Fleur Bourgonje
Over haar leven
Fleur Bourgonje wordt op 3 april 1946 geboren in Achterveld, een dorpje in Gelderland. Haar vader was smid, net als haar grootvader. In Een huis voor het leven, haar autobiografische drieluik uit 1994, schrijft ze over het dorp en de donkere smederij. Na haar studie vertrekt Bourgonje in 1968 naar Parijs, waar ze enkele jaren woont en werkt in een opvangcentrum voor vrouwelijke clochards.
Eind 1970 gaat ze naar Zuid-Amerika. Ze woont afwisselend in Chili, Argentinië en Venezuela en reist naar andere Zuid-Amerikaanse landen. Ze schrijft gedurende de tien jaar die ze in Zuid-Amerika woont, reportages en artikelen voor Spaans- en Nederlandstalige bladen en publiceert (bij uitgeverij El Ateneo in Carácas, 1980) een studie over armoede en prostitutie in Zuid-Amerika. Ze heeft ook Zuid-Amerikaanse literatuur vertaald zoals Ben je bang voor bloed? van Sergio Ramírez. Ze trouwt met correspondent Jan van der Putten en in Buenos Aires wordt ze moeder van een dochter. Daar studeert ze ook sociale psychologie.
Eind 1980 keert ze dan terug naar Nederland. Vanaf 1981 zet ze haar werk voort door te schrijven voor De Groene Amsterdammer, NRC Handelsblad en de VPRO-radio. Ze schrijft onder andere over haar ervaringen met de verschillende regimes en over de staatsgrepen en de terreur in Latijns-Amerika. Ze richt haar reislust op Zuid-Europa, het Midden Oosten, Noord-Afrika en Australië. Elk jaar maakt ze wel een verre reis. Haar reiservaringen krijgen vaak een plaats in haar werk.

