Het lelietheater van Lulu Wang

Lulu Wang
Het lelietheater

Vassalluci, 1997

DE SCHRIJFSTER
Lulu Wang is in 1960 in Peking geboren. Haar voornaam betekent ‘twee druppels ochtenddauw’ en Wang is een veelvoorkomende naam in China en kan worden vertaald als ‘koning’. Lulu Wang heeft haar jeugd in China doorgebracht en in 1986 is ze naar Nederland gekomen om als docente Chinees aan de Hogeschool van Maastricht te gaan lesgeven. Over de periode kort na aankomst in Nederland zegt Lulu Wang in een interview met Elsbeth Etty: “Ik kende niemand hier, dat was heel moeilijk. Om niet gek te worden ben ik naast 25 uur per week lesgeven, gaan schrijven”. Het resultaat daarvan is haar bijna 500 bladzijden tellende debuutroman Het lelietheater: een jeugd in China.
Lulu Wang heeft zeven jaar aan dit boek, dat gebaseerd is op haar persoonlijke ervaringen, gewerkt. Toch wil de schrijfster het boek niet voor honderd procent een autobiografie noemen, omdat de details niet geheel rijmen met de feiten en bovendien zijn de personages -op Mao Zedong na – allemaal fictief. Toch komen veel gegevens overeen met de werkelijkheid. Zo heeft Lulu Wang, net als het hoofdpersonage Lian, een huidziekte. Ook zij is opgegroeid in de tijd van de Culturele Revolutie en is op haar dertiende in een strafkamp op het platteland beland. Ook om haar heen werden mensen en dieren gemarteld, verklikten mensen elkaar en heerste er terreur en dood. En zij heeft, net als Lian, leermeesters in het kamp gehad die haar leerden zelfstandig te denken. Lulu Wang had eveneens een ‘lelietheater’, een vijver met lelies waar ze naar toe ging om over zichzelf na te denken.
Het lelietheater stond al voor de verschijning volop in de belangstelling. Op de Frankfurter Buchmesse in 1996 werden de vertaalrechten verkocht aan maar liefst elf landen, hetgeen uniek mag heten voor een nog te verschijnen debuutroman. Deels is deze interesse te danken aan het enorme succes van Wilde Zwanen van Jung Chang. Wang zegt over het verschil tussen haar boek en Wilde Zwanen: “Jung Chang heeft geschreven hoe het was, ik heb geschreven hoe het voelde”. In Nederland en Vlaanderen bereikte Het lelietheater binnen korte tijd de eerste plaats van de Boeken Toptien, op welke positie het zich geruime tijd heeft weten te handhaven.

INHOUD
Het lelietheater speelt zich af in China in de jaren 1971-1974 ten tijde van de Culturele Revolutie. Het is het verhaal van het kleine meisje Lian wiens ouders ten tijde van de Culturele Revolutie in een strafkamp worden geplaatst omdat zij intellectuelen zijn. Nadat bij Lian een huidziekte is geconstateerd, wordt zij bij haar moeder in het strafkamp geplaatst. In het kamp krijgt zij privélessen van de diverse leraren en professoren die daar gevangen zitten. Ze krijgt onder andere les van de beroemde professor Qin. In het kamp leven geen andere kinderen van haar leeftijd en daarom `praat’ ze met de kikkers en de krekels in de vijver bij het strafkamp.
Na een jaar, in 1973, mogen Lian en haar moeder naar huis. Lian keert terug naar haar oude school en naar haar vriendin Kim. Kim is een meisje uit een arm gezin, dat op school altijd gepest wordt vanwege haar afkomst. Lian koestert deze haast onmogelijke vriendschap en wil er voor vechten. Ze helpt Kim om op verschillende vlakken de beste van de klas te worden. Maar de kinderen zijn genadeloos in hun veroordeling van iemand van een lagere klasse. Kim verdwijnt dan van school om later terug te komen en tijdens een werkvakantie van school wraak te nemen op al diegenen die haar vroeger geterroriseerd hebben.

