‘Een groter belang dan de waarheid zeggen’ – Gesprek met Vonne van der Meer

banner-Schrijversdossier-terug-naar-Vonne-vd-MeerEind jaren negentig werd Vonne van der Meer (55) bij een breder publiek bekend met Eilandgasten, dat drie jaar geleden is verfilmd. Daarvoor had zij al diverse verhalenbundels en romans gepubliceerd en ook al enige publieke opwinding veroorzaakt met haar bekering tot het katholieke geloof. In de onderwerpkeuze voor haar verhalen, zoals ook voor haar meest recente romans Ik verbind u door (2004) en Take 7 (2007), is haar sociale betrokkenheid af te lezen. Ze stelt bovendien zo nu en dan een maatschappelijk vraagstuk aan de orde om zich in het publieke debat te mengen, wat ze het liefst doet met haar eigen instrument: fictie.

Take 7 gaat over wat aandacht met mensen doet en wat aandacht doet met degene die die aandacht geeft’, zo typeert Vonne van der Meer haar meest recente roman. Het verhaal speelt zich af in een Andalusisch dorpje waar de Deen Lars tijdens zijn bezoek door de burgemeester wordt aangezien voor een filmmaker en uiteindelijk met een nepfilmploeg het hele dorp laat opleven en geloven in een illusie.

`Lars, de zogenaamde filmregisseur, verandert zelf ook door het geven van die aandacht. Hij merkt dat het hem echt raakt dat mensen vitaler worden, mooier worden, anders gaan lopen, opbloeien, omdat hij daar met die nepcamera staat. Dat is natuurlijk ook fíjn. Dat heb je zelf zo vaak, als je iemand een beetje eenzelvig in een hoekje ziet staan op een feestje en je er met lichte tegenzin bij gaat staan. Als het je dan lukt om echt met belangstelling naar iemand te vragen, zie je vaak dat mensen opbloeien.’

 

Gedachteflits

Take 7 zal vanaf september door de Boekentaal Mondiaal leeskringen van Passage gelezen en besproken worden. Hoe is die aandacht voor een schrijver?

‘Dat is natuurlijk heerlijk. Het is een fijn vooruitzicht dat zoveel mensen zich nu over dit boek gaan buigen. Er is denk ik heel veel over te zeggen en na te denken. Behalve over wat aandacht doet, kun je het ook hebben over de kracht van verbeelding en eerlijkheid. Het boek laat zien dat er blijkbaar soms een belang is dat groter is dan de waarheid zeggen. Je kunt ook praten over Lydia en het ouder worden. Er is absoluut in ieder vrouwenleven een moment dat je merkt dat er anders naar je gekeken wordt. Natuurlijk heeft iedere leeftijd zijn schoonheid en zijn waardigheid maar om dat te kunnen beseffen moet je daar wel even de kater, of het afscheid van de jeugd voor voelen. Ik vind het interessant te zien hoe Lydia die rite de passage doormaakt.’

Hoe ontstaat een idee voor een verhaal?

‘Op de filmset van Eilandgasten kreeg ik in een gedachteflits het idee voor Take 7. Ik zag ineens de mogelijkheid van het effect van zo’n filmploeg op een dorp en ik dacht `stel nou dat dit allemaal zwendel is’. Maar ik bedacht ook meteen: dat kan zich hier niet afspelen want een Nederlander gaat meteen de naam van zo’n regisseur op internet opzoeken. Dus het moest zich op een afgelegen plek afspelen waar een man met een kapotte camera echt nog kan doen alsof hij daar een film gaat maken. Dít idee ontvouwde zich bliksemsnel, als een waaier die openklapt.

