Het grote huis van Nicole Krauss

1Het grote huisNicole Krauss (New York, 1974) schreef met Het grote huis haar derde roman. Ze is geen snel- en veelschrijfster, maar haar romans zijn zo rijk en doorwrocht, dat je je goed voor kunt stellen, dat ze de tijd moet nemen om ze te schrijven.
En dat is wat de lezer ook moet doen: de tijd nemen om haar romans te lezen en herlezen, want Krauss werkt met verschillende vertellers, verschillende tijden en verschillende verhaallijnen. En tussen al deze verhaallijnen zijn zoveel dwarsverbindingen dat de meester lezers die niet meteen bij een eerste lezing allemaal kunnen leggen, deze lezer in ieder geval niet. Dat maakt Krauss’ werk niet gemakkelijk, maar wel rijk en verrijkend en voor mij een heus leesavontuur.

De roman bestaat uit twee delen die elk onderverdeeld zijn in vier hoofdstukken. We maken kennis met vijf verschillende ikvertellers, herkenbaar aan de titel van ieder hoofdstuk. Drie van de vier vertellers uit deel I komen in deel II terug.
Als eerste maken we kennis met Nadia, een schrijfster, woonachtig in New York. Zij ontmoet in 1972 de jonge Chileense dichter Daniel Varsky van wie ze een monstrueus groot bureau met ontelbaar veel laden in bruikleen krijgt. Aan dit bureau schrijft ze haar boeken totdat ene Lea Weisz het in 1999 opeist en meeneemt naar Jeruzalem. Zij geeft zich uit voor Daniëls dochter.
Dan ontmoeten we een gepensioneerde openbare aanklager in Jeruzalem die net zijn vrouw heeft begraven en terugkijkt op zijn (nog steeds) moeizame relatie met zijn jongste zoon Dov.
De derde verteller is Arthur die met Lotte, zijn Duits vrouw, een schrijfster, in Londen woont. Het enige dat zij in hun huwelijk meenam was een enorm bureau met veel laden. In 1970 duikt Daniel Varsky in hun leven op en Lotte geeft het bureau aan hem. Na Lottes dood ontdekt Arthur dat zij een groot geheim met zich meedroeg.
De vierde verteller is Isabella. In 1998 ontmoet zij Joav Weisz, op wie zij smoorverliefd wordt. Hij woont samen met zijn hoogbegaafde zusje Lea in Londen. Hun vader reist de hele wereld af om meubels terug te halen die door de nazi’s in de tweede Wereldoorlog zijn onteigent. Hij is de laatste verteller aan het einde van het boek.

Het bureau duikt als een leidmotief telkens op en verbindt alle levens met elkaar. Het bureau is als de roman zelf, je trekt een laatje open en komt weer een ander leven tegen. En zoals de laatjes allemaal in het bureau horen, zo hebben ook alle personages met elkaar te maken, ook al kennen ze elkaar niet allemaal persoonlijk. Het bureau is dus ook als het leven zelf.

Lang blijft het onduidelijk waarom de roman ‘Het grote huis’ heet en niet ‘Het bureau’. Aan het einde vertelt Weisz sr. aan Arthur over Jochanan ben Zakkai, de eerste-eeuwse rabbijn die zijn eigen leerschool stichtte nadat de tempel in Jeruzalem was verwoest door de Romeinen. Die leerschool is het grote huis waarvan elke joodse ziel zich maar een fragment herinnert. De fragmenten samen vormen het geheel, zoals de fragmenten uit het boek samen zicht bieden op het geheel en zoals alle joodse personages, verspreid over de wereld, schrijvend of niet schrijvend, samen het jodendom vormen. Noch de Romeinen, noch de nazi’s hebben hen vernietigd.
Als lezer moet je afstand nemen om het huis te overzien en als lezer weet je meer dan de personages afzonderlijk.
Als je het boek uit hebt, zijn er nog allerlei vragen te beantwoorden. Wie is de ‘edelachtbare’ tot wie Nadia haar relaas richt en wie is de oude man die zij op Lea’s adres ontmoet? Hoe zit het precies met het geheim van Lotte? Welke reis maakte het bureau precies en waar is het nu?

Nog maar een keertje lezen! Heerlijk! En nog maar eens genieten van Krauss’ stromende taal. komt op mijn lijstje ‘Boeken voor op een onbewoond eiland’.

 Nicole Krauss | Het grote huis | Anthos | oktober 2011|  342 pagina's | € 12,50
Share