De ijskoningin van Alice Hoffman

Alice Hoffman
De ijskoningin
Archipel, 2005

De auteur
Alice Hoffman in AmsterdamAlice Hoffman is op 16 maart 1952 geboren in New York en is op Long Island opgegroeid. Tijdens haar universitaire studie begon ze verhalen te publiceren waarna ze door een uitgever benaderd werd met de vraag of ze ook een roman had liggen. Die is ze vervolgens snel gaan schrijven – Hoffman was toen eenentwintig – en deze werd gepubliceerd onder de titel Property of. Hoewel De ijskoningin alweer haar achttiende roman is, is haar werk in Nederland (nog) niet erg bekend, uitgezonderd bij de trouwe kijker van Oprah Winfrey, die een eerder boek van Hoffman (Here on earth) ooit in haar televisieshow heeft uitgekozen voor haar Bookclub. Hoffmans romans zijn ook lang niet allemaal in het Nederlands vertaald. Haar werk is wel in meer dan twintig talen vertaald. Het boek Practical Magic is verfilmd met Sandra Bullock en Nicole Kidman in de hoofdrollen.

Inhoud
De ijskoninginDe ijskoningin vertelt het verhaal van een vrouw die op haar achtste in een boze bui haar moeder dood wenst en er vervolgens mee moet leren leven dat haar wens diezelfde avond uitkomt: haar moeder overlijdt bij een auto-ongeluk. Bang voor de kracht van haar woorden, sluit ze zich van de wereld af en wordt ze een ‘ijskoningin’. Ze raakt bedreven in het niets voelen en het niet meeleven met anderen. Ook van haar broer raakt ze verwijderd.
Als haar grootmoeder, die de zorg voor haar kleinkinderen op zich heeft genomen, overlijdt, is de vertelster inmiddels een vrouw van in de twintig. Ze is helemaal van slag door het overlijden van haar grootmoeder en haar broer komt orde op zaken stellen. Hij neemt zijn zus uiteindelijk mee naar zijn woonplaats in Florida. Onderweg wenst de vertelster dat ze getroffen zal worden door de bliksem, een wens die korte tijd daarna uitkomt. Ze overleeft de blikseminslag, die tegelijkertijd het begin inluidt van haar ‘ontdooiing’. Ze ontmoet Lazarus Jones, een man die net als zij een blikseminslag heeft overleefd. Hij is haar lichamelijke tegenpool, want alles wat hij aanraakt vliegt in brand of raakt oververhit. Voor het eerst wordt ze verliefd en ontdekt de liefde. Ze herstelt het contact met haar broer, die een verschrikkelijk geheim met zich meedraagt en leert weer van het leven te houden. Ze staat zichzelf na al die jaren ook toe de werkelijkheid, rond de dood van haar moeder, onder ogen te zien.

Structuur
De roman is geheel verteld vanuit het ikperspectief van de hoofdpersoon. Omdat zij zich probeert af te sluiten van haar gevoelens en de mensen om zich heen, komt ze in het begin wat onaangenaam kil over. Ze heeft echter ook een verrassende zelfkennis en erkent dat ze erg egoïstisch is/was. Doordat ze haar gevoelloosheid zo bewust doormaakt en dankzij de ontwikkelingen na de blikseminslag, leef je als lezer toch met haar mee en krijg je veel begrip voor haar.
Het boek is opgebouwd uit zeven hoofdstukken van ongeveer gelijke lengte, met titels als Nimbus, Vuurrood, Stratus, Reisgids en Schorpioen.
In het eerste en in mindere mate in het laatste hoofdstuk worden er grote tijdsprongen gemaakt, bijvoorbeeld: “Voor ik het wist waren er dertien jaren in de bibliotheek voorbij en toen vijftien” (p. 15). Daartussenin gaat de tijd minder snel en leven we meer van dag tot dag mee met de vertelster.
De gekozen ruimte heeft een versterkend effect. Zo woont de vertelster ten tijde van haar ‘ijstijd’ in het koude New Jersey en verhuist ze naar het hete, vochtige Florida waarna ze begint te ontdooien. De rustige omgeving van de bibliotheek waar ze werkt, versterkt haar saaie leven en afzijdige houding ten opzichte van de wereld.

Thematiek
In het boek speelt de chaostheorie een belangrijke rol. De broer van de ikverteller is wetenschapper en aanhanger van de chaostheorie. De theorie gaat uit van het idee dat één vlinderslag aan de andere kant van de wereld een golf van gebeurtenissen kan veroorzaken aan deze kant. De broer is hierdoor gefascineerd en wil graag de trek van duizenden koningsvlinders met eigen ogen zien. Gebaseerd op de chaostheorie gebeuren de dingen in het boek zonder reden. Ze gebeuren buiten de invloed van de personages om. Hoewel de personages zich schuldig voelen over wat hen overkomt, hebben ze er geen schuld aan. Op die manier proberen ze toch een soort van controle te krijgen op wat hen overkomt. Maar de gebeurtenissen lijken oncontroleerbaar.

