De zee van John Banville

De zee.jpg

John Banville
De zee
Atlas, 2006 [vertaling van The Sea, 2005]

De Ier John Banville won in 2005 de Man Booker Prize met de roman De zee. De jury verraste daarmee velen en noemde de roman een meesterlijke studie van droefheid, herinnering en liefde. Banville liet daarmee bekende auteurs als Julian Barnes en Kazuo Ishiguro achter zich, net als de niet eens genomineerde Ian McEwan, Salman Rushdie en J.M. Coetzee.

De zee is niet echt een doorsnee roman, er zit geen sterk verhalend plot in, maar het is meer een voortkabbelende mijmering die een sterke sfeer oproept. Het vertelt het verhaal van de kunsthistoricus Max Morden, die na het overlijden van zijn vrouw Anna terugkeert naar een badplaats waar hij in zijn jeugdjaren kwam. Met name één zomer herinnert hij zich goed, de zomer waarin de familie Grace neerstreek in een van de vakantiehuisjes. Als jonge jongen was Max bijzonder gefascineerd door dit gezin, met name door moeder Connie en later dochter Chloe. Het is een heel ander gezin dan dat waar hij zelf uit voort komt, en de wereldse elegantie boeit hem zeer. Pas later in het verhaal blijkt dat zich een drama heeft afgespeeld tijdens die zomer waar Max’ gedachten telkens naar afdwalen.

Weduwnaar Max heeft zich een jaar na Anna’s dood in de badplaats van zijn jeugd gesetteld in het pension van Miss Vavasour. Later blijkt ook bij haar een link naar het verleden te liggen. Max blikt tijdens zijn verblijf daar niet alleen terug naar de zomer met de familie Grace, maar ook naar zijn leven met Anna en de laatste fase voor haar dood. Zijn blik kenmerkt zich door droefheid, die Banville dankzij vaardig vakmanschap weet te laten overslaan op de lezer. Tegelijkertijd brengt Banville een ode aan de liefde. Hij brengt op minutieuze, indringende wijze de verwerking van Max’ verlies onder woorden.

Een grote rol is weggelegd voor de zee, niet verwonderlijk met zo’n titel. De zee heeft de functie van troost. Op het moment dat Anna sterft, staat Max op het bordes van het verpleeghuis en denkt terug aan het moment, tijdens de zomervakantie met de familie Grace, dat hij tot zijn middel in het heldere water van de zee staat:

“Terwijl ik daar stond zwol de zee plotseling op, nee, niet plotseling, maar in een soort machtige deining, het was geen golf, maar een soepel voortglijdende watervloed die afkomstig leek uit de diepten, alsof daar beneden iets enorms bewogen had, en ik werd eventjes opgetild, een klein stukje meegevoerd in de richting van de kust en toen weer op mijn voeten gezet, alsof er niets gebeurd was. En er was niets gebeurd, een gedenkwaardig niets, de grote wereld had alleen weer eens zijn onverschillige schouders opgehaald”.

Als een verpleegster hem vervolgens komt halen, loopt hij achter haar aan terwijl hij ondertussen het gevoel heeft dat hij de zee in loopt. De zee die hem omarmt en tegelijkertijd doet beseffen dat de cyclus van het leven onherroepelijk is, dat de wereld niet verandert door een golfslag, of het heengaan van Anna.

De zee bevat meerdere geheimen, die veelal voortkomen uit het onvermogen om met elkaar te communiceren. Zo mag Max van Anna niemand iets vertellen over haar kanker, omdat zij het onsmakelijk vindt. Het kindermeisje van de familie Grace, Rose, heeft haar eigen geheim: de jonge Max denkt ontdekt te hebben dat zij verliefd is op vader Grace, maar later begrijpt hij dat haar verliefdheid op een ander was gericht. Voor zijn dochter Claire houdt Max ook veel zaken achter, mede dankzij de slechte verstandhouding die ze hebben. En de identiteit van miss Vavasour, van het pension waar Max verblijft, wordt pas op de laatste pagina’s aan de lezer onthuld. Dan is er nog de zwijgzaamheid van Myles, een van de kinderen Grace, de tweelingbroer van Chloe.

Banville schrijft over grote thema’s als liefde, dood, rouw en identiteit. Hij doet dat met een onderkoelde toon, in een rijke taal. Hij beschouwt zichzelf niet als een romanschrijver. In een interview met Floris van Straaten van NRC Handelsblad zegt Banville daarover: “Een vriend van me zegt dat je verzen hebt, proza en poëzie. Poëzie kun je zowel in verzen als in proza hebben. Ik streef er naar mijn proza zo te maken dat het poëzie wordt. Veel recensenten zien dat niet. Ze beschouwen mijn boeken als mislukte pogingen om romans te schrijven”. Banville ziet het dan ook als zijn taak om mensen te verrukken met zijn boeken, om ze te laten zien hoe prachtig de dingen kunnen zijn. Je moet zijn boeken dan ook niet lezen om meegesleept te worden in een spannend verhaal. Je moet bereid zijn om, zoals Michaël Zeeman het in zijn recensie in de Volkskrant noemt `woorden te proeven’.

Verder lezen
Zeeman, Michael. ‘De zee als trooster’ in de Volkskrant, 2 september 2005.
Forceville, Charles. ‘Een belofte van geluk’ in Trouw, 8 april 2006.
Straaten, Floris van. ‘We blijven angstig en verlegen’, interview in NRC Handelsblad, 24 maart 2006.

Share