PERSONEN
Lian is een meisje uit de eerste kaste, omdat haar ouders intellectuelen zijn. Hoewel het kastesysteem officieel is afgeschaft door Mao, de leider van China, blijft de strijd tussen de eerste-, tweede- en derdekasters bestaan. Lian probeert zich te onttrekken aan deze strijd door zich niets aan te trekken van de reacties van haar klasgenoten op haar vriendschap met Kim, een meisje uit de derde kaste. Lian is een intelligent kind, dat zelfstandig leert te denken en niet alleen de Partij-ideologie napraat. Ze blijft ondanks diverse tegenslagen in haar leven, de positieve kanten onder ogen zien. En ze probeert ook dit optimisme over te brengen op haar vriendin Kim.
Kim is een arm meisje uit de derde kaste. Ze heeft geleerd zich te handhaven en te overleven door haar gevoelens af te sluiten. Lichamelijk is ze erg sterk. Kim bekijkt haar sociale positie veel nuchterder dan Lian. Kim berust in haar lage afkomst en heeft in die zin geen vechtersmentaliteit. Op het eind van het boek eist ze een rechtvaardiging op voor al het onrecht dat haar is aangedaan, maar deze wraakactie komt onverwachts gezien haar berustende karakter en wordt dan ook teweeggebracht door factoren buiten haarzelf.

THEMATIEK
De belangrijkste verhaallijn in Het lelietheater is de vriendschap tussen Lian en Kim die door alle lagen van de bevolking heen kan bestaan. Het wordt echter moeilijk om de vriendschap te handhaven als de invloeden van buitenaf groter worden. Het terrorisme van de klasgenootjes van Kim heeft zijn weerslag op haar, waardoor de vriendschap met Lian sterk onder druk komt te staan.
Algemeen gesteld kan men zeggen dat het thema van deze roman is: de invloed die maatschappelijke en sociale factoren kunnen hebben op het persoonlijke leven van mensen. Het duidelijkst is die invloed op de vriendschap tussen Lian en Kim, maar ook op andere vlakken is zij zichtbaar. Zo heeft de politiek een grote invloed op de geestelijke ontwikkeling van kinderen, aangezien het onderwijs gericht is op de Partij-ideologie. De verbanning van Lians ouders naar strafkampen heeft voor haar allerlei gevolgen. Ze krijgt bijvoorbeeld een huidziekte die ze anders misschien niet had gekregen, en ze krijgt privélessen van de beste docenten. Ook de vriendschap met Kim heeft invloed op Lians leven en omgekeerd, omdat ze op deze manier met verschillende manieren van leven in aanraking komen.

TITELVERKLARING
De titel Het lelietheater slaat op het meertje achter de barakken van het heropvoedingskamp waar Lian en haar moeder verblijven. Lian zit graag bij deze vijver en vertelt dan aan de waterplanten en de kikkers en de krekels de wisselende interpretaties van de geschiedenislessen die ze krijgt van professor Qin. De planten en de dieren zijn haar toehoorders en ze noemt deze plek het lelietheater.
Lian zit vol met vragen over de geschiedenis van haar geboorteland. Wat is de waarheid? De propaganda op school, het ellendige leven tussen de gevangenen, of de lessen van Qin? Om hier een antwoord op te vinden, raadt Qin haar aan om haar gedachten te formuleren en uit te spreken, hetgeen ze doet in haar eigen gecreëerde lelietheatertje. Want haar vragen en theorieën voorleggen aan haar moeder of andere gevangenen heeft geen zin, omdat zij te moe zijn, als ze terugkomen van de dwangarbeid, om te luisteren of antwoord te geven.

