Extreem luid & ongelooflijk dichtbij van Jonathan Safran Foer

Jonathan Safran Foer
Extreem luid & ongelooflijk dichtbij
Anthos | Manteau, 2005 [Vertaling van Extremely Loud & Incredibly Close]
De auteur
Jonathan Safran Foer werd in 1977 in Washington geboren en studeerde filosofie en literatuur aan Princeton. Hij is de samensteller van de anthologie A Convergence of Birds: Original Fiction and Poetry Inspired by the Work of Joseph Cornell. In april 2002 verscheen Everything Is Illuminated (Alles is verlicht), zijn debuutroman, nu wereldwijd vertaald. Hij begon dit boek te schrijven toen hij nog studeerde aan Princeton. De eerste versie zette hij tijdens een verblijf in Praag in tien weken op papier na een reis naar de Oekraïne, dezelfde reis waarover hij in het boek schrijft. Foer zegt daarover: “Ik was in de Oekraïne. Met een vergeelde foto. Maar zonder Alex, zonder de grootvader, zonder Augustine, zonder al die figuren die in het boek voorkomen. Alleen de omstandigheden waren dezelfde. Ter plekke wist ik nog niet dat het de basis van een boek zou worden” (Twentsche Courant). Zijn debuut werd een wereldwijde bestseller en Foer sleepte er diverse internationale prijzen mee in de wacht, waaronder de National Jewisch Book Award en de Guardian First Book Award. In het najaar van 2005 zal de verfilming van het boek verschijnen. Vanwege zijn originele debuut noemde het muziekblad Rolling Stone hem dat jaar bij zijn `People of the Year’ en Esquire rekende hem tot de `Best and Brightest’.
In april 2005 werd zijn droomdebuut gevolgd door Extremely Loud and Incredibly Close (Extreem luid & ongelooflijk dichtbij). Ook op de filmrechten van deze roman is al een optie genomen. Foer zegt ervoor te hebben gewaakt geen Everything Is Illuminated deel 2 te schrijven. Deze tweede roman is op zijn eigen manier opnieuw zeer origineel. Over het ontstaan ervan zegt Foer in het zelfinterview van augustus 2004 dat dit “heel organisch” is gebeurd. Oorspronkelijk ging het over een Europese schrijver en een museum, maar deze vielen na het eindeloze herschrijven af: “Een voorlijk jongetje in een beschadigde stad nam de hoofdrol over”. Foer heeft “de roman vele malen gesloopt en herbouwd” en negenendertig verschillende eerste versies geschreven.
Korte inhoud
Oskar Schell heeft zijn vader verloren bij de aanslagen op het WTC in New York. Na de begrafenis vindt hij een sleutel in een envelop in een vaas. Op de envelop staat de naam Black geschreven. Oskar gaat op zoek naar het slot dat bij deze mysterieuze sleutel past. Op die manier probeert hij betekenis te geven aan de dood van zijn vader. Angstvallig houdt hij zijn moeder buiten deze zoektocht. Zo houdt hij ook de laatste berichtjes van zijn vader op het antwoordapparaat van de ochtend van de aanslag voor haar achter.
Tijdens zijn tocht door New York ontmoet Oskar de oude meneer Black, die ironisch genoeg al jaren in hetzelfde gebouw als hem woont. Voor het eerst sinds lange tijd verlaat Black zijn appartement om met Oskar mee te gaan tijdens zijn zoektocht. Later in het verhaal raakt ook de huurder van Oskars grootmoeder betrokken bij dit project en graven ze samen de kist van Oskars vader op.
In een tweede verhaallijn wordt de geschiedenis verteld van Oskars grootouders die hebben moeten leren leven met de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. Zij maakten het bombardement op Dresden mee dat zij overleefden maar waarbij zij hun zus en verloofde verloren. Als Oskars oma zwanger raakt, vertrekt haar man uit haar leven om vele jaren later, na de dood van zijn zoon terug te keren.
Structuur en vormgeving
Net als zijn vorige roman is Extreem luid & ongelooflijk dichtbij een zoektocht. De roman is opgebouwd uit ongenummerde hoofdstukken met elk een eigen titel. Het verhaal van Oskar in het vertelheden wordt afgewisseld met dat van zijn grootouders, die het bombardement op Dresden hebben overleefd, het vertelverleden. Beide verhalen hebben het onderwerp oorlog gemeen: de oorlog tegen het terrorisme versus WOII.
