De laatste gasten van Mensje van Keulen

‘Alles raakt alles aan’

De laatste gastenMensje van Keulen
De laatste gasten
Atlas, 2007

Op het omslag van Mensje van Keulens nieuwste roman, De laatste gasten, zien we een schaaltje met een half geschilde peer en daarnaast een mes. De schil zweeft op een onwerkelijke wijze boven de peer, het schaaltje staat raar gekanteld en het mes lijkt bijna van de tafel te vallen. Alles op het omslag lijkt uit evenwicht. Zo ook in de roman zelf. Mensje van Keulen laat zien dat de waarheid omgekeerd kan worden en dat dat dan ook een waarheid is, zoals een van de personages zegt.

Van Keulen publiceerde in haar 35 jaar durende schrijverschap talloze jeugdboeken, verhalenbundels en romans. Deze nieuwste roman laat ze afspelen in een pension voor kunstenaars, die daar lijken te verblijven om aan hun mislukkingen te ontsnappen, in plaats van kunst te maken. Het hoofdpersonage, Florrie, komt daar te werken als een inwonende hulp in de bediening, na de dood van haar wrede tante. De schrijfster lijkt voor de beschrijving van het pension en de gasten geput te hebben uit haar eigen ervaringen in een soortgelijk pension. In haar dagboek Alle dagen laat schrijft ze over De Pauwhof in Wassenaar waar ze in mei 1976 verbleef.

Florrie leert de gasten van het pension kennen en binnen korte tijd wordt duidelijk dat niet iedereen is wie hij of zij lijkt te zijn. De directrice Alice Müller neemt Florrie onder haar hoede en is erg aardig voor haar, maar ze blijkt het niet zo nauw te nemen met de regels van het pension. Dan is er de kunstschilder Faan Fagel die zich nogal opdringerig gaat gedragen naar Florrie. De kunsthistoricus Emile Waterman zegt veel te weten van kunst en ieder weekend naar zijn vrouw in Engeland te gaan. De dweepzieke Claudia Tutein wil een biografie over haar overleden echtgenoot schrijven, een beeldhouwer en dwerg. Dan is er nog de lichtelijk neurotische Daphne Glasz die voor een uitgever blijkt te werken in plaats van een proefschrift te schrijven. Tot slot verblijven ook de musicoloog Herman Peski en het vreemde, gepensioneerde echtpaar Stalpert in pension D’Meihof. De gasten lunchen en dineren elke doordeweekse dag gezamenlijk. Het is Florries taak om voor het opdienen van het eten te zorgen zodat zij getuige is van de gesprekken die de gasten met elkaar voeren.

Op knappe wijze bouwt Van Keulen de spanning in het verhaal op. Vanaf het moment dat Florrie verneemt dat de directrice met de regels ‘rommelt’ begint het te gissen van de geheimen. In haar mooie stijl toont Van Keulen het spel van zijn en schijn. Er gebeuren een paar vreemde dingen waarop verdachtmakingen en verraad volgen. Dit alles resulteert uiteindelijk in het vertrek van de gasten en het sluiten van het pension. Tot op de laatste pagina weet de schrijfster alles aan het wankelen te brengen. Het verhaal blijkt bij herlezing knap gestructureerd – want ‘alles raakt alles aan’ (p.76) – terwijl het op het eerste gezicht heel eenvoudig lijkt. Het bevat scherpe observaties en wordt verrijkt met bespiegelingen en uitspraken van filosofische aard, die met name van Herman Peski komen. Een voorbeeld is zijn opmerking ‘dat je de status van bestaan alleen geeft aan iets waar woorden voor zijn’. Deze en andere doordenkertjes doen niets af aan de leesbaarheid van het verhaal dat vlot en prachtig is geschreven. Ze dragen alleen bij aan de paradoxale geraffineerde eenvoud van De laatste gasten.

Mensje van Keulen, De laatste gasten. Atlas, 2007. ISBN 978 90 450 1229 2. € 18,50

Share