piemonte. Een van de jongens wordt de bus uit geslingerd. Hij valt te pletter in het ravijn en is op slag dood. Door omstandigheden duurt het een paar uur voor ze weten wie het jongetje is.
‘Autobus met voetballertjes verongelukt, één dode’ kopt het avondblad op pagina drie, en: ‘Identiteit slachtoffer nog onbekend’.

Diezelfde avond verlaat Maria K. om vijf over negen hotel-café Het Plantsoen, gelegen aan de Plesmanstraat in het randstedelijke D. Ze steekt de weg over en gaat op een bankje in het plantsoen tegenover het hotel zitten. Uit haar rugzak pakt ze een slaapzak. Ze rolt hem uit, gaat liggen en kijkt naar de sterren. Theo Z. zit zo’n honderdvijftig meter verder op een houten brug. Hij is net als Maria K. zijn huis kwijtgeraakt. Theo Z. wil gezelschap en een plek voor de nacht. Hij neemt een slok wodka en benadert de hem onbekende Maria K. Hij vraagt haar ten dans. Maria K. wil niet. Theo Z. dringt aan. In paniek grijpt Maria K. naar de klauwhamer in haar rugzak en slaat op hem in.
‘Gruwelijke hameraanslag in het Plesmanplantsoen’ meldt de krant op pagina vier.

De twee gebeurtenissen hebben niets met elkaar te maken, of het moet zijn dat ze zich voltrokken rond hetzelfde tijdstip en dat ze rug aan rug beschreven staan in het avondblad van D., want het toeval gaat zijn gang.
Als een dief in de nacht sluipt het noodlot achter ons aan. Onverschillig zet het zijn voet tussen de deur van ons huis en plant het zijn mes tussen onze schouderbladen; altijd onverwacht en altijd als we denken dat wij het zijn die onze gang bepalen.

Yolanda Entius | Rakelings | 2005 [2012] | Website Cossee | Website auteur
Share