Het huis van de moskee van Kader Abdolah

Kader Abdolah
Het huis van de moskee
De Geus, 2005

 

Korte inhoud
De familie van Aga Djan is al eeuwenlang de belangrijkste familie in de Iraanse stad Senedjan. Zij wonen in het huis naast de Djomè-moskee, de grootste moskee van een stad waar het vrijdaggebed wordt gehouden. Van generatie op generatie komt de imam van de moskee uit de familie van Aga Djan; als het verhaal opent, is dit zijn neef Alsaberi. Als tapijtverkoper staat Aga Djan bovendien aan het hoofd van de bazaar en heeft economische macht.
Kader Abdolah vertelt in deze roman over de geschiedenis van Iran door in te zoomen op de invloed van de gebeurtenissen op deze familie. Als de revolutie wordt voorbereid en uitbreekt, komt de samenleving onder druk te staan en verliest de familie langzaamaan al hun invloed en zekerheden.

 

Titelverklaring
De roman opent met: “Er was eens een huis, een oud huis, dat ‘het huis van de moskee’ heette” (p. 9). Het gaat om het huis waar de familie van Aga Djan woont, gelegen naast de moskee. Het speelt een centrale rol in het verhaal. Het staat letterlijk voor het woonhuis van de familie, maar figuurlijk ook voor het leven in de schaduw van religie.

 

Personages
Het huis van de moskee wordt bewoond door de drie neven Aga Djan (hoofd van het huis en de bazaar), Alsaberi (imam van de moskee) en Moázen (omroeper van de moskee) en hun gezinnen.
Het gezin van tapijtverkoper Aga Djan bestaat uit: Fagri Sadat, de vrouw van Aga Djan; Djawad, hun zoon en Nasrin en Ensi, hun dochters.
Moázen bewoont alleen met zijn zoon Shahbal het huis. Shahbal wordt schrijver en wordt in het boek omschreven als de man die later het verhaal van de moskee vertelt.
Het gezin van imam Alsaberi bestaat uit: Zinat, zijn vrouw (die verhalen vertelt); Sediq, hun dochter en getrouwd met Galgal; Ahmad, zoon van Zinat en Alsaberi en de opvolger van de imam, schoonzoon Galgal, de rebellerende invalimam die later de rechterhand van Khomeini wordt en Hagedis, de zoon van Sediq en Galgal.
Verder wordt het huis nog bewoond door de grootmoeders, tot het moment waarop zij op bedevaart naar Mekka gaan. En Nosrat, de broer van Aga Djan (fotograaf en levensgenieter) bezoekt het huis regelmatig.

 

Structuur
Het huis van de moskee bevat veertig getitelde hoofdstukken. De titels hebben namen van dieren, personages, plaatsen of voorwerpen en ze zijn meestal kort.
Iets over de helft van het verhaal staat het hoofdstuk ‘De stille jaren’ (234-240), waarin wordt vooruitgewezen naar de omslag in het leven in Iran. Twee hoofdstukken verder in het hoofdstuk `De sprinkhanen’ is het keerpunt in de roman. De veranderingen in het huis zijn eerder al begonnen met het vertrek van de grootmoeders die niet meer terug thuis zijn gekomen van hun bedevaart naar Mekka. In het hoofdstuk ‘De sprinkhanen’ brengt een koetsier twee zakken met de gevonden botten van de grootmoeders terug, maar Aga Djans hoofd staat er niet naar om te zorgen voor een eervolle afhandeling want het is de dag dat zijn zoon Djawad na zes maanden terug naar huis zou komen. Als de familie na een gezellige avond aan het natafelen is, komt er een enorme sprinkhanenplaag over het stadje die alles op zijn weg verslindt inclusief de zakken met botten van de grootmoeders. Niets is meer hetzelfde als voor de komst van de sprinkhanen. De eerste bommen ontploffen al gauw en kondigen de komst van Khomeini aan.
De hoofdstukken tot aan het keerpunt beschrijven de gematigde jaren onder bewind van de Amerika gezinde sjah, de latere hoofdstukken gaan over de dictatoriale heerschappij van Khomeini.
Al in de eerste helft bouwt Abdolah de spanning op door kleine vooruitwijzingen. Maar qua toon en sfeer zijn deze eerste hoofdstukken heel anders dan de laatste. In het begin is het verhaal veel sprookjesachtiger; kleurrijke personages worden geïntroduceerd, anekdotes over dorpelingen worden verteld, de gebeurtenissen in het huis van de moskee worden beschreven In de tweede helft zijn de gebeurtenissen gruwelijk en is de sfeer veel grimmiger. Vrienden worden vijanden en het is niet meer duidelijk of mensen maskers dragen of juist hun masker hebben laten vallen.
Abdolah heeft in zijn roman mooie gedichten over liefde, geloof en vriendschap opgenomen die hij uit de oud-Perzische literatuur heeft vertaald.