De ruimte waarin het vertelverleden zich afspeelt is New York. De speurtocht die Oskar onderneemt langs de verschillende personen met de naam Black voert hem naar verschillende plaatsen en straten in de stad, en ook ontdekt hij een Black in zijn eigen appartementencomplex. Het vertelverleden speelt zich deels af in Oost-Europa, waar Oskars grootouders elkaar ontmoeten, en deels in New York, waar zij elkaar opnieuw leren kennen en trouwen.
Om zijn roman structuur en inhoud te geven, gebruikt Foer verschillende vormen, zoals die van de brief, (dag)boekfragmenten, lijstjes, een manuscript, een (nep)interview en zelfs foto’s en afbeeldingen. De vormgeving van het boek is iets heel nieuws. Het is, zoals Foer zelf zegt, ontstaan na een avondje surfen op het internet. De directheid en kracht van de beelden op internet schokten hem, maar hij vond het tegelijkertijd ook heel spannend en mooi om overal zo dicht op te zitten. Daardoor ontstond het idee om niet alleen te laten zien wat Oskars ogen te zien krijgen, maar ook zijn ogen zélf te laten zien. Daarmee laat hij de visuele omgeving zien waarin kinderen tegenwoordig opgroeien.
Perspectief en verteller
Het verhaal wordt grotendeels verteld vanuit het perspectief van Oskar. Hoewel hij wijs is, is het wel duidelijk de blik van een kind waarmee hij de dingen beziet. Zijn observaties en obsessies zijn vaak erg grappig, juist ook omdat ze soms (niet) goed bij zijn leeftijd passen.
Daarnaast worden er hoofdstukken verteld vanuit het perspectief van Oskars grootvader, de vader van zijn vader. Dit gebeurt in een soort van briefvorm waarin de grootvader zich tot zijn zoon (zijn `ongeboren kind’) richt. Deze brieven/hoofdstukken zijn precies gedateerd, allemaal zo’n dertig jaar geleden. Het duurt even voordat de relatie tussen beide vertellers duidelijk wordt. Een derde verteller is Oskars grootmoeder, de moeder van zijn vader. Zij richt zich tot haar kleinzoon, Oskar, in briefvorm. Deze brieven lijken `uit de toekomst’ te komen, dat wil zeggen van een later tijdstip te zijn dan het vertelheden waarin Oskar zijn speurtocht maakt. Alle vertellers zijn ikvertellers.
Personages
Oskar is erg pienter voor zijn leeftijd en hij heeft zeer uiteenlopende hobby’s. Zo is hij (volgens zijn eigengemaakte visitekaartje) uitvinder, sieradenontwerper, amateur-entoloog, Francofiel, veganist, origamist, pacifist, slagwerker, amateur-astronoom, computerdeskundige, amateur-archeoloog, verzamelaar van: zeldzame munten, vlinders die een natuurlijke dood zijn gestorven, miniatuurcactussen, Beatles-memorabilia, halfedelstenen en nog veel meer. Omdat Oskar, als kind, niet kan relativeren neemt hij alles serieus en laat hij zich nergens door ontmoedigen. Hij zit vol levenslust en optimisme.
Oskars moeder is een zwijgzame vrouw, die het verlies van haar man anders verwerkt dan haar zoon, maar hem het verlies op zijn eigen wijze laat verwerken. Ze slikt Oskars pijnlijke opmerkingen en heeft begrip voor de band die hij had met zijn vader. Ze wordt nergens van binnenuit beschreven, alleen door de ogen van Oskar die zo zijn eigen mening over haar `gedrag’ heeft. Hij vindt bijvoorbeeld dat ze niet genoeg huilt om zijn vader, maar hij ziet natuurlijk ook niet alles. Zijn moeder heeft ook haar geheimen, zoals Oskar die ook heeft.
