De literaire kring van Marjolijn Februari

De literaire kring
Marjolijn Februari

Prometheus, 2007

De schrijfster Marjolijn Februari heeft haar boek De literaire kring opgebouwd als een gezellig verhaal waarin de auteur halverwege het boek iets strenger tegen de lezer begint te worden en aan het eind is het boek dan ook niet meer zo gezellig. Februari heeft duidelijk meer dan alleen een leuk verhaal willen vertellen. Als ethica, juriste en columniste van de Volkskrant kennen we haar van haar pittige meningen over allerlei (maatschappelijke) kwesties. En in een radio-interview met Mieke Spaans van Desmet Live zegt Februari over haar boek: “Als je een pamflet wilt schrijven en je iets wilt zeggen, moet je eerst zorgen dat mensen verleid worden om binnen te komen, dus moet je taarten voor ze bakken […] en dat heb ik ook gedaan dus dat zuigt je wel naar binnen…”.

De literaire kring is dan ook een lekker leesboek, luchtig geschreven met een serieus onderwerp. Uitgangspunt is een waargebeurd glycerineschandaal in de jaren ’90 waarbij 80 Haïtiaanse kinderen overleden door een vergiftigd bestanddeel in een hoestdrank, dat was geleverd door een Nederlands bedrijf. In vijf delen beschrijft Februari het leven in een dorp waar zo’n schandaal zich jaren geleden afspeelde. De spanning wordt in het verhaal gebracht met de komst van schrijfster Ruth Ackermann, dochter van de verantwoordelijke directeur van het bedrijf dat de glycerine leverde. Zij heeft veel succes met haar roman De zomer van de linnen schoenen waarin ze de geschiedenis van haar psychose beschrijft, en de plaatselijke boekhandelaar probeert haar te strikken voor een lezing in haar geboortedorp.

Een van de hoofdpersonen is Teresa Pelikaan, een oud-klasgenote van Ruth. Zij is de dochter van Randolf Pelikaan, de oprichter van de literaire kring, waar de notabelen van het dorp lid van zijn, voornamelijk vanwege het sociale netwerk. Teresa’s man John is sinds kort ook lid van de kring. In de kring worden serieuze literaire werken gelezen en besproken en de vraag dringt zich op of ze het chicklit-achtige boek van hun vroegere dorpsgenote Ruth Ackermann wel of niet moeten gaan lezen. Het is wat vreemd dat het kennelijk veel weerstand oproept. Teresa’s oud-klasgenoot Victor, die als journalist werkzaam is, duikt ook plotseling op in het dorp en vertelt Teresa over het glycerineschandaal. En langzaam worden andere relaties duidelijk.

Februari roept de vraag op hoe cultuur en beschaving met elkaar samenhangen. Hangen ze eigenlijk wel samen? De leeskringleden pretenderen beschaafde mensen te zijn. Randolf Pelikaans vaste overtuiging is “vroeg of laat wordt ieder mens met verantwoordelijkheidsgevoel lid van een literaire kring” (p. 16). Juist deze opvatting krijgt later in het verhaal een enorme (en wrange) lading.

Februari weet Teresa en enkele andere personages, zoals de vrijgezelle huisvriend Lucius, op een onderhoudende wijze en geloofwaardig neer te zetten. Ze schrijft haar verhaal met veel ironie en humor en wisselt dit af met filosofische gedachten over verantwoordelijkheid, schuld(gevoel) en onverschilligheid. Eerder publiceerde Februari al enkele boeken, maar dit is haar eerste klassieke roman. Het werd onverwacht maar terecht een bestseller in de boekenweek.

Verder lezen
Pam, Max. ‘De taxichauffeur en The Philosophy of Clothes’ in HP/De tijd 23.03.07
Ruyters, Jann. ‘Wél een netwerk, maar geen principes’ in Trouw 24.03.07
Serdijn, Daniëlle. ‘Macht die zich aan het oog onttrekt’ in de Volkskrant 09.03.07
Steinz, Pieter. ‘De wet, die ben je zelf’ in NRC Handelsblad 16.03.07

Share