Over haar werk en thematiek
Bourgonje debuteert in 1985 als literair schrijfster met de roman Spoorloos, waarin de hoofdpersoon Hanna - net als Bourgonje zelf - haar geboortedorp in Gelderland verlaat om naar Zuid-Amerika te gaan. Deze debuutroman gaat over de positie van vrouwen onder de Chileense en Argentijnse dictaturen. In dit debuut zien we al een aantal dingen die in haar latere boeken terug zullen keren: de autobiografische trekken die de hoofdpersoon, in dit geval Hanna, vertoont, diens optreden als toehoorster en verteller, en het gegeven dat de verhalen ook los van elkaar gelezen kunnen worden. Wam de Moor schrijft in De Tijd: ”Elk hoofdstuk is te lezen als een verhaal op zichzelf van verzet tegen overheersing en verlangen naar vrijheid.” In Spoorloos vormt de hoofdpersoon het bindende element tussen de sterk op elkaar betrokken verhalen. Bourgonje ontvangt in 1986 het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte literaire debuut.
Op Spoorloos volgen heel snel de De terugkeer (1986) en de dichtbundel Stenen voor het begin (1987). De novelle De terugkeer is weer sterk autobiografisch. De hoofdpersoon overdenkt haar leven tijdens een treinreis van Parijs naar Amsterdam in flashbacks, waarin vooral persoonlijke relaties een rol spelen. Bij verschijning van haar eerste poëziebundel, Stenen voor het begin, geeft Bourgonje zelf aan dat ze zich in de poëzie het meest zuiver kan uiten door beeld, ritme en vooral de toon.
Er volgen nog enkele verhalen- en dichtbundels maar pas met de poëtische associatieve roman De bedrieglijke warmte van vuur (1993) en het autobiografische drieluik Een huis voor het leven (1994) breekt Bourgonje door naar een groter publiek.
Net als in de eerdere verhalenbundel De verstoring (1991) vindt in De bedrieglijke warmte van vuur een (doelloze) reis naar een ver oord plaats, die bewust of onbewust dient om inzicht te verwerven in het eigen `ik', terwijl intussen het eigen bestaan en de relaties daarbinnen op het spel gezet worden. Bourgonjes personages blijken vaak eenlingen, zonder binding aan plaats of personen, voor wie alleen de droom nog troost kan brengen. Dat verlies aan zekerheid en gebonden- of geborgenheid speelt ook al een belangrijke rol in het lange epische gedicht Van eenheid de breuk (1991), dat gebaseerd is op een verbroken relatie.
Een steeds terugkerend thema in haar werk is de last van het verleden die iemand in het heden meedraagt. In haar novelle Onderstroom (1995) komen een man en een vrouw voor die een verleden hebben dat ze voor elkaar verzwijgen; in de romans Oostenwind, koningskind (1997) en De dijk waarlangs we lagen (1999) voelen de personages hoezeer het verleden hen heeft bepaald; in Labyrint (2002) proberen een man en een vrouw in een Marokkaanse binnenstad het verleden van zich af te schudden. De dijk waarlangs we lagen speelt zich, in tegenstelling tot eerder proza, af in Nederland. Het gaat over een reünie die na dertig jaar plaatsvindt en van alle hoofdpersonen krijgen we fragmenten te zien uit die drie decennia. Dit verhaal gaat vooral over het verlangen naar het landschap van de jeugd.
Twee dichtbundels Sintering (2000) en Vrije val (2003), de novelle Araya (2001) en Labyrint (2002) volgen op De dijk waarlangs we lagen.
In Araya, een schiereiland in Venezuela waar iedereen betrokken is bij de zoutwinning, gaat de vrouwelijke hoofdpersoon op zoek naar de vrouw in het zwart. Die vrouw komt voor in een documentaire die ze vijfentwintig jaar geleden in Venezuela gezien heeft. De roman Labyrint gaat over twee geliefden (die elkaar op latere leeftijd hebben leren kennen) met beiden een onuitgesproken verdriet. Zonder het van elkaar te weten, worstelen ze met de dood: Paul met de dood van zijn echtgenote en Nina met de dood van haar kind. Op een vakantie in Fez raken ze elkaar kwijt in het labyrint. Dat verdwalen in het labyrint staat symbool voor het niet kunnen loskomen van het verleden.
Bourgonjes werk bevat over het algemeen veel symboliek: eilanden, reizen, drempels, water en zee komen veelvuldig voor en staan voor iets meer dan hun letterlijke betekenis. De hoofdpersonen, meestal vrouwen, bezoeken vaak onherbergzame plekken, waar mensen er op wonderbaarlijke wijze in slagen te overleven. Ze zoeken vaak grenzen op en breken weg uit het alledaagse in hun zoektocht naar een hartstochtelijk bestaan.
Een ander steeds terugkerend thema in haar werk is de onmogelijkheid om elkaar wezenlijk te kennen. Mensen gaan met elkaar om, hebben een relatie, maar kunnen nooit doordringen tot de diepste intimiteit in iemands hoofd en hart.
In 2004 verschijnt dan Nevelpaarden, een roman waarin, in tegenstelling tot diverse eerdere romans en verhalen, Zuid-Amerika niet centraal staat. In dit boek speelt het Gelderse dorp en de smederij uit Bourgonjes jeugd weer een rol en vertelt ze over mensen die een belangrijke rol in haar leven hebben gespeeld.
Ook in haar jongste verhalenbundel Aurora Australis (2006) speelt Zuid-Amerika geen rol, maar worden de verhalen gesitueerd op Tasmanië, een van de zuidelijkste eilanden op aarde. De afzonderlijke positie van dit eiland bepaalt de sfeer in het boek in sterke mate. De hitte, droogte en verlatenheid zijn haast voelbaar.

Naast romans, poëzie en verhalen heeft Fleur Bourgonje twee libretti geschreven voor hedendaagse muziekstukken. In 1986 is het libretto voor de opera Valparaiso verschenen waarvoor Boudewijn Tarenskeen de muziek schreef en die werd uitgevoerd door het Nederlands Blazers Ensemble. Ook in deze opera wordt de terreur in Zuid-Amerika aan de kaak gesteld. Het operalibretto Flora Tristan (1991) gaat over de Frans-Peruaanse feministe van die naam uit de negentiende eeuw. Louis Andriessen componeerde er de muziek voor.
Tot slot heeft ze ook hoorspelen gemaakt, zoals het hoorspel Sor Juana - over de Mexicaanse dichteres Sor Juana Inez de la Cruz (1651-1695) voor de IKON.

Waardering
Voor haar eerste roman heeft Bourgonje in december 1986 Het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte literaire debuut van 1985 gekregen.
In 1988 heeft zij voor haar hele oeuvre de Betje Wolffprijs ontvangen vanwege haar 'onafhankelijkheid van geest' en omdat `haar vrouwelijke hoofdpersonen zich bewust rekenschap geven van hun plaats in de wereld.'

