Anna, Hanna en Johanna van Marianne Fredriksson

Anna, Hanna en JohannaMarianne Fredriksson
Anna, Hanna en Johanna

De Geus, 1997 [oorspr. 1994]

DE SCHRIJFSTER
Marianne Fredriksson is in 1927 in Göteborg in Zweden geboren. Haar vader is scheepsbouwer en haar moeder huisvrouw. Omdat ze geen broers heeft, voedt haar vader haar als een jongen op. Voor haar moet alles mogelijk zijn, vindt hij. Hij brengt haar een grenzeloos zelfvertrouwen bij. Van hem heeft ze haar avontuurlijke aard die ze pas wat intoomt als ze haar dochters krijgt.
Na de middelbare school wil Fredriksson eigenlijk naar de kunstacademie. Maar omdat ze bang is dat ze met schilderen de kost niet zal kunnen verdienen, kiest ze voor de journalistiek. Ze begint als correspondent bij een Stockholmse krant. Vervolgens wordt ze scheepvaartverslaggeefster. Vijftien jaar lang is ze hoofdredacteur van een Zweeds Dagblad een van diverse tijdschriften over wonen, ouderschap en koken. Ze brengt het tot hoofd van het grootste uitgeversconcern van Zweden.
Op het hoogtepunt van haar carrière overlijdt haar moeder en gaan haar twee dochters het huis uit. Fredriksson raakt in een depressie en gaat in psychotherapie. Om uit deze persoonlijke crisis te komen, begint ze met het schrijven van een roman. Na het verschijnen van haar eerste boek geeft zij haar journalistieke werk op. Ze gaat zich helemaal aan het schrijven van boeken wijden. Inmiddels heeft ze elf boeken op haar naam staan, waarvan ze er één samen met haar dochter Ann heeft geschreven.
Ze krijgt een grote belangstelling voor mythologie en verwerkt motieven daaruit in haar boeken. Bovendien brengt de geboorte van haar oudste dochter haar tot het lezen van de bijbel. De universele ervaringen die ze daarin vindt, verwerkt ze in haar boeken. Maatschappelijk engagement, feminisme en psychoanalyse gaan hand in hand in Fredrikssons werk.
Anna, Hanna en Johanna is het eerst boek van Fredriksson dat in Nederland is verschenen, hoewel dit niet het boek is dat zij als eerste geschreven heeft. In 1980 verschijnt reeds Eva’s boek, in 1981 Kains boek en in 1983 Norea’s sprookje. In 1985 verschijnt Simon en de eiken, waarmee de schrijfster in Zweden pas echt doorbreekt. Met Anna, Hanna en Johanna verwerft Fredriksson ook internationale bekendheid. Dit boek verschijnt in 31 talen. In 1998 wint Fredriksson met Anna, Hanna en Johanna de Trouw Publieksprijs. Inmiddels is ook haar vierde boek, Simon, in Nederlandse vertaling verschenen. Dit boek is door Zweedse critici en literatoren gekozen in de top honderd van de beste boeken van de twintigste eeuw.

TITELVERKLARING
De titel luidt voluit Anna, Hanna en Johanna: over drie generaties vrouwen. Het boek gaat niet alleen over de levens van de drie hoofdpersonen, de kleindochter Anna, haar moeder Johanna en diens moeder Hanna. Maar ook leren we via deze drie generaties vrouwen terloops de geschiedenis van Zweden van de laatste honderd jaar kennen. We lezen hoe Noorwegen zich los probeert te maken van de Noors-Zweedse Unie. Hele families worden daardoor ineens elkaars vijand. De boerenbevolking trekt weg naar de grote steden waar langzaamaan de socialistische beweging ontstaat. Het neerschieten van premier Olaf Palme wordt vermeld. De schrijfster heeft al deze feiten in de context van de vrouwenlevens verweven.