Maar bijvoorbeeld het idee voor Ik verbind u door, dat agressie zich wel eens zou kunnen voortplanten als een bacil, is meer ontstaan uit een veel alledaagsere observatie. Ik liep op een warme dag hier in het dorp en opeens dook er in die smalle straatjes een veel te dikke auto op en ik dacht foeterend `wat doen die auto’s hier eigenlijk’ en stak er vlak voor over. En die man gaf een beetje pesterig gas. Toen ik thuis kwam begon ik tegen m’n man te zeuren over die automobilist maar uiteindelijk realiseerde ik me dat de agressie bij míj begonnen was en ik bedacht wat voor gevolgen het zou kunnen hebben voor de dag van die automobilist. Dat idee heb ik wel tien jaar vastgehouden. Na de aanslagen op de Twin Towers las je al die theorieën in de kranten over zelfmoordterroristen, over wat voor mensen dat waren. Ik kreeg toen ineens sterk de behoefte om op dat getheoretiseer te reageren door een boek te schrijven over innerlijke terreur: dat wat je in het klein mensen aan kunt doen. Bijvoorbeeld door laatdunkend naar ze te kijken, door ze te negeren, door ze het compliment waar ze naar hunkeren te onthouden. Zo kwam dát idee tot stand, maar dat is dus meer een gedachtegang, dan een gedachteflits geweest.’

 

Rust

Besteedt u veel aandacht aan de techniek van het schrijven?

‘Ik ben altijd bezig met helderheid. Dus: staat er werkelijk wat ik wil uitdrukken? Daar komen vorm en inhoud natuurlijk bij elkaar. Vroeger bleef ik dan alsmaar op die ene zin zitten, als er nog niet stond wat er moest staan, maar tegenwoordig schrijf ik door omdat ik weet dat het in volgende versies wel goed komt. Ik schrap ontzettend veel. Ik vind de boeken van anderen vaak te dik, te veel woorden en uitwerkingen bevatten waarvan ik denk `dat moet je overlaten aan iemands fantasie’. Ik wil de lezer graag de suggestie van iets geven. Ik vertrouw er op dat iemand bij het lezen een gedachte in zijn hoofd uitbreidt en er op doorassocieert. Dat vind ik ook spannender, ik zou haast zeggen: erotischer.

Andere technische zaken, zoals vertelperspectief, zijn dingen die intuïtief ontstaan zijn. Ik merk van tevoren, bijvoorbeeld als ik zo’n boek als Take 7 doordenk vanuit Lars, dat ik vast ga lopen als ik het verhaal geheel vanuit zijn perspectief schrijf. En in de loop der jaren heb ik de techniek van het overslaan ontdekt. Soms beland je bij een scène en ontdek je tijdens het schrijven dat het, na alles wat er al gebeurd is, te veel drama wordt. Een mogelijkheid is dan dat je het slot van zo’n scène met terugwerkende kracht vertelt, dat je even een rustpunt inlast, zoals een stilte in de muziek.’

 

Vraagt uw werk dan ook om een bepaalde leeshouding?

‘Nou, om rust. Doordat ik eenvoudig schrijf, lezen mensen mijn boeken soms te snel. Mijn ideale lezer houdt zichzelf dus een beetje tegen, leest langzaam in plaats van heel plotgericht en geniet van een bladzijde of een passage.’

 

Gaat schrijven u gemakkelijk af?

‘Nee, ik vind schrijven eigenlijk verschrikkelijk moeilijk. Ik kan het alleen maar vanuit de kracht van een goed idee. En ideeën of inspiratie doe ik alleen maar op als ik onder de mensen ben. Ik heb gemerkt dat je altijd weer jezelf de straat op moet schoppen, iemand opzoeken, iets doen waar je misschien niet zoveel zin in hebt. Elke keer als ik op straat ben of mensen zie, ontdek ik weer dingen die ik nog niet wist van mensen.

Ik laat een boek als het af is altijd negen maanden liggen voordat het naar de uitgever gaat. Want tijd is de allerbeste redacteur, de beste criticus en je beste vriend. Als je iets net af hebt, ben je altijd razend enthousiast. Maar het is bijvoorbeeld goed om nog eens naar je eigen werk te kijken als je iets gelezen hebt dat je heel erg mooi vindt of bewondert. Zo kan een boek rijpen. In die periode verwerk ik ook de vragen en bedenkingen van mijn vaste redacteur, Caroline van Tuyll. Dus tegen de tijd dat een boek in de boekhandel ligt, ben ik alweer heel ver met een ander boek.’

 

Geloof

Welke invloed zou u op uw lezers willen hebben?

‘Ik wil vooral een verhaal vertellen dat ze nog een poosje bijblijft. Lezers zeiden na het lezen van Ik verbind u door dat ze er door dat boek bewust van waren geworden hoe iedere stap en uiting in een contact met iemand een verschil kan maken. Dat vind ik vanzelfsprekend fijn om te horen, maar het is niet zo dat ik me daarvan bewust ben als ik zit te schrijven.

