Donderdagmiddag. Halfvier van Kristien Hemmerechts

Donderdagmiddag. HalfvierKristien Hemmerechts
Donderdagmiddag. Halfvier

Uitgeverij Atlas, 2002

Kristien Hemmerechts vertelt ons zelf op de achterflap waar Donderdagmiddag. Halfvier over gaat: ‘Dit is een boek over kinderen. Over mensen die kinderen willen maar ze niet kunnen krijgen, of ze kunnen krijgen maar ze niet willen, of ze krijgen zonder ze te willen, of ze willen en ook krijgen. En omdat het een boek over het hebben en krijgen en willen van kinderen is, is het ook een boek over liefde, en over het maken van die kinderen, dat soms in liefde gebeurt, soms ook niet.’

Maar het boek gaat over veel meer dan dat en vooral: er gebeurt van alles.
Een belangrijk element in het boek is het vertellen van verhalen. Een van de figuren uit het boek, Hassan, vertelt prachtige, sprookjesachtige verhalen aan zijn vriendinnetje. Ook heb je als lezer in het begin het idee dat je een verhalenbundel leest in plaats van een roman. De eerste twee hoofdstukken lijken los van elkaar te staan, tot je in de loop van hoofdstuk 2 doorkrijgt dat er wel degelijk een verband bestaat.
Een ander belangrijk element is het al dan niet bewaren van een geheim. Meerdere personages in het boek weten iets dat zij eigenlijk niet willen of behoren te weten, of ze worstelen met het dilemma of ze een geheim (nog langer) moeten bewaren of niet. Het hebben of kennen van geheimen keert kortom diverse malen terug in Donderdagmiddag. Halfvier.

Het boek opent met de gebeurtenissen op een donderdagmiddag als Damien met zijn witte ‘camionette’ een niet nader gedefinieerde gemeente binnenrijdt, om daar op de plaatselijke school de wekelijkse typeles te geven.
Damien heeft een voorliefde voor domme vrouwen, die op een meesterlijke wijze wordt beschreven:
“Het heerlijkst waren domme vrouwen die zo dom waren dat ze het niet beseften. Domheid die zich van haar eigen domheid bewust is, houdt op domheid te zijn. Ware domheid kijkt in de spiegel en bewondert haar verstand.”

Er gebeurt die donderdagmiddag iets verschrikkelijks, waaraan in de volgende hoofdstukken steeds gerefereerd wordt. En daarnaast leren we steeds meer mensen in de desbetreffende gemeente kennen, allemaal met hun eigen verhaal en/of geheimen.

Het is een vlot geschreven verhaal, met mooie, goedlopende zinnen. In de sprookjesachtige verhalen van Hassan weet de schrijfster goed de sfeer en stijl van een sprookje te treffen.

Donderdagmiddag. Halfvier is echt een aanrader.

Discussievragen:

  • In een interview met Fleur Speet (in de Leesinformatie van uitgeverij Atlas) zegt Hemmerechts dat ze houdt van een bondige manier van vertellen. Daarom beschrijft ze bijvoorbeeld niet uitgebreid het verdriet van Bea, de moeder van Karen of dat van Hassan, Karens vriendje. Ze zegt hierover: “Mensen kunnen de ‘gaten’ volgens mij probleemloos zelf invullen”. Sommige recensenten klagen echter wel over deze ‘gaten’ in de romans van Hemmerechts. Wat vind jij van deze bondige manier van vertellen? Vind je het een gemis dat de schrijfster de ‘gaten’ niet invult?
  • Het verhaal kent veel perspectiefwisselingen. Welk effect heeft dat gehad op de manier waarop je tegen de gebeurtenissen aankijkt? Heeft het ook invloed gehad op je inlevingsvermogen in de personages? Zo ja, welke?
  • Welk personage vind je het meest sympathiek en welke het minst? Waar ligt dat aan?
  • De verhalen van Hassan worden door de ene recensent (bijvoorbeeld Agnes Andeweg en Daniëlle Serdijn in respectievelijk Vrij Nederland en Het Parool) geprezen, terwijl de andere recensent (bijvoorbeeld Arjan Peters in De Volkskrant en Kees ’t Hart in De Groene Amsterdammer) ze overbodig of niet passend vindt. Wat is jouw mening over de verhalen van Hassan?
  • In het woord vooraf ‘Bericht aan de lezer’ vertelt Hemmerechts dat zij bewust voor het woord ‘camionette’ heeft gekozen, in plaats van ‘bestelwagen’. Dit laatste woord is veel zakelijker en heeft voor haar een andere betekenis. Zij beweert zelfs dat het verhaal een geheel andere wending zou hebben genomen als Damien in een bestelwagen, in plaats van in een camionette, had gereden. Wat zou de schrijfster hiermee bedoelen? Probeer te bedenken wat er anders aan het verhaal zou zijn geweest en waarom.
  • Het boek gaat over een zwaar onderwerp, de dood. Maakt dat het boek voor jou ook zwaar om te lezen? Welke invloed heeft de schrijfstijl of het hoofdstuk waarin de dode Karen aan het woord komt, daarop?
  • Het boek heeft de structuur van een verhalenbundel. Pas na verloop van tijd worden de onderlinge verbanden duidelijk. Op welk punt in het boek werd voor jou duidelijk dat het hier geen verhalenbundel maar een roman betreft?
  • Ouderschap is een van de belangrijke onderwerpen in de roman. Welke ideeën over ouderschap komen in dit boek naar voren? Wat vertellen de mythen die in de cursus van Bea en Tamara aan bod komen, over dit onderwerp?
  • In een interview met Opzij (maart 2002) zegt Hemmerechts over het inleven in haar personages: “Je kunt als schrijver je lezers niet ontroeren of in verwarring brengen als je zélf niet geraakt bent. Tijdens het schrijven van Donderdagmiddag. Halfvier, mijn laatste boek, heb ik een paar kaar een huilbui gehad”. Is het haar gelukt om jou met dit boek te ontroeren of in verwarring te brengen?
Share