 

Tijd en ruimte
Het verhaal speelt zich af van eind jaren zestig tot in de jaren negentig van de twintigste eeuw. Immers de maanlanding van 1969 speelt in een van de eerste hoofdstukken een rol als er voor het eerst in het huis van de moskee naar de televisie wordt gekeken.
De ontwikkelingen worden in chronologische volgorde verteld. Abdolah beschrijft allerlei historische gebeurtenissen in zijn roman waaraan de voortgang van de tijd afgemeten kan worden, zoals de vlucht van de sjah van Perzië en zijn vrouw Farah Diba naar de Verenigde Staten in 1976 en de daaropvolgende komst van Khomeini naar Iran. Ook de dood van Khomeini is terug te voeren naar een jaartal: 1989.

 

Plaats van handeling in de roman is voor het grootste deel van het verhaal de islamitische gemeenschap Senedjan. Ook in Spijkerschrift, een eerdere roman van Abdolah, speelde dit plaatsje al een rol. Het zit in zijn rituele opvattingen tussen het westerse Teheran en het islamitisch radicaliserende Qom in. Het leven in Senedjan is aan het begin van de roman gematigd islamitisch, maar men wordt in de loop van de tijd steeds intoleranter. Aga Djan ziet dit met lede ogen gebeuren.

 

Perspectief en verteller
Het verhaal van Het huis van de moskee wordt verteld door een alwetende verteller die niet nadrukkelijk aanwezig is, want hij richt zich nergens rechtstreeks tot de lezer. Zijn alwetendheid blijkt uit zijn kennis van de gevoelens en gedachten van alle personages. Bijvoorbeeld op p. 179 worden de gedachten en gevoelens van twee personages beschreven in enkele op elkaar volgende zinnen:
“Maar de imam wist dat hij een groot risico nam met Zinat. En dat Aga Djan hem meteen het huis zou uitzetten als hij erachter kwam.
Zinat voelde zich ongemakkelijk bij haar positie als tweede vrouw. Ze schaamde zich dat ze met de invalimam in de moskee in bed lag, (…)”.
Ook weet de verteller wat er gebeurt op verschillende plaatsen tegelijk, zoals op pagina 324: “De zon was nog niet opgekomen en de bevolking van Senedjan lag nog in bed toen negen jonge mannen uit het Rode Dorp geëxecuteerd werden”.
Het perspectief ligt vaak bij het hoofd des huizes, Aga Djan. Zijn visie op de ontwikkelingen in zijn land kenmerkt zich door gematigdheid en standvastigheid. Hij is niet helemaal gelukkig met de Amerikaanse invloed van het beleid van de sjah, maar wil ook niet meegaan met het extremistische bewind van Khomeini. Hij verbaast zich over het feit dat mensen in zijn omgeving plotsklaps anders, zelfs het tegenovergestelde, blijken te zijn of denken dan voorheen. Niet alleen Aga Djans perspectief krijgt een plaats, ook van andere familieleden wordt de visie op de gebeurtenissen verwoord.

 

Thematiek
Abdolah zegt zelf – op de achterflap en de website van zijn uitgever – over zijn boek:
“Ik heb dit boek voor de westerse wereld geschreven. Het gaat over mensen, over kunst, over religie, over seks, over film, over het belang van radio en televisie. Ik heb geprobeerd de gordijnen opzij te schuiven en de islam als levenswijze te laten zien. (…) Het huis van de moskee gaat over de islam. De westerse wereld krijgt de laatste jaren een eenzijdig beeld van de islam. Maar het agressieve gezicht van de islam is slechts een kant, een gevaarlijke kant weliswaar, maar een beperkte. Met deze roman wil ik de zachte islam laten zien. Het is een samenleving waarin religie en maatschappelijk leven met elkaar verbonden zijn. (…) Ik laat het dagelijks leven zien. Hoe mensen ondanks verschillen altijd het evenwicht blijven zoeken en vinden. En hoe de veranderende omstandigheden die harmonie aantasten.”
De schrijver zegt dus zelf dat de roman over de islam gaat. Hij heeft met dit boek geprobeerd een beeld te schetsen van de betekenis van de islam aan de hand van de gebeurtenissen in Iran. Abdolah schetst hoe het land zich ontwikkelt in de jaren zestig naar een moderne samenleving onder invloed van de op Amerika georiënteerde sjah. Daarop volgt de tegenbeweging onder invloed van de strenge ayatollah Khomeini die leidt tot de revolutie en een samenleving die sterk doordrongen is van de islam.
In zijn verantwoording achteraf zegt de schrijver dat de verhalen in zijn roman op historische gebeurtenissen zijn gebaseerd, maar dat alle namen en verhalen die naar de realiteit verwijzen toch naar de wetten van de literatuur gelezen moeten worden.

