Handel in veren van Rascha Peper

Handel in verenTitel: Handel in veren
Auteur: Rascha Peper
Uitgever: Querido
Jaartal: juni 2013
Aantal pagina's: 222

BoekensalonHebbanGoodreads

four-stars
Wendela, tweeëntwintig jaar, logeert bij haar grootmoeder Minke, die getrouwd was met de inmiddels allang overleden ornitholoog Henk Bronkhorst. Halverwege de jaren vijftig ging hij op expeditie naar Nieuw-Guinea om te bewijzen dat het zeldzame Bruijns boshoen nog niet was uitgestorven. Terwijl we hem en zijn Papoea-begeleiders op hun spannende en hilarische zoektocht volgen, neemt oma haar kleindochter in 2012 langzaam in vertrouwen over wat er zich in die jaren thuis in Nederland heeft afgespeeld. Is Wendela's vader wel de jongste zoon van haar en Henk? En wie is Rick uit New York eigenlijk? Op meesterlijke wijze ontsluiert Rascha Peper het familiegeheim.

Er zijn auteurs van wie ik altijd de hardcovers of paperbacks ben blijven kopen sinds ik ebooks ben gaan prefereren. Rascha Peper is zo’n auteur. Al haar boeken staan keurig op een rij in een van de boekenkasten die nog zijn overgebleven na mijn persoonlijke e-revolutie. Met plezier kijk ik naar de ruggen, lees de titels en denk terug aan haar personages en hun passies die achter de covers schuilgaan. Het is ongelooflijk jammer dat deze specifieke rij op de planken niet verder zal uitbreiden nu de schrijfster onlangs op te jonge leeftijd is overleden. Met smart zet ik Handel in veren op de plank naast de overige boeken, nu ik deze laatste roman uitgelezen heb. Opnieuw een rug om op een later tijdstip mijmerend naar te kijken terwijl de gepassioneerde personages even weer levendig opspringen in mijn gedachten. Want onvergetelijk zijn ook deze personages weer, net als de ongebruikelijke passie die hier gethematiseerd wordt.

Dat passie een sleutelwoord is in Pepers werk is voor de liefhebber van haar werk niets nieuws. Dat personage Henk Bronkhorst gepassioneerd op zoek gaat naar een uitgestorven gewaande vogel, het Bruijns boshoen, en daarvoor een bizarre expeditie in de oerwouden van Nieuw-Guinea onderneemt, zal hen dan ook niet verbazen. Het is de vertrouwde, invoelbare manier waarop de mans passie beschreven wordt, die je als lezer onherroepelijk opnieuw meesleept in de tot mislukken gedoemde zoektocht van een ietwat tragisch personage. Peper is een meester in het laten vieren en binnenhalen van haar lezers’ aandacht doordat ze als geen ander weet te doseren en spanning weet op te bouwen. Zelfs in een roman die door haar plotselinge overlijden helaas niet af is.

Zoals Pepers redacteur in een nawoord schrijft, is Handel in veren slechts het eerste deel van een roman die Peper in gedachten had, maar waarvan ze het tweede deel niet meer heeft kunnen schrijven. Het eerste deel is een rond verhaal bevonden en daarom heeft men besloten het toch uit te geven. En hoewel ik het er mee eens ben dat het verhaal rond genoeg is, en ik zeker blij ben nog deze ruim 200 pagina’s van Pepers vertelkunst te hebben mogen lezen, moet wel gezegd worden dat de roman toch duidelijk onaf is.
Inderdaad, de hierboven beschreven verhaallijn van Bronkhorsts zoektocht naar het Bruijns boshoen is een afgerond geheel, maar dit is niet de enige verhaallijn in Handel in veren. Er is nog een hele belangrijke andere verhaallijn, die van het familiegeheim dat Minke aan haar kleindochter Wendy wil vertellen. We krijgen als lezer te weten wat dit geheim is, maar het blijft een open vraag of alle betrokkenen het ook krijgen te weten. Nu is er in een roman niks mis met open eindes maar er worden duidelijk aanzetten gegeven in de richting van een mogelijke onthulling. Ricks perspectief in New York zou vermoedelijk gaan afstevenen op een ontmoeting met Wendy die naar haar afstuderen naar de VS wil “voor een fellowship voor Columbia of, tweede keus, New Jersey.” (p. 42)

Daarnaast worden er nog enkele andere aanzetten gegeven tot verhaallijnen die veelbelovend leken, zoals die over Wendy’s vader Bernard, een frauderende wetenschapper vanuit wiens perspectief we één hoofdstuk mochten lezen. Vermoedelijk was hij in het tweede deel nog teruggekomen, temeer daar hij ook een (onwetende) betrokkene is in het familiegeheim. Nu blijft dit gissen.
En ook niet onbelangrijk, het openingshoofdstuk van de roman wordt vanuit het perspectief geschreven van een inbreker die in opdracht van een onbekende twee schilderijen komt stelen uit het huis van grootmoeder Minke. Het spel met de chronologie dat Peper hier speelt en de vragen die dit hoofdstuk oproept intrigeren. Maar helaas blijft ons onthouden welke betekenis deze indrukwekkende opening van de roman uiteindelijk in het geheel zou krijgen. Maar wie weet maakt onze fantasie nog wel iets mooiers van die betekenis dan het in een afgerond tweede deel van de auteur zou hebben gekregen.
Maar hoe aantrekkelijk gespeculeer rond zo’n onbeantwoorde vraag ook kan zijn, omdat het ook iets moois heeft als een auteur niet alles tot in de details invult, het zou hoogstwaarschijnlijk toch niet geaccepteerd worden als we hier met een roman te maken hadden gehad die niet onder deze, maar onder normale, omstandigheden zou zijn verschenen. We zijn vermoedelijk coulanter door de omstandigheden.

De kennis over die omstandigheden maakt het voor mij ook moeilijker dan anders om het boek te beoordelen. In hoeverre moet je deze roman beschouwen als elke andere verschenen roman en in hoeverre ben je toegeeflijker omdat je de situatie kent? Het is de schrijfster natuurlijk niet te verwijten dat zij haar roman niet zo heeft kunnen schrijven zoals deze bedoeld was. Tegelijkertijd vind ik het ook lastig om het de uitgever kwalijk te nemen dat ze het manuscript hebben gepubliceerd zoals het was.
Hadden zij de aanzetten tot verhaallijnen die er in een ‘normale’ roman te veel los bij hadden gehangen, weg moeten laten? Dat denk ik eigenlijk van niet, want zonder deze delen was het toch een wat minder boeiende roman geworden. Nu hebben we in ieder geval een idee van wat ons nog te wachten stond in het tweede deel, van de potentie van de roman als geheel. Hadden ze de roman misschien helemaal niet moeten uitgeven? Mijn antwoord daarop is duidelijk: liever een onaffe roman dan helemaal geen roman. Maar mijn mening is waarschijnlijk wel vertroebeld doordat ik al jarenlang een groot fan van Pepers vertelkunst ben en het altijd heerlijk heb gevonden om me even onder te dompelen in de door haar gecreëerde werelden. Zo ook dit keer en dat had ik toch niet willen missen.

banner-Schrijversdossier-terug-naar-Rascha-Peper

Share