Dora, een geschiedenis van Hannes Meinkema

Hannes Meinkema
Dora, een geschiedenis
Contact, 1995

DE SCHRIJFSTER

Hannes Meinkema is het pseudoniem voor Hannemieke Stamperius. Ze is in september 1943 geboren toen haar moeder, Jaco Stamperius, tijdens de tweede wereldoorlog zat ondergedoken in Tiel. Haar moeder leerde haar vader kennen in een Utrechtse verzetsgroep en heeft altijd gedacht dat ze na de oorlog zouden trouwen, maar na de oorlog weigert haar vader haar als zijn kind te erkennen. Als Hannemieke bijna vijf jaar is, trouwt haar moeder met een arts. Deze arts neemt een van zijn drie dochters uit een vorig huwelijk mee in dit huwelijk met haar moeder. Hannes Meinkema heeft onder deze omstandigheden geen prettige jeugd. Zij en een van haar halfzusjes, worden voortdurend tegen elkaar uitgespeeld en haar stiefvader is ontzettend streng en slaat haar. Haar moeder keurt dit alles goed, gaat er ook in mee, want ze heeft heel veel respect voor haar man. Meinkema heeft dan ook een haat-liefde verhouding met haar moeder. Later, als Meinkema al een dertiger is, overlijdt haar moeder aan longkanker. Ze is er niet bij als ze sterft door bemoeienis van haar stiefvader. Kort daarop hertrouwt deze man met zijn secretaresse. Meinkema is in 1968 getrouwd met een man die ze aanduidt met E. in interviews. E. is een polygame man, terwijl Meinkema heel preuts en monogaam is. Ze heeft zich aan hem aangepast, maar uiteindelijk is ze toch van hem gescheiden. In 1987 adopteert ze als alleenstaande vrouw een Braziliaans meisje, Vita.
Meinkema heeft Nederlands in Utrecht gestudeerd en promoveert in 1977 cum laude op een proefschrift over Verzen van Hendrik Marsman. Voordat ze romans gaat schrijven heeft ze dan ook eerst een universitaire loopbaan geprobeerd. En tijdens het solliciteren bij verschillende universiteiten, valt het haar op dat ze slecht behandeld wordt omdat ze een vrouw is. Ze weet zich met subsidies toch te redden en tegen haar dertigste schrijft ze haar eerste roman, De maaneter (1974). Pas met haar roman En dan is er koffie (1976) krijgt ze succes. Dit boek wordt opgepakt als een cultboek, een boek dat volgens velen als geen ander de tijdgeest van de jaren zeventig uitademt. In de jaren zeventig schrijft ze verder nog Het wil nog maar niet zomeren, De groene weduwe en Het binnenste ei. Enkele van haar meer recentere werken zijn: Moeders kindje (1992), Een geluid als van onweer (1993), De speeltuin van Teiresias (1994) en dan nu Dora (1995).

GEDICHT

De gedachten

Geef je gedachten eens een dagje vrij
dan komen ze al spoedig op gedachten
die jij van je gedachten niet verwachtte
omdat ze niet meer denken zoals jij.

Ze denken dan dat moorden en verkrachten
en rassenhaat en roof en razernij
iets goeds zijn, en ze houden jou en mij
die dit bestrijden voor twee halve zachten.

Ik heb ze wel eens even vrijgelaten,
maar fluiten op mijn vingers kan ik goed.
Dan kwamen ze meteen zoals het moet
bij mij terug. Want van de resultaten
van zomaar mogen denken voor de lol,
daar staan al veel gedenkboeken van vol.

Kees Stip

Uit: AU! De rozen bloeien. Sonnetten van bedreigd geluk. Amsterdam, 1983.