KORTE INHOUD
Anna, de dochter en kleindochter in het boek, beseft na een bezoek aan haar demente moeder Johanna hoe weinig zij eigenlijk van haar weet. Dat brengt haar ertoe het spoor terug te volgen om zo te ontdekken waardoor de persoonlijkheden van haar grootmoeder, Hanna, haar moeder, Johanna, en haarzelf zijn gevormd. Haar grootmoeder, Hanna, was een boerendochter uit Dalfsland die op haar twaalfde op brute wijze is verkracht, maar later toch een gezin heeft gesticht met de molenaar John Broman. Haar dochter Johanna heeft altijd een bijzondere band met haar vader gehad. Zij groeit op in Göteborg, vindt daar werk en wordt actief binnen de socialistische beweging. Haar dochter, Anna, krijgt veel meer kansen in het leven dan haar moeder en grootmoeder. De dochters strijden heel wat af met hun moeders.

THEMATIEK
De schrijfster werkt in dit boek haar visie op het thema (vrouwelijke) identiteit uit. Zij verwoordt de mening dat de vrouw, ondanks de verworven gelijke rechten voor man en vrouw, terugvalt in de traditionele rol van nederige echtgenote. Bovendien wordt dit gedrag, meer dan vrouwen denken, bepaald door wat hun moeders hen leren.
Wat het lot van de dochter, de moeder en de grootmoeder in het verhaal met elkaar verbindt, is dat ze zich allen manoeuvreren in een ondergeschikte positie ten opzichte van de man. Dat patroon wordt van moeder op dochter doorgegeven. De drijvende kracht die de vrouwen verhindert zich te bevrijden, is de liefde. Fredriksson zegt in meerdere interviews: “de liefde is zowel de kracht als de zwakte van vrouwen.” Zo verzoent Anna zich weer met haar man, die vreemdgaat, omdat ze toch niet van hem loskomt. En Johanna vergeeft Arne dat hij haar heeft geslagen, omdat ze van hem houdt.
De boodschap die uit het verhaal spreekt wordt overigens door de schrijfster op de eerste twee pagina’s van het boek verwoordt.
Er is ook nog een meer algemene boodschap in al haar werk terug te vinden: `kijk in je binnenste, ga op zoek naar jezelf. Het is de enige manier om mens te zijn, om vrij te zijn’. Deze boodschap is vooral terug te vinden bij Anna, die op zoek gaat naar zichzelf en uiteindelijk die vrijheid vindt.

SYMBOLIEK
Een zijden sofa verbindt de levens van de drie vrouwen. Hanna krijgt deze bij haar huwelijk van haar man. Ze is er zo weg van dat het meubelstuk haar hele leven een ereplaats krijgt. Na Hanna’s dood komt hij bij Johanna terecht. Anna vindt de sofa later bij het opruimen van haar moeders spullen. Ze neemt het meubelstuk mee naar huis en ook zij geeft hem een opvallende plaats in haar huis. De sofa is het symbool voor de waarden van vroeger die van generatie op generatie worden doorgegeven. Een soortgelijke betekenis hebben de familiejuwelen, ook deze worden van moeder op dochter doorgegeven. Deze symbolen versterken het thema van het lot van vrouwen dat, door middel van overdracht en herhaling, verbonden is.
Een ander beeld dat symbolisch wordt gebruikt, is dat (op het einde van het derde deel; het intermezzo) over het kleine meisje dat zich verschuilt in een rots om zich te wapenen tegen verdriet en angst. Het kleine meisje staat voor Anna die zich terugtrekt in zichzelf om zich minder kwetsbaar te voelen tegenover haar man.