Enkele reacties
Araya is een meesterwerkje. Fleur Bourgonje brengt via suggestie en associatie het ongrijpbare spel van het geheugen bijna abstract in beeld.” Menno Schenke in Algemeen Dagblad

"Vrijwel alle hoofdpersonen in haar uit meer dan tien romans, novelles en verhalenbundels bestaande oeuvre grijpen ieder voorwendsel om op reis te gaan met beide handen aan. Maar anders dan waar het documentairemakers of journalisten om te doen zou (moeten) zijn, hebben de figuren van Bourgonje geen wezenlijke belangstelling voor de mensen naar wie zij op zoek gaan. Ze willen weten hoe het er met henzelf voorstaat en of hun herinnering aan een tijd en plaats waar ze gelukkig waren iets met de werkelijkheid uitstaande heeft." Elsbeth Etty in NRC Handelsblad

Over Oostenwind, koningswind: "De opzettelijkheid van dit alles, van de plek en van de voorgenomen bezigheden, drijft de roman al in een vroeg stadium in een symbolische richting. Het eiland is geen echt eiland, maar een staat van afzondering waarin men tot zichzelf inkeert en tot een zeker inzicht komt. De droomresearch is maar een alibi voor de vrouw om weg te kunnen vluchten van huis en geliefde, het is haar reden om telkens weer banden te ontbinden, aangezien zij elke band als te knellend ervaart. Het zogenaamde onderzoek dat zij bij anderen zou moeten verrichten, is in werkelijkheid aan haarzelf besteed, zij is degene die haar eigen dromen en fantasieën wil leren kennen. De eilandroman wordt een psycheagogische roman, een zielentocht". Tom van Deel in Trouw

Bibliografie
Spoorloos (roman, 1985)
De terugkeer (novelle, 1986)
Stenen voor het begin (poëzie, 1987)
Achtergelaten land (poëzie, 1989)
Wat het water gaf (verhalen, 1989)
De verstoring (verhalen, 1991)
Van eenheid de breuk (poëzie, 1991)
De bedrieglijke warmte van vuur (roman, 1993)
Een huis voor het leven (roman, 1994)
Onderstroom (novelle, 1995)
De bruiden (verhalen, 1996)
Oostenwind, koningskind (roman, 1997)
De verhalen (verhalen, 1998)
De dijk waarlangs we lagen (roman, 1999)
Sintering (gedichten, 2000)
Araya (verhalen, 2001)
Labyrint (roman, 2002)
Vrije val (gedichten, 2003)
Nevelpaarden (roman, 2004)
In Fez (reisdagboek, 2005)
Aurora Australis (verhalen, 2006)

Bronnen
www.boekenwereld.com.
Eggels, 'Het geduld om naar verhalen te luisteren zijn we kwijt', interview in: Bzzlletin 17 (1988) 158, p. 55-61.
www.libra.nl/sniederskring/schrijvers/fb.htm
H. de Coninck, 'Magisch realisme en waarheid', in: Nieuw Wereld Tijdschrift 10 (1993) 5, p. 78-79.
Kritisch lexicon

Citaten
“Ik voel vaak de behoefte om nieuwe dingen te zien, nieuwe landen te bereizen. Ik vind het ook een uitdaging om op een plek opnieuw te beginnen. De nieuwe omgeving heeft nog geen beeld van mij, ik heb nog geen beeld van de omgeving. In zo'n situatie kun je soms een ander register opentrekken. Het verleden kun je als het ware achter je laten. Je kunt het in je geheugen bijzetten om vrijer in het heden iets nieuws te beginnen. Als dat mogelijk is. Als dat lukt. Voor mij is het een natuurlijk verlangen. Soms denk ik dat ik nomadenbloed heb” (interview in: De Groene Amsterdammer, 30 november 2002).

"Het innerlijk leven zit als kuilgras in de grond. Je kunt er overheen lopen, erop trappen. Je kunt het bij stukjes en beetjes uitgraven en weer afdekken op zo'n manier dat geen mens weet dat er onder die gladgestreken aarde, onder dat grijze plastic zeil iets schuilgaat." (uit: Een huis voor het leven, 1994).
Gemaakt op 8 juli 2006