MOTTO EN STRUCTUUR
Het motto van het boek is een boeddhistische spreuk die luidt:
“De zee/ van droefenis/ strekt zich uit/ tot in het oneindige
Maar/ keer u om:/ aan uw voeten/ ligt de veilige kust”
Deze spreuk duidt de tweezijdigheid van het kennen van geluk aan. Men kan niet weten wat geluk is als men niet ook weet wat droefenis is. Tegelijkertijd spreekt er een zeker optimisme uit deze spreuk. Ook al lijkt de huidige droefenis oneindig, men weet dat er ook een situatie mogelijk is waarin dit geen prominente plaats inneemt. Voor die situatie staat de veilige kust. Met andere woorden na huilen komt lachen, zoals Lulu Wang in een interview zelf zegt. Als we dit motto toepassen op het boek is het voor de hand liggend om de zee van droefenis die oneindig lijkt, te betrekken op de politieke situatie in China; een situatie die vooral weerspiegeld wordt in de verbanning van Lian en haar moeder naar het strafkamp. De veilige kust is dan terug te vinden in de thuissituatie waar Lian en haar moeder weer naar terugkeren na hun verblijf in het kamp.
Uit interviews met Lulu Wang blijkt dat zij deze spreuk ook op haar leven van toepassing vindt. Ze zegt hierover tegen Ingrid de Bie van het blad Humo dat ze denkt dat ze nu gelukkiger is dan degenen die niet zoveel hebben meegemaakt als zij.

Daarnaast hebben alle vier de delen afzonderlijk nog een motto in de vorm van een gedicht van een oude dichter. Dat van het eerste deel luidt: “Ik weet niet/ hoe berg Lu eruitziet/ Ik zit er middenin”. Dit slaat op het niet kennen van de geschiedenis, van hetgeen er met je gebeurt als je er nog middenin staat. Er moet eerst een zekere mate van afstand genomen worden, alvorens je begrijpt wat je is overkomen. Lulu Wang neemt die afstand, zo blijkt uit interviews, tot haar eigen leven ook pas na jaren in Nederland te wonen. Dan kan ze pas over haar jeugdjaren schrijven. Dit eerste deel beslaat het jaar 1972, het jaar waarin zij samen met haar moeder in het strafkamp verblijft.
Het motto van het tweede deel is: “In de hemel als één biyi-vogel/ elk één vleugel en één oog/ eenzelfde ritme en eenzelfde doel/ Twee lianli-takken hier op aarde/ ontsproten aan één wortel”. Dit deel speelt zich af in 1971, het jaar voorafgaand aan het eerste deel. Hierin wordt het begin van de vriendschap tussen Lian en Kim beschreven en dit motto slaat op de twee meisjes, de twee lianli-takken die zich verenigen in vriendschap.
Het motto aan het begin van het derde deel luidt: “Als ze zich omdraait en glimlacht/ springen de dahlia’s uit hun knop/ Waar ze ruisend voorbijgaat,/ schieten de leliën hoog op”. In dit deel wordt de thuiskomst van Lian en haar moeder beschreven in het jaar 1973 en de verdere ontwikkeling van de vriendschap tussen Lian en Kim. In dit deel helpt Lian Kim om beter te presteren op school en ook in de sport. Als gevolg van die hulp bloeit Kim na een tijdje helemaal op en het motto heeft betrekking op deze wisselwerking tussen de twee meisjes. Lian brengt door haar terugkomst hoop en (tijdelijk) geluk voor Kim; zij doet Kim opbloeien.
Het motto van het vierde deel, dat zich in 1974 afspeelt, luidt: “Zelfs een kaars/ draagt een vurig hart/ en druppelt rode parels/ voordat het afscheid u omhelst”. In dit deel komt de vader van Lian weer thuis uit gevangenschap, als gevolg van een bevel van Mao. Het gevolg van dit bevel is dat de eerste kasters weer meer van hun privileges terugkrijgen. Lian neemt Kim mee naar een nieuwjaarsfeest voor eerstekasters. Langzaam raakt Kim meer en meer doordrongen van het verschil tussen haar en Lians kaste, hoewel Lian juist probeert dit verschil teniet te doen door Kim overal in te betrekken. Kim keert zich hierdoor juist van Lian af en besluit haar lot in eigen hand te nemen. Ze raakt betrokken bij een criminele bende en komt niet meer naar school. Voor haar is dit de enige manier om het ‘respect’ van haar klasgenoten te krijgen; zij zijn nu stuk voor stuk bang voor haar. De kaars in het motto staat voor Kim die zich plotseling “bekeert” tot haar eigen kaste, vandaaruit een gevecht aangaat waarbij ze ook slachtoffers maakt. Ze blijkt ineens een vurig hart te bezitten door te laten zien dat ze wil vechten voor wie ze werkelijk is, namelijk een derdekaster die voor zichzelf kan zorgen (denk aan haar rol binnen het gezin) en niet de slappe meid die zich laat pesten en vernederen om er bij te horen. De rode parels symboliseren in deze context de slachtoffers die ze daarbij onvermijdelijk maakt, waaronder ook Lian. Het afscheid tussen haar en Lian is door de acties van Kim onvoorkoombaar geworden, maar Lian blijft trouw aan de vriendschap ondanks het verraad van Kim, vandaar dat het afscheid “omhelst”. Vooral in dit laatste deel wordt duidelijk hoe groot de invloed kan zijn van maatschappelijke en sociale factoren op het innerlijke, persoonlijke leven van mensen.