 

Motieven en symboliek
Meteen al in het eerste hoofdstuk komt het sprookjesmotief aan bod: de openingswoorden zijn Alef Lam Miem, de Perzische variant voor Er was eens, waarna het verhaal van de mieren wordt verteld die uit en weer als dikke touwen terug in de muur marcheerden. Later worden meer van dit soort sprookjesachtige verhalen verteld, waarin vaak dieren een hoofdrol spelen.
Tradities en rituelen spelen eveneens een belangrijke rol in het boek. Zo lezen we over de wasrituelen van de imam in de hooz voor zijn preek, vernemen we over wat de Koran zegt over het hebben van bijvrouwen, en lezen we over de gewoontes op en rond de bazaar of tijdens feestelijke gebeurtenissen. Het dagelijkse en geestelijke leven kent tal van tradities en rituelen. De reis naar Mekka als onderdeel van je leven is daar ook een voorbeeld van. De schatkamer onder de moskee waar alle imams van de moskee begraven liggen en waar geheimen en spullen bewaard worden, staat symbool voor de oude tradities en rituelen.
Sociale posities zijn daarbij niet van ondergeschikt belang. De imam van de Djomé-moskee (waar het belangrijke vrijdaggebed wordt gehouden) geniet veel aanzien, net als het hoofd van de bazaar. Het zijn posities met invloed en een zekere bescherming omdat men altijd wel geholpen wordt door anderen met een belangrijke sociale positie. In het verhaal wordt echter duidelijk dat de sociale invloed en bescherming ook van het ene op het andere moment kan verschuiven.
Een ander motief dat in de roman aanwezig is, is dat van de liefde en seksualiteit. Er wordt geschreven over de huwelijken in het huis van de moskee, in dat van Alsaberi en Zinat is er bijvoorbeeld geen sprake van een seksuele band, terwijl erotiek in het huwelijk van Aga Djan en Fagri Sadat wel een rol speelt. Zinats seksuele gevoelens voor de invalimam komen ook uitgebreid aan bod. En dan is er nog de erotische Perzische poëzie die Aga Djan in de bibliotheek vindt, vermoedelijk achtergelaten door een van de jongeren, die hij afkeurt maar tegelijkertijd bij zich houdt.
Tot slot speelt het motief van verraad en corruptie een rol in het boek. Zowel ten tijde van de sjah als van Khomeini moet men op z’n hoede zijn voor de geheime dienst of voor de `rechters van de islam’. Overal zijn er spionnen en moet men oppassen om geen `regels’ te overtreden. Om die reden kost het Aga Djan en Shahbal bijvoorbeeld zoveel moeite om een legaal graf te vinden voor Djawad, want ook al wil men hen wel helpen, ze zijn bang om verraden te worden.
De kraai keert op verschillende momenten terug in het verhaal. Zijn gekras kondigt vaak onheil aan, of wordt opgevat als een waarschuwing. Meerdere dieren krijgen in de roman een symbolische rol toebedeeld, zo staat de koe voor onschuld, de vogels voor vernieuwing (en inspiratie), de ezel voor schande en de sprinkhanen voor onheil.
Als symbool voor de westerse invloed worden zaken als radio, televisie, make-up en bioscoop opgevoerd.

 

Schrijfstijl
Abdolahs stijl is helder en beeldend. Zijn Nederlands loopt niet overal even soepel, zijn taal kenmerkt zich bijvoorbeeld door het gebruik van de opsomming (met woorden als ‘toen’, ‘na’, ‘en’, ‘nadat’), maar zijn vertelkracht is groot. Door het gebruik van relatief veel dialogen en de veelvuldige weergave van gedachten van personages leest het verhaal vlot en wordt het vertelde invoelbaar. Toch is er genoeg afstandelijkheid dankzij het inzetten van de alwetende verteller en de bijbehorende derde persoonsvorm.

 

Discussietips
1) Hoe beoordeelt u de schrijfstijl van Abdolah? Is er een verschil in de stijl voor en na de ommekeer in de roman (zie onder het kopje Structuur)?
2) Het lijkt dat Abdolah met deze roman sympathie probeert te kweken voor een islam die staat voor gematigdheid, tolerantie en rechtvaardigheid. In hoeverre is hij daarin geslaagd?
3) Vindt u dat de vrouwelijke stem voldoende aan bod is gekomen in Het huis van de moskee? Waaruit blijkt dat?
4) Wat is volgens u typisch Perzisch (of on-Nederlands) aan de vertelling?
5) Wat vindt u van de hoeveelheid personages die het verhaal bevolken?
6) Vindt u het verhaal meer een familie-epos of meer de geschiedenis van Iran? Of (geen van) beide?
7) Wat is uw oordeel over de passages uit de Koran en de Perzische literatuur, zoals de verhalen en gedichten? Waren ze voor u een waardevolle toevoeging of juist niet? Waarom (niet)?

 

Verder lezen
Strijbosch, Clara. ‘Vogels vangen op de binnenplaats’, in de Volkskrant, 16.12.2006.
Pronk, Iris. ‘Ik heb kelders vol kisten in mijn hoofd’, interview in Trouw, 02.04.2005.
Etty, Elsbeth. ‘Iedereen moet verwijderd worden’, in NRC Handelsblad, 02.12.2005.
Goedegebuure, Jaap. ‘Kader Abdolah neemt wraak’, in Trouw, 26.11.2005.
Hakkert, Theo. ‘Het leven is goed aan de zachte kant van de islam’, in Het Parool, 24.11.2005.
Share