Carl Friedman
Carl  Friedman (pseudoniem van Carolina Klop) wordt op 29 april 1952 geboren in Eindhoven. Ze groeit op in Eindhoven en in Antwerpen. Tot in 2005 bekend werd dat ze geboren is in een katholiek Brabants gezin, dacht iedereen dat haar ouders joods waren en dat het gezinsleven sterk in het teken stond van het oorlogsverleden van haar vader, die in een concentratiekamp heeft gezeten. Dit misverstand komt voort uit haar joodse pseudoniem en het onderwerp van haar boeken, te beginnen met haar debuut Tralievader (1991) waarin de vader van de ikverteller in een concentratiekamp heeft gezeten. Friedmans vader heeft daadwerkelijk in een concentratiekamp gezeten, in Sachsenhausen, maar de schrijfster heeft in interviews nooit de moeite genomen om het misverstand over haar joodse afkomst recht te zetten*.
Na de middelbare school volgt Friedman een opleiding tot tolk-vertaler. Ze werkt enige tijd als journaliste. Ze woont lange tijd in Breda, waar ze eind jaren '70 een paar jaar werkt bij de redactie van dagblad De Stem. Na de geboorte van haar zoon houdt ze zich echter vooral bezig met vertaalwerk. Haar huwelijk loopt uit op een scheiding. Sinds 1993 woont ze met haar zoon in Amsterdam.
* in een eerdere versie op deze website werd ook gesteld dat het concentratiekamp verleden van Friedmans vader een niet door haar rechtgezet misverstand was. Friedmans broer, Eege Klop, wees de redactie er echter op dat de vader wel degelijk in Sachsenhausen heeft gezeten en tot zijn dood een verzetspensioen heeft ontvangen.

Haar werk
De indrukken die Friedman in 1980 opdoet tijdens een reis langs enkele voormalige concentratiekampen, verwerkt ze in een aantal sonetten, die ze 'sonetten voor een tralievader' noemt; deze zijn gepubliceerd in literaire tijdschriften. Vervolgens houdt ze in 1993 een lezingentournee in Duitsland, en in 1994 geeft ze lezingen in Florida. Ze is zeer betrokken bij de Tweede Wereldoorlog, leest er alles over en houdt er al vanaf haar vijftiende een archief over bij.

Doordat een uitgever haar blijft stimuleren om haar ervaringen te boek te stellen, verschijnt in 1991 haar debuutnovelle Tralievader. Het wordt in 1995 verfilmd door Danniel Daniel. Het is opgebouwd uit zeer korte hoofdstukjes met elk een eigen titel.
Ook in haar tweede boek is een rol weggelegd voor een vader wiens leven in het teken staat van zijn oorlogservaringen. Hoofdpersoon in Twee koffers vol (1993) is een filosofiestudente die meer inzicht krijgt in haar joodse identiteit wanneer ze als kindermeisje gaat werken bij een orthodox-joodse familie. Onder de titel Left Luggage wordt het boek in 1998 door Jeroen Krabbé verfilmd. Beide boeken worden zowel door critici als door lezers goed ontvangen.
In 1996 verschijnt de verhalenbundel De grauwe minnaar. Het titelverhaal is een soort sprookje, een verhaal dat Friedman erg dierbaar is, zoals ze zegt in een interview met Opzij, omdat ze het heeft opgeschreven na de dood van haar vader toen ze erg depressief was. Het schrijven was een soort van therapie, hoewel de inhoud van het verhaal niets met de dood van haar vader heeft te maken. Het tweede verhaal 'Heilig vuur' gaat over een jongen die uitgroeit tot een joodse extremist en daarmee het leven van zijn ouders erg moelijk maakt. Het derde verhaal tenslotte heet 'Stilstaan bij Bette' en is het verhaal van het sterfbed van de moeder van de vertelster. Friedman schreef dit verhaal na het overlijden van haar moeder in 1995.

Het belangrijkste thema in haar werk is het jood-zijn of de joodse identiteit, gekoppeld aan antisemitisme en de trauma's van de holocaust. Jarenlang heeft men gedacht dat ze daarmee behoorde tot de tweede generatie slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, die na de oorlog geboren is, maar via de ouders met de oorlogsellende wordt geconfronteerd.

Friedman heeft een hekel aan publiciteit rond haar persoon.

Ze schreef tot 2005 wekelijks een column, aanvankelijk in dagblad Trouw en sinds april 2002 in weekblad Vrij Nederland. Een selectie van deze columns is gebundeld in Dostojevski's paraplu (2001) en Wie heeft de meeste joden (2004).

Bibliografie
Tralievader (1991)
Twee koffers vol (1993)
De grauwe minnaar (1996)
Dostojevski's paraplu (2001, columns)
Wie heeft de meeste joden (2004, columns)

Verder lezen
Interview met de schrijfster in Opzij (december 1996) door Liddie Austin, over de verhalenbundel De grauwe minnaar.
Bespreking van Twee koffers vol in de bundel Eerste druk '93, Bert Peene/Jan Heerze.
Bespreking van De grauwe minnaar in Eerste druk '96, Jan Heerze/Cor Gerritsma.
Gewijzigd op 4 januari 2007