Oskars grootmoeder heeft vooral veel verloren in haar leven, haar zus, haar geliefde en haar zoon. Maar met het verlies van haar zoon, komt haar man weer terug in haar leven. Dit verzwijgt ze (in eerste instantie) voor haar kleinkind, zonder dat haar motieven meteen duidelijk worden. Ze komt over als een sombere, sobere vrouw die niet veel van het leven verlangt.
Oskars grootvader is een getraumatiseerde man die door het verlies van dierbaren bang is geworden om lief te hebben. Hij is bovendien stom geworden door de traumatische gebeurtenissen waardoor hij zich moeilijk kan uiten.
Oskars vader is vooral de onbereikbare vader, zoon, echtgenoot. Onuitgesproken liefde is gedoemd onuitgesproken te blijven, tenzij er een ander communicatiemiddel voor gevonden kan worden (bijvoorbeeld brieven in zijn opgegraven grafkist doen). Hij is tegelijk ver weg als `ongelooflijk dichtbij’ door de belangrijke rol die hij nog speelt in de levens van de overige personages.
Thematiek en motieven
Foer zegt in het zelfinterview van augustus 2004 dat er zich een stel thema’s aandiende tijdens het schrijven: stilte, vindingrijkheid, angst, naïviteit, afwezigheid, het onvermogen liefde te uiten, oorlog… Rondom deze onderwerpen heeft zich inderdaad de plot van de roman gevormd. In hetzelfde interview zegt hij: “In deze roman draait alles om evenwicht: het evenwicht tussen humor en tragiek, tussen vernietiging en nieuwe uitvindingen, het Iets en het Niets, leven en dood”.
Oskars speurtocht door New York na de dood van zijn vader, zijn grootvaders onvermogen om zich uit te drukken na het bombardement in Dresden, Oskars moeder die troost zoekt bij een weduwnaar en Oskars spreekbeurt over Hiroshima benadrukken allemaal het thema ‘Hoe moet er worden omgegaan met het kwaad’.
Maar deze roman gaat zeker ook over de Liefde, al dan niet uitgesproken. Daarmee samenhangend lijkt de boodschap te zijn dat het belangrijk is om in slechte tijden steeds op zoek te gaan naar het lichtpunt, dat er altijd is.
Symboliek
De tatoeages (`ja’ en `nee’) in de handen van Oskars grootvader staan symbool voor de mogelijkheden en moeilijkheden van communicatie.
Het kaartenbaksysteem van meneer Black waarin ieder persoon is omschreven met één woord, staat voor het terugbrengen van alles en iedereen tot de essentie, de kern.
De sleutel die Oskar vindt en zijn speurtocht naar het bijbehorende slot zijn symbolisch voor de vraag en de zoektocht naar de waarheid.
De illustraties achterin het boek van de vallende persoon die achterstevoren geplaatst zijn, staan voor Oskars wens om gebeurtenissen te kunnen omdraaien en alles weer terug te brengen bij het oude. Rob Schouten concludeert in zijn recensie dat het ook een symbool is “voor de les die de geschiedenis ons leert; wie terugkijkt begrijpt de wereld beter”.
Het openen van de kist van Oskars vader hangt samen met het citaat van Albert Einstein dat Stephen Hawking in zijn brief aanhaalt: “Onze situatie is als volgt. We staan voor een gesloten kist die we niet kunnen openen” (p. 324). Dit citaat wordt door hem aangehaald in de context van het (niet kunnen) weten, het heelal bestaat immers voor het grootste deel uit onbekende materie. Het openen van Oskars vaders kist kan wellicht gezien worden als symbool voor het – een klein beetje – weten, met name wat de zin van het leven (of dood) is.
De Niets(- en Iets)plekken die Oskars grootouders in huis aanbrengen staan symbool voor de angst om te leven en lief te hebben.
Titelverklaring
Foer zegt in het zelfinterview dat hij van titels houdt die bijdragen tot de betekenis van het boek in plaats van de inhoud te beschrijven, daarom is de titel de titel. Maar vervolgens geeft hij toch een titelverklaring voor Extreem luid & ongelooflijk dichtbij. Sommige dingen in deze roman zijn luid en dichtbij. “De oorlog is luidruchtig en dichtbij – voor Oskars grootouders, die het bombardement op Dresden hebben overleefd, en voor Oskar, die zijn vader heeft verloren bij de aanslag op het World Trade Center. De toekomst is luid en dichtbij. De liefde is luid en dichtbij. Er is ook veel wat stil en ver weg is. Er zijn personages die niet spreken en personages die niet horen. Personages die de halve wereld over reizen om afstand te scheppen tussen zichzelf en degenen van wie ze houden, en personages die eindeloos door de stad dolen en niets liever willen dan thuiskomen. En dan zijn er zaken – zoals Oskars relatie met zijn vader – die tegelijk luid en stil, dichtbij en ver weg zijn.