Motieven en symbolen
Sprookjes vormen een belangrijk motief in het boek. De titel van het boek doet al aan een sprookje denken en in de openingsscène komt de liefde van de ikvertelster voor sprookjes al aan bod. Later als bibliothecaresse leest zij kinderen het liefst de grimmigere sprookjes voor. Zelfs haar broer die niets moest hebben van sprookjes, en ze haar niet graag voorlas, heeft een voorkeur ontwikkeld voor een specifiek sprookje – over de dokter die de dood tot tweemaal toe te slim af weet te zijn. De hoofdpersoon en haar grote liefde, Lazarus, hebben bovendien iets weg van sprookjesfiguren door de uitvergroting van bepaalde kenmerken.
Geheimen vormen een tweede motief. Bijna elk personage houdt wel iets achter voor een ander. Zo vertellen broer en zus elkaar niet wat hen bezighoudt in hun leven (grote liefde en ongeneeslijke ziekte), Lazarus wil geheim houden wat hij met zich meedraagt (op zijn rug en figuurlijk de verwisseling), de ikvertelster zoekt stiekem gegevens op op de bibliotheekarchiefkaarten, maar naar later blijkt weet haar collega dit allang.
Een derde motief sluit hierbij aan: de werkelijkheid blijkt steeds anders te zijn dan de personages (willen) zien. Er is sprake van een zekere blindheid voor bepaalde aspecten van de werkelijkheid. Dit motief wordt ondersteund met symbolen als de vleermuizen, de mollen in de tuin en de bijna blinde bibliothecaresse. Door dit niet willen zien van bepaalde aspecten van de werkelijkheid kunnen personages ook hun geheimen koesteren. De ikvertelster lijdt zo ongeveer aan de grootste blindheid van allen: zij durft pas decennia later onder ogen te zien dat haar moeder niet zomaar (als gevolg van haar wens) is verongelukt, maar dat zij zelf voor de dood heeft gekozen.
Een vierde motief is de hoofdpersoons (fascinatie voor) de dood. Als gevolg van haar moeders vroege dood is de ikvertelster haast geobsedeerd door de dood. Ze weet er veel van en adviseert een politie-agent over dit onderwerp. Ze is ook in eerste instantie in Lazarus geïnteresseerd omdat hij is opgestaan uit de dood; ze wil graag van hem weten hoe het was om dood te zijn. Daarnaast speelt de dood een rol in de sprookjes die ze voorleest en die haar broer leest, als haar grootmoeder op haar sterfbed ligt en als de kat mollen vangt. En op de meest indringende wijze speelt dit motief een rol als de dood zich aankondigt aan haar broer in de vorm van een agressieve en ongeneeslijke vorm van kanker.

Schrijfstijl
Hoffman schrijft in een lichte, toegankelijke stijl, maar ze schuwt de moeilijkere gedachten of dubbele lagen niet. Ze weet de spanning goed vast te houden door de personages bijvoorbeeld geheimen te laten hebben en daaromtrent telkens kleine tipjes van de sluier op te lichten. Ze maakt een enkele keer gebruik van metaforen, zoals de mol en de vleermuis voor blindheid, en van archetypen (ontleend aan het door haar bewonderde genre van het sprookje). Zo werkt ze de tegenstelling tussen de ikvertelster en Lazarus uit door hen tegengestelde eigenschappen te geven als gevolg van hun blikseminslag, ijs versus vuur. Ook schuwt Hoffman de herhaling niet, zo verhaalt ze regelmatig over de vochtige hitte in Florida, keert de angst van de ikvertelster voor vleermuizen, haar obsessie met de dood en de fascinatie van haar broer voor vlinders steeds terug, en worden er keer op keer mollen gevangen door de kat.

Discussietips

  • Welke scène is het meeste bijgebleven?
  • Welke ontwikkeling maakt de ikvertelster door, behalve dat ze ‘ontdooit’?
  • In hoeverre vind je de diverse personages geloofwaardig opgetekend?
  • Waarom wil de ikvertelster geloven dat haar wens de reden was dat haar moeder verongelukte?
  • De chaostheorie speelt een belangrijke rol in het boek. Vertel elkaar in hoeverre je wel of niet gelooft in deze theorie.
  • Begrijp je de keus die de ikvertelster aan het eind van het boek maakt als het gaat om de liefde? Licht dit toe.
  • Behalve over de dood gaat deze roman ook over de liefde. Beschrijf alle liefdesrelaties in het boek in hun diverse aspecten.
  • De ikvertelster is gefascineerd door de dood en ze komt uiteindelijk tot de conclusie dat de beste manier om dood te gaan is te leven. Hoe verklaar je haar fascinatie met de dood? En in hoeverre slaagt zij er zelf in om haar conclusie waar te maken?
Share