INHOUD

Het boek beschrijft de jeugd van Dora, een meisje dat in de oorlog geboren wordt en een sterke band heeft met haar ongehuwde moeder. Het is niet eenvoudig om in de jaren veertig en vijftig op te groeien als kind van een alleenstaande moeder en één van de vragen die Dora bezig houden, is dan ook waarom haar vader niet met haar moeder is getrouwd. Maar als zij haar moeder hierover vragen stelt, raakt deze erg van streek en Dora gaat uiteindelijk zelf op onderzoek uit. Dora is intelligent en heeft een bijzonder waarnemingsvermogen en de vraag rondom haar ouders is niet de enige die een belangrijke rol speelt in haar leven. Ze stelt zichzelf enorm veel vragen, onder andere met betrekking tot politieke kwesties en maatschappelijke taboes. Ze pluist kranten uit en zoekt als kind politici op om antwoord op haar vragen te krijgen. Ze maakt kennis met de liefde en met vriendschappen, die verwateren. De roman beschrijft zo de ontwikkeling van het kleine meisje naar een jonge vrouw tegen de achtergrond van maatschappelijke vraagstukken van een bepaald tijdperk en vele historische gebeurtenissen.

PERSONEN

De hoofdpersoon is Dora, een heel intelligent meisje met een opmerkelijk waarnemingsvermogen. Ze stelt zichzelf allerlei vragen omtrent maatschappelijke en politieke issues. Maar ook op relationeel vlak is ze bijzonder opmerkzaam en komt ze gaandeweg tot verschillende ontdekkingen door zichzelf en anderen vragen te stellen. Ze bevindt zich in de voor die tijd ongewone situatie van een één-oudergezin en ze wordt door andere mensen dan ook regelmatig uitgescholden voor bastaard. Maar ondanks de niet al te beste omstandigheden waarin ze opgroeit, ontwikkelt Dora zich tot een vrije, zelfstandige en zelfbewuste vrouw die heeft geleerd haar eigen gevoelens te ontdekken en te begrijpen onder andere door zich te spiegelen aan vriendinnen en vriendjes.
Dora’s moeder is een in de oorlog gevluchte, niet-Joodse Duitse vrouw, die in de steek wordt gelaten door de vader van haar ongeboren kind. Later, na de oorlog, wil hij het kind niet als zijn kind erkennen en Dora’s moeder kan zich in haar verdere leven nooit meer definitief aan één man binden. Wel heeft ze veel tijdelijke vrienden, die af en toe voor Dora een bedreiging vormen.
Dora’s tante is familie van vaders zijde die de afkeuring van de omgeving trotseert door de moeder met haar onechte kind in huis te nemen. Maar ze verwacht daarvoor ook eeuwige dankbaarheid. Ze is een bigotte, burgerlijke vrouw, weliswaar met een dapper verzetsverleden.
Dora’s vriendinnen; Katrien, Juffertje Maria, Saartje Leeuwerik, Renie, Peggy en Marta. Dit zijn allen in meer of mindere mate vriendinnen van Dora geweest in de loop van haar leven aan wie zij zich gespiegeld heeft.
Dora’s vriendjes; Dieter, Wouter, Alain, Hendrik, David en Maarten. Dit zijn allen jongens in Dora’s leven geweest tot wie zij zich al dan niet sexueel of vriendschappelijk aangetrokken heeft gevoeld. Dora’s liefdesleven is niet echt hartstochtelijk te noemen, haar relatie tot jongens en tot de liefde is eerder vrij complex.
Dora’s vader speelt in de roman nauwelijks een rol. Slechts in één hoofdstuk (nummer 15) is hij lijfelijk aanwezig. Het is eerder zijn áfwezigheid die belangrijk is als een van de hoofdgedachten die Dora bezighouden. Als Dora hem daadwerkelijk opzoekt, ziet ze haar beeld van hem waarheid worden als iemand die zich gemakkelijk aanpast aan algemeen geldende normen.

