Disgrace (In ongenade) van J.M. Coetzee

Disgrace (In ongenade)J.M. Coetzee
Disgrace (In ongenade)

Disgrace is een heel verontrustend boek, maar erg mooi. Het is geschreven in eenvoudige en begrijpelijke taal, maar hetgeen beschreven wordt met die taal is juist heel complex en onbegrijpelijk. Het is de hedendaagse Zuid-Afrikaanse werkelijkheid die met name zo verontrustend is.
De hoofdpersonen Lucy en haar vader David vertegenwoordigen beiden een andere generatie, zoals David het zelf verwoordt:

Between Lucy’s generation and mine a curtain seems te have fallen. I didn’t even notice when it fell.

Zij gaan elk op een geheel eigen manier met de veranderingen in het hedendaagse Zuid-Afrika om. Als zij aangevallen worden door drie donkere mannen, waarbij zij niet alleen bestolen worden maar ook mishandeld en misbruikt, reageren zij daar allebei anders op. David kan niet berusten en wil dat gerechtigheid zijn werk doet, terwijl Lucy juist wel berust in de situatie (en er tegelijkertijd ook onder lijdt). Als zij zwanger blijkt te zijn, wil ze zelfs het kind houden en ze is ook bereid om het met de zwager van een van de daders op een akkoordje te gooien in ruil voor bescherming. Zij lijkt de mening te hebben dat zij moet boeten voor alles wat haar blanke voorouders ooit fout hebben gedaan. Lucy denkt over de grenzen van haar eigen individu en tijd heen, terwijl David een individualist is en geen deel van een grotere geschiedenis (hetgeen ook blijkt uit zijn egoïstische gedrag ten opzichte van vrouwen).

Hij probeert Lucy ervan te overtuigen weg te gaan en haar leven elders opnieuw te beginnen, maar daar wil zij niets van weten. De overval heeft blootgelegd dat zij beiden op een totaal andere golflengte leven en denken. Toch lijkt ook David uiteindelijk toe te geven en er in te berusten dat Lucy haar eigen leven moet leiden. De laatste scène lijkt in dit opzicht heel symbolisch. David helpt een vriendin van Lucy al tijden in haar dierenkliniek. Hij knapt samen met haar elke zondag een moeilijk karweitje op; het afmaken van de overgeschoten honden. Met een van de honden heeft hij de laatste tijd een speciale band gekregen, maar ook zijn tijd is gekomen. Hij zou hem nog een weekje kunnen redden maar hij berust erin dat de hond een spuitje moet krijgen:

Bearing him in his arms like a lamb, he re-enters the surgery. ‘I thought you would save him for another week,’ says Bev Shaw. ‘Are you giving him up?’
‘Yes, I am giving him up.’

Het enige dat hij nog voor de hond kan doen, is hem begeleiden in zijn laatste ogenblikken en dat zal hij ook doen. Hetzelfde kan gezegd worden over de situatie met zijn dochter; het enige dat hij nog voor haar kan doen, is er voor haar zijn, maar hoe het ook verder loopt, het is onvermijdelijk.
En juist het besef van het onvermijdelijke (dat Lucy al veel eerder had) maakt dit boek zo beklemmend en verontrustend.

Share