PERSONAGES EN STRUCTUUR
Het boek bestaat uit 5 delen die als volgt getiteld zijn:
*Anna inleiding
*Hanna geboren 1871, gestorven 1964
*Anna intermezzo
*Johanna geboren 1902, gestorven 1987
*Anna epiloog
De kleindochter Anna zet het hele verhaal als het ware in gang. In het eerste deel is zij het die veel vragen heeft over haar voormoeders nadat zij op bezoek is geweest bij haar demente moeder. Zij denkt na over haar grootmoeder; over de verschillen en overeenkomsten tussen haarzelf en deze vrouw. Dan wordt het verhaal van de grootmoeder verteld in het tweede deel. Hanna is een sterke vrouw die een zwaar en hard leven heeft geleid. Ze heeft een gesloten en teruggetrokken karakter en eigenlijk heeft ze alleen met haar `bastaardzoon’ Ragnar een emotionele band. Met haar andere kinderen en met haar man is het contact stug, ook met haar dochter Johanna.
In het derde deel keren we weer terug bij Anna, die in oude kerkboeken en andere informatiebronnen is gedoken om meer te weten te komen over het leven van Hanna. Tegelijkertijd wordt in dit deel meer over het leven van Anna zelf uit de doeken gedaan. Anna is een moderne, zelfstandige vrouw. Haar man verwijt haar dat zij koud en gevoelloos is en zich voor hem afsluit. Nadat zij ontdekt heeft dat hij haar ontrouw is geweest, kan zij hem niet meer vertrouwen, ook al verzoent zij zich wel weer met hem na een scheiding. Intussen is Anna de spullen van haar moeder aan het uitzoeken en als ze op diens boeken stuit, dringt het tot haar door dat ze op zoek is naar het geluid, naar de stem van haar moeder, Johanna.
Dan volgt het vierde deel waarin het leven van Johanna wordt beschreven. Johanna is een meegaande vrouw, die toch af en toe voor haar rechten op durft te komen. In haar leven speelt vriendschap een belangrijke rol, en zij is dan ook een warme, sociale vrouw.
Het vijfde deel is de afsluiting van het verhaal van de drie vrouwen. Anna heeft het levensverhaal van haar voormoeders op schrift gezet om het als boek uit te geven. Het spoor dat zij gevolgd heeft terug in het verleden, heeft haar begrip opgeleverd voor het heden. In dit laatste deel vindt zij rust. Figuurlijk heeft zij afgerekend met haar afkomst. Het boek dat zij daarover heeft geschreven is af. Haar grootmoeder en moeder zijn allebei overleden en het ouderlijk huis is leeggeruimd en verkocht. Daarmee is een periode afgesloten.
De structuur van het boek laat een verstrengeling zien van de levens van de drie generaties. De structuur sluit dan ook aan bij de inhoudelijke boodschap van het boek met betrekking tot de verbondenheid van het lot van de vrouwen.

PERSPECTIEF
Het perspectief is een wisselend personaal perspectief. Dat wil zeggen dat het verhaal verteld wordt vanuit het gezichtspunt van een van de personages en dat dit gezichtspunt wisselt. In het eerste deel ligt het perspectief zowel bij Johanna als bij Anna. In het tweede deel wordt het verhaal verteld vanuit Hanna. In het derde deel zien we alles vanuit Anna’s gezichtspunt. In het vierde deel kijken we door Johanna’s ogen en in het vijfde deel zijn we weer terug bij Anna. Het verhaal is in de derde persoonsvorm verteld, behalve het vierde deel. Daar is sprake van een ik-verteller.

SCHRIJFSTIJL
De stijl van Fredriksson kenmerkt zich met name door haar eenvoud en directheid. De schrijfster gebruikt weinig beelden of mooie formuleringen van diepzinnigheden. Het is een zeer realistische stijl die dicht bij de gebeurtenissen blijft. Slechts af en toe wordt de sobere verhaallijn afgewisseld met fragmenten die meer beschouwelijk van aard zijn, zoals in het volgende fragment:
Wat weet ik eigenlijk? Wat kun je weten over je ouders? Over je kinderen?
En waarom is dat zo belangrijk? Waarom voelt het als een tekortkoming dat ik iets niet meer weet en dat ik iets niet heb begrepen? Bij mij is het net een gat dat gedicht moet worden. Alsof ik geen jeugd heb gehad, er alleen een verhaal over heb gehoord, over wat er gebeurd en misschien niet gebeurd is.
Het waren goede vertellers. Vooral moeder, met haar vermogen om alles beeldend te maken.
Vergulde beelden?
(…) Precies op de grens van de slaap kreeg ze plotseling het idee dat ze een belangrijke ontdekking had gedaan. Misschien had ze zo weinig jeugdherinneringen omdat ze in een beschrijving had geleefd. Een verhaal waarin ze zichzelf nooit echt herkende.