PERSPECTIEF
Het perspectief ligt in het boek voortdurend bij de hoofdpersoon Lian. Het verhaal is echter niet in de ik-vorm geschreven, maar in de derde persoon. Hoewel het verhaal grotendeels is gebaseerd op de ervaringen van de schrijfster zelf (zie het stuk over de schrijfster) is het niet als een autobiografie geschreven; de naam van de hoofdpersoon verschilt van die van de auteur.

STIJL
Lulu Wang schrijft helder en eenvoudig. Tegelijkertijd is haar taal beeldend en bloemrijk. Bijzonder is dat ze het boek rechtstreeks in het Nederlands heeft geschreven, terwijl haar moedertaal het Chinees is. Ze zegt dat het schrijven in het Nederlands noodzakelijk was, om afstand te kunnen nemen tot het onderwerp. Het is Nederlands met een Chinese smaak geworden en ze zegt in een interview met Het Parool dat dit ook de bedoeling was: “Wat me voor ogen stond was een taalkundig halfbloedje te scheppen. Ik wilde het beste van twee talen. Nederlands is heel helder en direct. Dat bevalt me, maar ik vind het niet genoeg. Ik wilde dat heldere en directe van de Nederlandse taal kruisen met het tedere, bloemrijke en beeldende van het Chinees”. Dit is te merken aan het feit dat Lulu Wang veel Chinese uitdrukkingen en gezegden gebruikt en veel onomatopeeën (dit zijn woorden waarvan de klank overeenkomt met de betekenis ervan, oftewel klanknabootsende woorden). Een voorbeeld van het bloemrijke element in haar stijl is wanneer moeder tegen Lian zegt: “Let goed op jezelf” en daaraan toevoegt: “Doe alsof jouw ogen de mijne zijn!”. In een interview met Trouw zegt Lulu Wang hierover: “Wij Chinezen houden van beelden, en als ik Nederlandse woorden niet kan vinden, gebruik ik die. Mijn gebrek is zo mijn kracht geworden. Beelden zijn ook sterker dan woorden.” In ditzelfde interview geeft ze het voorbeeld hoe Chinezen `ik hou van jou’ zeggen; ze gebruiken daarvoor beelden: “Zelfs als de bergen afgevlakt zouden worden, en de zeeën uitgedroogd, zou ik toch van je blijven houden”.