Ik wil als schrijver ook liever onzichtbaar blijven. In de drie ‘eilandboeken’ ben ik misschien wel het alleronzichtbaarst. Uiteraard dienen ethische kwesties zich zo nu en dan ook aan. Maar het mag nooit zo één op één worden dat je ziet dít is de mening van Vonne van der Meer. Daarom ben ik ook geïrriteerd als een recensent, wetende dat ik katholiek ben, de katholieke moraal op een boek legt en dan concludeert dat ik dit of dat wil zeggen, terwijl dat soms haaks staat op wie of wat een personage is. De ideeën die recensenten over je hebben, zitten soms zo prominent in hun hoofd dat ze zo’n tekst helemaal niet meer als een tekst kunnen lezen, maar alleen maar als jouw commentaar op de wereld.’

 

Vindt u het vervelend om een christelijke schrijver genoemd te worden?

‘Nee, maar ik denk dat je het zou moeten formuleren als `ze is schrijver en katholiek’ en niet `een katholieke schrijver’, want ik weet niet wat dat is. Zou dat dan betekenen dat al je personages met geloofskwesties worstelen? Dat is bij mij niet zo. Dan zou toch wel ieder verhaal, kort of lang, er over moeten gaan wat het betekent om christen te zijn. Dat zou ik niet kunnen. Ik ben in een agnostisch gezin opgegroeid en heb vrij lang in een milieu geleefd van mensen die niet geloven. Dat zijn toch de levens die ook mijn leven gevormd hebben. Dus als ik een personage bedenk is het niet automatisch iemand wiens hele leven doordrenkt is geweest van geloof.’

 

Het geloof is een actueel thema in de maatschappelijke debatten van vandaag. Mengt u zich wel eens in het publieke debat?

‘Ja, ik vind dat ik het in Eilandgasten heb gedaan met Martine, die geconfronteerd wordt met een zwangere studente. Ik heb daarmee het tragische van een abortus laten zien. En als zo’n onderwerp dan weer in de actualiteit speelt, meng ik me erin als ik daarvoor gevraagd word. Ik heb me ook op een bepaalde manier destijds in het euthanasiedebat gemengd met het verhaal `Bericht uit de bezemkast’ dat middenin het debat in Trouw heeft gestaan. Toen had ik heel sterk de behoefte om me met mijn middelen, namelijk fictie, erin te mengen. Ik zal me niet snel via ingezonden brieven uiten en voor panels ben ik niet gewiekst genoeg. Maar ik ga het niet uit de weg. Over het integratievraagstuk spreek ik me in interviews wel uit. Ik heb daar toch vaak wel een totaal andere kijk op omdat ik geloof. Ik denk dat we vooral bang zijn hoe er tegen óns aangekeken wordt door moslims die aan de ramadan doen of een hoofddoekje dragen. Ik denk dat het probleem de blik van de ander is, of liever: hoe wij die interpreteren. Dat bepaalt onze blik.’

 

Waar werkt u op dit moment aan?

‘Ik vertel daar liever niet over. Maar het is weer een heel ander boek dan Take 7, dat kan ik er wel over zeggen. Ik werk er al een hele tijd aan, maar het verschijnt op zijn vroegst volgend jaar januari. Het is een boek waarin een biecht en het sterven van iemand en het naar God gaan een belangrijke rol zullen spelen. Het gaat over een vader – een weduwnaar -, zijn dochter en het even oude meisje dat hij in de oorlog naar een onderduikadres heeft gebracht. Het onderwerp is de rivaliteit tussen deze twee vrouwen die zich allebei een beetje als de oogappel van deze man beschouwen. En iets dat hij zijn hele leven heeft verzwegen, móest verzwijgen van zijn vrouw, speelt daarbij een grote rol. Het boek gaat over het moment dat hij zijn geheim niet meer voor zich kan houden en de gevolgen daarvan. Het is dus veel meer een zich op de vierkante centimeter afspelende spanning dan de wijd uitwaaierende vertelling van Take 7.’

banner-Schrijversdossier-terug-naar-Vonne-vd-MeerGehouden op 15 februari 2008, door Jacandra van den Broek
Dit interview is eerder verschenen in het blad boek-delen (nummer 3, september 2008)

Share