THEMA

Centraal in deze roman staat de relatie tussen moeder en dochter. Het bijzondere aan de relatie tussen Dora en haar moeder is de sterke band tussen hen en het grote veranwoordelijkheidsgevoel dat Dora heeft ten opzichte van haar moeder, als gevolg van het ongehuwde moederschap dat als een wolk boven hun hoofden hangt. Want tegenwoordig is het dan wel nauwelijks een schande meer om een alleenstaande moeder te zijn, destijds zo vlak na de oorlog was het een taboe. Sommige elementen uit het boek hebben een autobiografische inslag. Zo is Hannes Meinkema zelf ook een `onecht kind’, dat net als Dora niet door haar vader wordt erkend als zijnde zijn kind. Ook haar vader wil niet met haar moeder trouwen na de oorlog, waarschijnlijk omdat hij in diplomatieke dienst wil. Ook Meinkema’s moeder overlijdt aan longkanker en ook zij kan aan haar moeder geen vragen stellen over het verleden zonder dat deze daarvan overstuur raakt. Het verschil is echter dat Meinkema zelf niet zo’n bijzondere band had met haar moeder als Dora, want Dora’s moeder is altijd ongetrouwd gebleven terwijl Meinkema’s moeder toen zijzelf bijna vijf was met een arts trouwde, die min of meer hun relatie negatief beïnvloedde. De saamhorigheid die kenmerkend is voor de moeder-dochter relatie in de roman is een ideaal dat Meinkema zelf niet kende.

MOTIEVEN
Vriendschap speelt in het boek een belangrijke rol. Dora heeft in de verschillende fases in haar leven diverse vriendinnen en deze vriendschappen worden door Dora beschreven en zelfs min of meer geanalyseerd. Via deze vriendinnen worden een aantal maatschappelijke problemen aangehaald, zoals kindermishandeling, armoede, culturele ontworsteling en incest. Om verschillende redenen verwateren enkele van deze vriendschappen.
De politieke bewustwording en maatschappelijke betrokkenheid van Dora zorgen bovendien voor een kleurrijk beeld van een stukje van de Nederlandse geschiedenis. Deze twee motieven komen steeds terug in de vorm van gesprekken tussen Dora en derden en in de vorm van het plakboek met kranteknipsels dat Dora en haar vriendin bijhouden.

TITEL

De titel Dora, een geschiedenis spreekt eigenlijk voor zich. Het is het verhaal van het meisje Dora. De ondertitel een geschiedenis slaat niet alleen op het leven van Dora, maar ook op het flinke stuk na-oorlogse geschiedenis dat hier belicht wordt. Meinkema laat Dora een plakboek bijhouden van kranteknipsels, waaruit een aardig tijdsbeeld ontstaat. Dora doet echter meer dan alleen het verzamelen van berichten, ze leeft ook intens mee met de gebeurtenissen die uit die berichten spreken, waardoor de historie niet achterhaalt is, maar een functie in het boek krijgt.

RUIMTE

In brede zin is de ruimte waarin het verhaal zich afspeelt het na-oorlogse Nederland. In engere zin is het echter voornamelijk de stad Utrecht, met name de twee wijken waar Dora met haar moeder heeft gewoond. De eerste vijf hoofdstukken spelen zich af in Bilthoven in het huis van haar tante, daarna verhuizen Dora en haar moeder naar Utrecht waar de moeder zich als huisarts vestigt. Het laatste hoofdstuk speelt zich in Amsterdam af. Dora is hier na de dood van haar moeder naartoe verhuisd. Dora maakt ook nog een uitstapje naar Wassenaar om een politicus op te zoeken om hem om duidelijkheid te vragen over een moeilijke politieke kwestie. Bovendien maakt ze een reis naar Frankrijk waar ze een aantal weken bij haar vader verblijft (hoofdstuk 15).

STRUCTUUR

Het boek is opgebouwd uit 22 hoofdstukken, die telkens een jaar verspringen. Het begint in de herfst van 1945 als Dora vier jaar oud is. Ze woont dan bij haar moeder en haar tante van vaders zijde van wie ze niet houdt. Vijf jaar later, als Dora’s moeder haar studie medicijnen heeft afgerond en zich als huisarts vestigt, gaan ze zelfstandig wonen. Het boek is strak opgebouwd door elk hoofdstuk een jaar later te dateren, maar nog net niet zó strak dat het telkens precies een heel jaar later is, want de ene keer speelt het verhaal zich bijvoorbeeld in de maand juli af en de andere keer in november of in de herfst. Het boek eindigt in juni 1966. Dora woont dan in Amsterdam, waar ze is gaan wonen na het overlijden van haar moeder en ze geeft daar les aan het Barlaeus gymnasium en heeft plannen om te promoveren.

