De handelaar in verledens van José Eduardo Agualusa

José Eduardo Agualusa
De handelaar in verledens
Meulenhoff, 2007 (vert. Harrie Lemmens)
ISBN 9789029080347, € 12,90

 

Een slow read, het tegendeel van een pageturner, zo zou je De handelaar in verledens kunnen typeren. José Eduardo Agualusa heeft deze roman met aandacht voor taalgebruik, originaliteit en structuur geschreven. Het eerste dat in het oog springt, is het gekozen perspectief, dat bij een gekko ligt. Deze hagedisachtige glijdt over de muren van het huis van hoofdpersoon Félix Ventura en zorgt zo voor een zeer bruikbare fly on the wall blik. De ongebruikelijkheid van dit perspectief doet de lezer niet terugdeinzen, want Agualusa’s taalgebruik maakt het vanzelfsprekend. Net als het gegeven dat de gekko in een vorig leven een mens was en dromen heeft waarin hij de gedaante van een mens heeft. Door deze keuzes vermoed je in eerste instantie met een magisch-realistisch verhaal te maken te hebben, maar het ontpopt zich gaandeweg steeds meer als een politieke thriller en moordmysterie.
Agualusa (1960) heeft niet veel pagina’s nodig voor het vertellen van zijn veelomvattende verhaal, dat zich afspeelt in Angola, waar hij zelf als zoon van Portugese ouders is geboren en opgegroeid. De geschiedenis van dit Afrikaanse land, dat pas in 1975 onafhankelijk werd na bijna 15 jaar van burgeroorlog, speelt op een onnadrukkelijke wijze een rol. De hoofdfiguur Félix Ventura zou zijn beroep niet hebben kunnen uitoefenen zonder die geschiedenis. Hij is namelijk bedenker van nieuwe verledens voor met name politici en andere bekleders van openbare functies. Félix’ klanten willen de smetten uit hun eigen verleden wegpoetsen door een nieuw levensverhaal te kopen, soms compleet met nieuwe identiteitspapieren. Voorheen was Félix handelaar in boeken, nu schrijft hij ze zelf vaak voor zijn klanten, als handelaar in verledens.
De gekko introduceert de klant voor wie Félix de nieuwe identiteit José Buchmann schept, als een excentrieke vreemdeling. Hij wordt een vaste bezoeker van Félix’ huis, dat de voornaamste plaats van handeling is. Het enige dat van hem bekend is, is dat hij oorlogsfotograaf is geweest en zich een Angolees voelt terwijl hij blank is. Félix verzint een verleden voor hem dat hem bijzonder goed zint. Hij doet vervolgens ook nog enorm zijn best om zijn fictieve verleden tot waarheid te maken, door bewijzen te verzamelen van zijn afkomst. Het is voor hem belangrijk dat Félix er in gaat geloven want dan kan hij er ook in geloven. Maar voordat het zover komt, halen de gebeurtenissen in het heden het verleden in en wordt de fictie zodoende achterhaald door de werkelijkheid.
Daarmee hebben we meteen de thematiek van deze roman te pakken: de grens tussen leugen en waarheid. Op pagina 84 zegt een van de personages: “De leugen is overal. De natuur zelf liegt. Wat is camouflage bijvoorbeeld anders dan een leugen?”. Daarop volgt als antwoord (een citaat van Ricardo Reis): “Ik verafschuw de leugen omdat ze onnauwkeurig is” en het weerwoord: “Ook de waarheid is gewoonlijk ambigu. Als ze nauwkeurig was, zou ze niet menselijk zijn. (…) Er bestaan tientallen beroepen waarin kunnen liegen een deugd is. (…) Noemt u mij één beroep, eentje maar, dat nooit teruggrijpt op een leugen en waarin iemand die uitsluitend de waarheid zegt daadwerkelijk wordt gewaardeerd.” Agualusa neemt zijn lezer – uiteraard binnen de context van zijn fictieve verhaal – voortdurend mee over de grens tussen werkelijkheid en verzinsel. In het verhaal laat hij Félix niet voor niets het boek van Nicholas Shakespeare over de schrijver Bruce Chatwin lezen waarin Shakespeare beweert dat Chatwin iemand was die zijn eigen leven heeft verzonnen, er in geloofde, waarna zijn lezers er ook in zijn gaan geloven. Iedereen doet dat in zekere mate, beweert Agualusa in een interview met het webzine Words Without Borders: “We weten ook bijna niets over onze verledens. Wat we ons herinneren is vaak vals”.
Dit voorbeeld van literaire intertekstualiteit is niet het enige. Zonder dat het een metaverhaal wordt dat van literaire verwijzingen aan elkaar hangt, noemt Agualusa op een lichtvoetige wijze met enige regelmaat auteurs van wereldformaat, zoals Eça de Queiroz, J.M. Coetzee en Montaigne. Het motto is van Jorge Luís Borges waarvan de eerste zin is: “Als ik opnieuw moest worden geboren, zou ik iets totaal anders kiezen”. Opnieuw geboren is de verteller van de roman. Hij werd herboren als een gekko waar hij in zijn vorige leven nog een man was met veel vrouwen en een liefde voor oude woorden. In het bovengenoemde interview zegt de auteur dan ook dat hij het boek heeft geschreven om Borges te eren: “de gekko is een reïncarnatie van Borges – al zijn herinneringen zijn gerelateerd aan gebeurtenissen in Borges’ leven”. Deze intertekstuele verwijzingen geven de roman een extra dimensie.
Van een roman waarin de vervaging tussen realiteit en fantasie centraal staat en bovendien de intertekstuele verwijzingen rijkelijk aanwezig zijn, verwacht je als lezer al snel een experimentele, misschien ietwat onleesbare, weinig plotgedreven exercitie. Niets van dat alles geldt voor De handelaar in verledens. In verhalend opzicht is het ook een sterke roman. Naast José Buchmann worden nog twee personages geïntroduceerd: Ângela Lúcia, de vriendin van Félix en de zwerver Edmundo Barata dos Reis. Beide personages blijken tijdens de climax van het verhaal een belangrijk verleden te hebben dat verband houdt met dat van José Buchmann. De roman kenmerkt zich bovendien door een zorgvuldige schrijfstijl en beeldende taal en is dan ook terecht bekroond met de Independent Foreign Fiction Prize 2007.

 

Gespreksvragen
Het perspectief van een gekko is ongebruikelijk. Hoe vindt u deze keuze van de auteur?
In hoeverre denkt u dat een (nieuw) verzonnen verleden invloed kan hebben op de toekomst?
In de roman lopen fantasie en werkelijkheid regelmatig in elkaar over. Waren de grenzen tussen de twee nog enigszins duidelijk voor u? Hoe heeft u het ervaren?
In hoeverre vindt u de personages geloofwaardige karakters?
Hoe denkt u over de stelling dat herinneringen altijd voor een deel vals zijn?
Wat voegt het laatste hoofdstuk, waarin Félix verteller is, volgens u toe aan het verhaal? Had het ook achterwege kunnen blijven? Waarom (niet)?
Welke zinnen of gedachten uit de roman spreken u aan en waarom?
Hoe belangrijk is het voor het verhaal dat het in Angola speelt?
In de Engelse vertaling heeft het boek de titel The Book of Chameleons (Het boek der Kameleons) gekregen. Waar zou die titel naar verwijzen, denkt u?
Gemaakt op 26 oktober 2007
Share