Gloed van Sándor Márai

GloedSándor Márai
Gloed
Wereldbibliotheek, 2000 [oorspr. 1942]

Dit is het verhaal van de vriendschap tussen Henrik en Konrád, die elkaar na 41 jaar voor het eerst weer zien. Van jongs af aan waren ze onafscheidelijk, ondanks hun verschillende achtergrond en afkomst. Tot Konrád plotseling verdween, 41 jaar geleden. Ze delen een geheim en tijdens de ontmoeting wordt dit langzaam voor de lezer ontrafeld. Mij duurde het allemaal net iets te lang, maar het valt niet te ontkennen dat er mooie dingen gezegd worden. Het verhaal behandelt ook niet de kleinste thema’s; waarheid, liefde, wraak, trouw, schuld en vriendschap komen allemaal voorbij.
Beide mannen zijn aan het einde van hun leven gekomen en beseffen beiden dat hun laatste ontmoeting onvermijdelijk is geworden:

“We leven niet lang meer, want je bent teruggekomen. Dat weet jij ook heel goed. Je hebt tijd genoeg gehad om erover na te denken. Eenenveertig jaar is een lange tijd. Je hebt er goed over nagedacht, nietwaar? Maar je bent toch teruggekomen, want je kon niet anders. En ik heb op je gewacht, want ik kon niet anders. En we wisten allebei dat we elkaar nog een keer zouden ontmoeten, en dat het dan afgelopen was.”

Ik denk dat het mij nog het meest stoorde dat het perspectief zo beperkt is. Je leest alleen wat Henrik (de generaal) denkt, ziet en ervaart, niet alleen in het heden maar ook in het verleden. Konrád komt tijdens de avond en nacht van hun ontmoeting nauwelijks aan het woord. Het is een lange monoloog van Henrik en zelfs als Konrád op een gegeven moment antwoord wil geven op een vraag van Henrik, valt de laatste hem weer in de rede voordat hij zijn antwoord heeft kunnen geven.

Uiteindelijk blijft het antwoord dan ook uit. Dit is zo opvallend dat het wel een diepere betekenis moet hebben. Het is uiteindelijk niet meer belangrijk wat het antwoord is, want Henrik weet de waarheid toch wel. Net zoals hij die omtrent andere zaken ook al die jaren heeft gekend. Het doet er eigenlijk niet meer toe welke woorden Konrád (of Krisztina) er over uitspreekt. De waarheid ligt in je zelf, lijkt de boodschap te zijn. Konráds weigering om later nog antwoord te geven, bevestigt min of meer Henriks gelijk. Maar dat is voor Henrik niet belangrijk; zijn tweede vraag aan Konrád toont dit. Deze tweede vraag is eigenlijk geen echte vraag maar een retorische vraag. In feite stelt hij daarmee dat het allemaal de moeite waard is geweest, ook al is hij door twee geliefde mensen verraden, hij heeft de passie gekend die gepaard gaat met de band met hen, en zoals hij zelf zegt:

“Maar aan het fundament van het leven was de zin van al onze handelingen misschien toch deze band, die we met iemand hadden – band of passie, noem het wat je wilt. (…) Denk jij ook dat het leven geen andere zin heeft dan de passie, die op een dag ons hart, onze ziel en ons lichaam doordringt, en dan eeuwig blijft branden, tot de dood? Wat er intussen ook gebeurt? En dat we, als we dat hebben beleefd, niet voor niets geleefd hebben?”

Gloed is denk ik een boek dat stemt tot nadenken, een eigenschap die ik altijd wel waardeer in een boek. Waarschijnlijk moet ik het verhaal nog na laten sudderen om tot een duidelijker oordeel te kunnen komen.

Share