VERTELDE TIJD

Het boek bestrijkt in totaal 21 jaar en loopt Dora’s leven door van 4- tot 25-jarige, maar niet alle 21 jaar worden in zijn geheel beschreven. De lezer valt ieder jaar opnieuw binnen in een bepaalde fase van Dora’s leven. Er worden dus voortdurend tijdsprongen gemaakt, maar op een dusdanige manier dat de lezer toch vrij snel door heeft wat er het afgelopen jaar is gebeurd. Essentiële gebeurtenissen, zoals de verhuizing van haar tantes huis naar een zelfstandige woonruimte en het overlijden van haar moeder, vinden tussen de hoofdstukken plaats. Deze gebeurtenissen zelf worden niet beschreven, maar meteen bij het lezen van het begin van het volgende hoofdstuk wordt uit de context duidelijk wat er voorgevallen is. Dat het zo eenvoudig is om de draad van het verhaal weer op te pakken, komt doordat het geheel in chronologische volgorde verteld wordt.

PERSPECTIEF EN STIJL

Het perspectief en de stijl hangen nauw met elkaar samen. De roman is geschreven vanuit het perspectief van Dora, de hoofdpersoon. Meinkema hanteert hierbij de ik-vorm. Het perspectief ligt bij Dora als het boek begint (wanneer zij vier jaar is) en ligt nog steeds bij haar als het boek eindigt (wanneer zij 25 jaar is). Het spreekt voor zich dat de stijl van een 4-jarig kind anders is dan van een volwassen vrouw. De eerste hoofdstukken zijn dan ook in een kindertaal geschreven, maar al gauw wordt de taal (en de denkwereld) van Dora zeer volwassen, reeds wanneer zij zo’n elf jaar oud is. Deze volwassen taal en denkwereld zijn een voortvloeisel uit de positie die ze heeft ingenomen ten opzichte van haar moeder, namelijk meer partner dan kind. Dit blijkt uit de manier waarop ze zich verantwoordelijk voelt voor haar moeder en ook uit de wijze waarop ze met haar praat en meedenkt.

KIEZEN EN DELEN

Dora’s moeder maakt een belangrijke keuze in haar leven als ze besluit als niet-Joodse vrouw uit Duitsland te vluchten, haar familie daarbij achter zich latend. Ze kiest voor haar idealen, omdat ze veel Joodse vrienden heeft. Haar geweten zou het haar niet toelaten om onder het Duitse regime te blijven leven alsof er niets aan de hand is. Kort daarop, als ze eenmaal in Nederland woont, komt ze weer voor een dilemma te staan als blijkt dat ze ongehuwd zwanger is. Ook nu moet ze keuzes maken die haar leven ingrijpend kunnen veranderen. Het wordt uit het verhaal niet helemaal duidelijk of ze er bewust voor kiest om haar dochter alleen op te voeden of dat de omstandigheden haar geen andere keus hebben gelaten. Dit al dan niet bewust kiezen voor het alleenstaande moederschap van een ‘bastaard’ heeft echter wel ingrijpende gevolgen, niet alleen voor haarzelf, maar ook voor Dora en voor de tante van vaders zijde. Ook deze tante maakt een keuze die haar leven verandert, door moeder en dochter in huis te nemen. Zij kiest er uit medelijden voor om te delen in het lot van Dora en haar moeder, maar ze verwacht hiervoor wel eeuwige dankbaarheid. Het is tenslotte ook niet de eenvoudigste weg die ze heeft gekozen.

DISCUSSIEPUNTEN

1. Wat vind je van de stijl? Wordt Dora’s ontwikkeling van vierjarig kind naar volwassen vrouw ook duidelijk weerspiegeld in haar schrijfstijl?

2. Inge van den Blink zegt in haar recensie van Dora in het Utrechts Nieuwsblad van 15-04-1995 dat Meinkema iets te nadrukkelijk via Dora’s vriendinnen allerlei maatschappelijke problemen binnenhaalt. Ben je het met haar eens? Loop nog eens langs het lijstje van Dora’s vriendinnen (zie het kopje ‘Personen’) en som daarbij op welke maatschappelijke problemen met welke vriendin worden ‘binnengehaald’.

