Een soort familie van Kees van Beijnum

Share
Een Soort FamilieHet familieparadijs gaat verloren

‘Een soort familie’ van Kees van Beijnum speelt zich in dezelfde tijd af als ‘Dorsvloer vol confetti’ van Franca Treur: eind jaren tachtig. Er zijn nog wel meer overeenkomsten aan te wijzen. Beide verhalen vinden plaats in een uithoek van Nederland: Wieringen in Noord-Holland versus (de omgeving van) Middelburg, en in beide verhalen moet de jonge hoofdpersoon zichzelf zien te vinden binnen een streng milieu.

Die milieus verschillen hemelsbreed. Katelijne uit ‘Dorsvloer’ groeit op binnen een streng gereformeerde gemeenschap, Teuns ouders in ‘Een soort familie’ zijn geobsedeerd bezig met het verbeteren van de wereld. ‘Weg met de kernbom’ is hun belangrijkste streven en hun twee zonen worden, met de beste bedoelingen natuurlijk, door hen geïndoctrineerd. Als jehova’s gaan ze met hun boodschap langs de deuren en elk weekend is een verenigingsbijeenkomst vaste prik. En zoals dat gaat, op een bepaald moment komt de nieuwe generatie in opstand tegen het ouderlijk gezag.

Teun is de jongste en hij aanbidt zijn oudere broer Hans. Van Beijnum maakt de broederliefde voelbaar, daarom alleen al is het boek een genot om te lezen. Hans, die met de volwassenen gepassioneerd discussieert over wat er allemaal mis is in de wereld, is de trots van zijn ouders.

Maar het familieparadijs gaat verloren. Hans wil niet meer mee naar de wekelijkse bijeenkomsten en als hij ook nog verliefd wordt op een frivool meisje dat op de camping in de buurt bivakkeert, is het hek van de dam. Hans maakt gebruik van Teuns loyaliteit en Teun wordt verscheurd tussen trouw aan zijn broer en trouw aan de idealen van zijn ouders.

Van Beijnum vertelt het hele verhaal in een lange flashback. Teun kijkt als volwassen man terug op zijn jeugd. Zijn huwelijk is mislukt, op zijn werk – hij is vertegenwoordiger in kopieermachines – gaat het slecht. Als lezer weet je al snel dat Hans dood is. Enerzijds maakt dat het lezen tot een tenenkrommend avontuur. Je wilt helemaal niet dat die jongen omkomt, met angst en beven sla je de pagina’s om. Op elke bladzijde kan het gebeuren. Anderzijds bouwt het de spanning enorm op en sleurt het gegeven je door ruim vierhonderd pagina’s heen. De allermooiste pagina’s zijn die waar Teun en zijn ouders wanhopig en verslagen achterblijven na de dood van Hans.

Van Beijnum oordeelt niet. Hij laat je zijn personages zien, hij laat je meeleven en hij schotelt je dezelfde vragen voor waar Teun mee zit. Is het wel zo dat Teuns vader naar de pijpen van zijn moeder danst? Wie is er schuldig aan het drama? Teun? Zijn ouders? En wat is de rol van de familie waarmee de ouders van Teun dik bevriend zijn, de familie Bruul?
Het boek eindigt optimistisch: Teun komt in het reine met het verleden en hij wordt voor nieuwe keuzes gesteld. Een nieuw leven ligt voor hem open.

Van Beijnum schrijft prachtig. Zijn zinnen zijn een genot om te lezen. Datzelfde geldt ook, in iets minder mate, voor het boek van Franca Treur. Maar waar Treur het moet hebben van de anekdotes, is Van Beijnum duidelijk de man met de lange adem, een sterke spanningsboog en een rond verhaal.

Kees van Beijnum | Een soort familie | De Bezige Bij | mei 2010 | 436 pagina's
Share