GEBRUIK VAN SYMBOLEN
Lulu Wang maakt graag gebruik van symbolen. In haar dankbetuiging zegt zij dat zij dit boek beschouwt als een watermeloen. Hiermee tilt zij het boek zelf op een symbolisch niveau. Het boek is een vrucht die tot rijping is gekomen, maar dat rijpingsproces had nooit tot stand kunnen komen zonder een aantal factoren, waar zij dank aan is verschuldigd.
Zo tilt ze ook het meertje achter de barakken in het strafkamp op een symbolisch niveau, door het het lelietheater te noemen. Daarmee wordt het een plek waar zij voordrachten houdt in plaats van zomaar een plek waar zij naar toe gaat om alleen te zijn en na te denken.

DISCUSSIEPUNTEN
1) Welke passage vind je het mooist en het meest ontroerend?

2) Waarom voelt Lian zich aangetrokken tot Kim en wil zij vechten voor hun vriendschap, denk je?

3) Wat vind je van de schrijfstijl van de auteur? Vind je het boek vlot lezen? Zou dit iets te maken hebben met de mengeling van Nederlandse en Chinese taalkenmerken?

4) In een gesprek met Peter Janssen van De Stem zegt Lulu Wang: “Het allermooiste dat ik in Nederland heb ontdekt, is godsdienst”. Was het je opgevallen dat godsdienst in het leven van Lian en de andere personages geen rol speelt? Wie of wat is in hun levens de vervanger van godsdienst? Uit welke passages blijkt dit?

5) Een belangrijk motief in het boek is wreedheid. Welke vormen van wreedheid komt men tegen in de roman? Welk standpunt neemt de verteller in ten opzichte van deze verschillende vormen van wreedheid?

6) Hoe wordt in de roman met de (on)gelijkheid tussen mannen en vrouwen omgegaan? Kun je voorbeelden noemen waaruit blijkt dat mannen en vrouwen ongelijk zijn? En voorbeelden waarin zij gelijk zijn?

7) Het boek zit vol met politieke feiten. In hoeverre vind je deze feiten storend werken op de leesbaarheid van het verhaal? Hebben deze politieke aspecten de overhand in deze roman of ligt juist de nadruk op het persoonlijke en het sociale?

8) Herlees pagina 11, het schuingedrukte verhaal dat vooraf gaat aan deel 1. Hoe interpreteer je dit gedeelte, nu je de rest van de roman kent? Verschilt deze interpretatie van de betekenis die je – voorafgaand aan het lezen van het boek – aan deze tekst gaf?

SUGGESTIES VOOR EEN VERDERGAANDE ONTMOETING
* Lulu Wang geeft veel lezingen door het hele land, waarin zij voordraagt uit eigen werk en over zichzelf vertelt. Wellicht is het leuk om met de leden van de leeskring zo’n lezing te bezoeken.
* Er zijn veel romans verschenen over de Culturele Revolutie in China. Enkele leessuggesties zijn: Tulpen voor Mei-ling van Lorraine Lachs, De vreugde- en gelukclub of De vrouw van de keukengod van Amy Tan en Rode azalea van Anchee Min.
* Huur (gezamenlijk) een Chinese film om je op een ontspannende manier bezig te houden met en te verdiepen in de Chinese cultuur; bijvoorbeeld Raise the red lantern.

GERAADPLEEGDE LITERATUUR
* Bie, Ingrid De. ‘”Het is zo ironisch dat jullie westerlingen in de jaren ’60 en ’70 de Culturele Revolutie hebben toegejuicht. Weten jullie hoeveel mensen er toen zijn gemarteld, vernederd, gedood?”‘, in: Humo 11-02-1997.
* Marbe, Nausicaa. ‘”Ik ben ervan overtuigd dat zelfs de meest wrede mensen een geweten hebben. Als je dat de ruimte geeft, ernaar luistert, doe je anderen geen kwaad”‘, in: Libelle nr. 5 1997.
* Marijnissen, Hans. ‘Nooit gelukkig, nooit verdrietig’, in: Trouw 08-02-1997.

Share