De een zijn dood van J. Bernlef

Share

HofreisSchiet toch op, man!

Bernlef (1937-2012) behoort voor mij tot de mythische namen van de Nederlandse literatuur. In de zestiger jaren debuteerde hij al en hij bleef publiceren tot kort voor zijn dood. Ik maakte kennis met zijn werk via de kleine roman ‘Sneeuw’ (1973), een intieme vertelling over een man die het verlies van zijn vrouw probeert te verwerken. De meeste lezers kennen Bernlef van ‘Hersenschimmen’ (1984). In 1994 viel de P.C.Hooftprijs hem al toe. In 2011 verscheen ‘De een zijn dood’.

Francien Vos heeft ruim twee ton geërfd van haar oom Roderick. Maar voor zij het bedrag kan incasseren, moet voormalig rechercheur Wim Terlinde haar eerst zien op te sporen. Hij werkt voor Erf en Recht, een bureau dat zich bezig houdt met zulke kwesties.
Roderick was drukker en verzorgde voor schrijvers boeken die zij in eigen beheer uit wilden geven. Dat levert zo nu en dan een mooie sneer op naar al die schrijvers die ons land kent.
Terlinde komt tijdens zijn speurtocht bij één van die schrijvers terecht, Sofie de Winter. Sofie wil niks met Roderick te maken hebben, hij heeft haar misbruikt en als iemand die erfenis toekomt, is zij het wel, vindt ze.
Terlindes speurtocht gaat verder. Via Zweden, waar hij Franciens ex-vriend treft, komt hij uiteindelijk in Schotland terecht.

Laag tempo
Bernlef koos voor vier vertellers. Als eerste meet hij Terlinde ruim negentig pagina’s toe. Daarna krijgt Sofie er ongeveer vijftig, dan Francien twintig en tot slot is er nog een staartje van ruim twintig bladzijdes waarin Dave Goff, een Schotse politieman, het woord doet.
Afgemeten aan het aantal bladzijdes zou je zeggen dat Bernlef Terlinde als zijn belangrijkste personage ziet. Jammer is het dat deze speurneus een grijze muis is waar mijn lezershart niet sneller van gaat kloppen. Dit deel heeft een laag tempo, de zoektocht duurt en duurt maar. Schiet toch op, man, heb ik regelmatig gedacht. Als er eindelijk iets dramatisch gebeurt, en dan zijn we al bijna aan het einde van het boek, ben je zo goed als ingedut. Wel mooi is dat Terlinde over de schreef gaat.
In de volgende twee delen maken we nader kennis met Sofie en Francien. Terlinde heeft hun al veel gras voor de voeten weggemaaid en er treedt veel herhaling op. De twee jonge vrouwen hebben een zelfde geschiedenis van incest en zijn op zoek naar hun identiteit, een gegeven dat Bernlef mooi uitwerkt.
Het laatste deel vanuit het perspectief van Dave Goff is een nodeloze toevoeging waarmee Bernlef het verhaal dichtplamuurt. Als je het boek uit hebt, heb je het ook uit. Alle vragen zijn beantwoord.

Intrigerend verhaal
Bernlef heeft een mooi verhaal in handen, maar hij legt het zwaartepunt bij een verteller die er eigenlijk niet toe doet. De roman was veel sterker geweest als hij het alleen vanuit het perspectief van Francien en Sofie had verteld.
Minpunt is ook dat vooral de eerste drie stemmen moeilijk van elkaar zijn te onderscheiden. Ze hebben eenzelfde vocabulaire, wat nogal ongeloofwaardig is. Zo hebben Terlinde en Sofie allebei een ‘missie’, spreken ze allebei over een ‘loc’ en een ‘kopstation’ en komen ‘geblokte’ pantoffels bij drie verschillende vertellers voor. Ook is het taalgebruik hier en daar teleurstellend onhandig. Het lijkt me bijvoorbeeld onmogelijk om een trap ‘af te sloffen’.
Hoe een groot schrijver een intrigerend verhaal om zeep brengt.

J. Bernlef | De een zijn dood | Querido | januari 2011 | 203 pagina’s

Share