Schrijfstijl
De ingrediënten van het boek (aanslag op Twin Towers, bombardement Dresden) zouden kunnen resulteren in een inktzwarte roman, maar Foer maakt er een licht boek van. Dat doet hij voornamelijk door het gebruik van humor; met name de vroegwijsheid van zijn hoofdpersoon levert komische zinnen op. Oskars stijl is droog, observerend, kinderlijk en feitelijk tegelijk. Hij gebruikt veel voorbeelden en zijn taal komt dicht in de buurt van spreektaal, maar is doorspekt met allerlei wijsheid en kennis, die vaak niet goed bij een jongen van zijn leeftijd passen.
In de hoofdstukken waarin Oskars grootmoeder de ikverteller is, is er sprake van een korte, beetje onhandige stijl. Typografisch staan er veel witte plekken tussen de zinnen. Het geheel heeft een staccatoritme.
Als Oskars grootvader de ikverteller is, zijn de zinnen daarentegen lang met overdadig veel komma’s tussen de zinsdelen. In zijn teksten zijn typografisch rode cirkels om enkele woorden getrokken alsof het een gecorrigeerd manuscript betreft. Hij schrijft op den duur steeds kleiner en gebruikt vellen papier opnieuw waardoor zijn verhaal uiteindelijk onleesbaar wordt.
Foer past zijn schrijfstijl dus telkens aan zijn vertellers aan en hij doet dat op zo’n manier dat je meteen de wisseling van verteller opmerkt. Bovendien krijgen de vertellers door deze eigen stem ook een eigen kenmerkend gezicht. Uit de onleesbaar geworden delen van Oskars grootvader blijkt bijvoorbeeld zijn onvermogen om te communiceren.
Discussievragen
– Hoe heb je de experimentele vorm (typografie, gebruik van foto’s e.d.) van de roman ervaren? Welk aspect van de vormgeving sprong er voor jou uit, positief of negatief?
– Welke emoties riep de roman tijdens het lezen bij je op?
– Vind je dat Foer de aanslagen op New York van 11 september 2001 op een goede manier heeft verwerkt in zijn roman? Ken je andere romans waarin de aanslagen een rol spelen? Zo ja, wat is het verschil in verwerking van dit onderwerp?
– Welk personage vind je, naast Oskar eventueel, het duidelijkst uitgewerkt?
– In meneer Blacks kaartensysteem worden personen met één woord omschreven. Met welk woord zou je deze roman omschrijven? Waarom?
– Hoe beoordeel je het evenwicht tussen tragiek en humor? Zijn ze in balans?
– Is de puzzel van Oskars speurtocht helemaal compleet of zijn er nog puzzelstukjes die niet op hun plaats vallen? Zo ja, welke?
Verder lezen
Rob Schouten, ‘De ramp en het licht’ in Trouw, 16.04.2005
Sara de Bekker, ‘Verbijsterend spel van vorm en inhoud’ in Boek 3, mei/juni 2005
Theo Hakkert, interview in Twentsche Courant / Dagblad Tubantia (GPD), 19.11.2002
Deborah Solomon, interview in NY Times Magazine, 27.02.2005
Jonathan Safran Foer interviewt zichzelf over Extreem luid & ongelooflijk dichtbij, augustus 2004
Hans Bouman, ‘Met oorlog en seks weet Amerika geen raad’, interview in de Volkskrant, 15.04.2005
Jeroen Jansen, ‘Humor en tragedie versterken elkaar’, interview in Boek 3, mei/juni 2005
Pieter Steinz, ‘Iedereen in één woord’, interview in NRC Handelsblad, 17.06.2005
Gemaakt op: 30 augustus 2005
Share