DISCUSSIEPUNTEN
1. Vertel elkaar kort wat je van het boek vindt.
2. Voor welke van de drie vrouwen voel je de meeste sympathie en kun je ook uitleggen waarom?
3. Is er een verschuiving zichtbaar in familiewaarden binnen de drie generaties in het boek? Met andere woorden is er verschil in de waarden en normen, de regels en de omgangsvormen die gelden binnen het gezin en de familie?
4. In een interview met NRC Handelsblad zegt Fredriksson: “De vervreemding van de mens van het platteland heeft veel kwaad gedaan. Er bestaat geen grondslag meer voor de aloude rituelen van jeugd, huwelijk, moederschap, dood. De beschutting van de generaties bestaat niet meer. De vrouw staat op zichzelf. Verder van de man verwijderd dan ze ooit had durven denken.” Ben je het met deze bewering eens?
En komt deze mening ook duidelijk als boodschap uit het boek naar voren? Zo ja, op welke plaatsen.
5. In de media laait regelmatig de discussie op over de mantelzorg in de huidige samenleving. Kinderen nemen tegenwoordig zelden hun hulpbehoevende ouders in huis, terwijl dit vroeger een vanzelfsprekendheid was. Ook in het boek komt deze kwestie indirect ter sprake. Johanna haalt haar moeder op het eind van haar leven in huis. Anna neemt Johanna niet in huis, maar zij wordt in een verpleegtehuis verzorgd. Begrijp je de keuze van Anna om haar moeder niet thuis te verzorgen? Wat is je mening over de huidige situatie in de Nederlandse samenleving met betrekking tot de mantelzorg? Denk je dat het beeld (met betrekking tot de zorg voor oudere generaties) in alle culturele groeperingen in Nederland hetzelfde is, of zijn er verschillen tussen de diverse culturele bevolkingsgroepen?
6. Anna geeft een van haar notitieboeken een titel: “Anna, over schuld en dankbaarheid, en over het hebben van dochters”. Kun je uitleggen waarop schuld betrekking heeft? En waar slaat dankbaarheid op terug?
7. Een tiental pagina’s voor het einde van het derde deel (het intermezzo) heeft Anna haar woestijndromen. Welke betekenis hebben deze dromen? Een tiental pagina’s voor het einde van het vierde deel heeft Johanna eveneens steeds terugkerende dromen over haar vader. Welke betekenis kun je hieraan geven?
8. Welke passage uit het boek vind je mooi, ontroerend of tekenend voor het hele boek?

SUGGESTIES VOOR VERDERGAANDE ONTMOETINGEN
Lees Het boek van Dina van Herbjørg Wassmo dat ‘Een moderne vrouwenroman’ wordt genoemd.
Lees een boek van de Zweedse Selma Lagerlöf. Haar boeken verhalen over het leven in Zweden in vroegere tijden. Veel van haar werk is in het Nederlands vertaald en ook verfilmd.
Bekijk een film van Zwedens bekendste regisseur Ingmar Bergman. Deze regisseur behandelt ervaringen van vrouwen en de man-vrouwrelatie in zijn films.
Bekijk in een museum schilderijen van de Nederlandse landschap- en zeeschilder Allaert van Everdingen. Hij introduceerde na een reis naar Zweden (kort voor 1645) het woeste Zweedse berglandschap met watervallen en blokhutten in de Nederlandse schilderkunst. Dit vond navolging in het werk van de schilder Jacob van Ruisdael.
Lees uw (klein)kinderen, neefjes of nichtjes voor uit de kinderboeken van de Zweedse Astrid Lindgren.

GERAADPLEEGDE LITERATUUR
Austin, Liddie. Interview met Marianne Fredriksson ‘Liefde is zowel de kracht als de zwakte van vrouwen’ in: Opzij, mei 1998.
Boer, Adriaan de. ‘Maak er een jongen van’ in De Volkskrant, 30 oktober 1998.
Bresser, Jan Paul. ‘Het spoor van Anna’ in Elsevier, 28 februari 1998.
Bzzlletin 216/217, mei/juni 1994 over Scandinavische literatuur.
Devreese, Gert. ‘Anna, Hanna en Kassa’ in: De Standaard, 22 mei 1998.
Freriks, Kester. ‘Gedoemd tot de moederrol’ in: NRC Handelsblad, 6 maart 1998.
Leeuwen, Astrid van. Interview met Marianne Fredriksson ‘Hoe zou de wereld eruit zien als vrouwen ophielden lief te hebben?’ in: Libelle 14, 1998.

Share