3. Dora’s vriendin Marta heeft een complexe relatie met jongens als gevolg van de incest van haar vader en de manier waarop hier thuis mee omgegaan wordt. Wanneer kreeg je in de gaten dat Marta een incest slachtoffer is en wat vind je van de manier waarop haar moeder er mee omgaat? Omschrijf Marta’s complexe relatie met jongens.
Ook Dora en haar vroegere vriendin Peggy hebben geen ideale relatie met jongens. De drie meisjes hebben met elkaar de afwezigheid van een echte vaderfiguur gemeen, maar toch uit de complexe relatie met jongens zich op een andere manier bij elk van hen. Omschrijf Dora’s omgang met jongens. En die van Peggy.

4. Wat vind je van de structuur, dus de opbouw in 22 hoofdstukken waartussen telkens een tijdsprong zit? Wat doet het met de leesbaarheid van het boek? En vind je de titels van de hoofdstukken geschikt?

5. De keuze voor het één-oudergezin is heel actueel in onze maatschappij waarin allerlei samenlevingsvormen naast het traditionele gezin voorkomen. Welke consequenties heeft de al dan niet bewuste keuze voor het één-oudergezin voor de moeder en dochter in het verhaal? Vind je dat Dora er erg onder lijdt? Dora heeft door de situatie van het één-oudergezin ook een sterke band met haar moeder. Op pagina 225 zegt ze dat ze de enige uit haar kennissenkring is die geen last heeft van het generatieconflict. Ze vraagt zich af of dit komt doordat ze een bastaard is. Waaraan denk je dat het ligt dat er geen sprake is van een generatieconflict?

6. Bij vraag 6 werd de situatie van het één-oudergezin in het boek besproken. Wat vind je, los gezien van de roman, van de groeiende ontwikkeling van het één-oudergezin in onze maatschappij? Kun je begrip opbrengen voor vrouwen die er bewust voor kiezen om een kind alleen op te voeden? En vind je dat mannen ook de kans moeten krijgen om kinderen alleen of gezamenlijk op te voeden?

7. We leven in een steeds meer individueel gerichte samenleving. Blijkt uit het boek dat de maatschappij minder individueel gericht was in de jaren ’40, ’50 en ’60? Wie betrekt Dora’s moeder bijvoorbeeld in haar keuzes? Wie betrek je zelf in het maken van je keuzes? Is deze tendens van het individualisme even sterk op het platteland dan in de stad, denk je? Herlees de eerste alinea van pagina 52. Wat zegt dit fragment over het verschil tussen het platteland (Dora’s oude school) en de stad (haar nieuwe school) met betrekking tot het individualisme?

GERAADPLEEGDE LITERATUUR

– Bibeb. “Bibeb luisterde naar Hannemieke Stamperius: ‘Er zijn mensen die me nooit gezien hebben, die me haten'”. In: Opzij, september 1980.
– Blink, Inge van den. “Boek Meinkema over moeder-dochter relatie; Dora krijgt vleugels”. In: Utrechts Nieuwsblad, 15-04-1995.
– Drayer, Elma. “Hannes Meinkema is uitgekeken op slachtoffers”. In: Vrij Nederland 14, 10-04-1993. p.30-31.
– Eijk, Inez van. “Met ‘Dora’ wil Meinkema heel wat bewijzen”. In: Trouw, 25-08-1995.
– Osstyn, Karel. “Neuzen in oude kranten; Moeder-dochterrelatie à la Meinkema”. In: De Standaard, 11-05-1995.
– Schutte, Xandra. “Vanuit vrouwelijk perspectief”. In: De groene Amsterdammer, 15-10-1995.

LEESSUGGESTIES

Nicolette Smabers, Portret van een engel
Isabel Allende, Paula
Tsitsi Dangarembga, Op gespannen voet
Françoise Sagan, Bonjour Tristesse

Share