Gabriel García Márquez
Márquez is geboren in 1928 in Aracataca in Colombia, Zuid-Amerika. Het dorpje Aracataca heeft in Marquez' werk model gestaan voor het fictieve dorpje Macondo, waar veel verhalen zich afspelen. Gabriel is geboren in een gezin met 16 kinderen, zijn vader was telegrafist, schreef gedichten en speelde viool.
Gabriel woonde tot zijn negende jaar bij zijn grootouders van moeders zijde. Zijn grootvader was een kolonel in de burgeroorlogen van de vorige eeuw en vertelde hem veel over die oorlogen. Zijn grootmoeder was minder realistisch en vertelde hem veel fantasievollere verhalen. Beiden waren zeer bijgelovige mensen.
Binnen de muren van het grote huis van zijn grootouders, met alleen excentrieke, oude familieleden als gezelschap, leerde hij de eenzaamheid kennen. Later wordt dit ook het belangrijkste thema van zijn werk: de eenzaamheid van de macht, en ook de schoonheid en de dood (vaak al in het begin aanwezig).
Hij begon zijn literaire loopbaan in 1948 als journalist, na korte tijd rechten te hebben gestudeerd. Hij was meer dan 20 jaar correspondent in Havanna (Cuba), New York (VS) en verschillende Europese hoofdsteden. Hij wil de gewone lezer informeren en niet de intelligentsia, die het toch allemaal al weet.
"Ik vind de journalistiek mijn belangrijkste roeping. Het stelt me in staat met de werkelijkheid in contact te blijven."
Zijn journalistieke waarnemingen kleuren zijn literaire werk. Zijn aandacht voor details - geuren, smaken en weefsels - geven een levendig beeld van het Latijns-Amerikaanse leven op het platteland. Veel van zijn personages belichamen de loomheid en de geteisterde dromen die het armelijke plattelandsbestaan kenmerken.
In 1982 kreeg hij de Nobelprijs voor literatuur: hij heeft een overweldigend verteltalent. Hij gaat er altijd prat op in interviews dat niets in zijn werk verzonnen is, maar allemaal uit de werkelijkheid gegrepen is, hij dikt sommige dingen enkel wat aan. Zelfs de magische dingen die in zijn verhalen gebeuren hebben een oorsprong in de werkelijk. Veel van deze magische elementen zijn uitgewerkte oermetaforen. De term voor dit verschijnsel van het inbedden van wonderlijke gebeurtenissen in de werkelijkheid van de roman is 'Magisch-realisme'.
Márquez heeft zich laten beïnvloeden door grote Westerse schrijvers als Kafka, Virginia Woolf, Faulkner en anderen. Maar zijn werk omvat - in tegenstelling tot de introspectieve Europeanen en Amerikanen - de hele politieke en maatschappelijke realiteit. Hij vervormt het lineaire tijdsbesef, laat hele dorpen lijden onder slapeloosheid en legt meedogenloos de rol bloot van de mens als sociaal wezen in een wereld van verval. De uiteindelijke overwinnaar is veelal het noodlot. Thema's als liefde, ouderdom en nostalgie spelen dan ook vaak een rol. De stijl die hij hanteert is vaak de ik-vorm, met weinig dialogen, maar met lange, volle, meeslepende zinnen.
Hij is aanhanger en persoonlijke vriend van Fidel Castro, de communistische leider van Cuba en hij is scherp criticus van de rechtse regimes in Zuid-Amerika.
In maart 1981 vluchtte hij naar Mexico uit angst voor arrestatie door de Colombiaanse veiligheidsdienst, die hem zou verdenken van contacten met de linkse guerrillabeweging. Een deel van zijn geldprijzen gaat naar politieke organisaties.
Thuis schrijft hij elke dag en luistert hij naar muziek. Hij heeft twee volwassen zoons en een Colombiaanse vrouw, Mercedes.
Márquez: "Geluk is volgens mij een gevoel dat uit de tijd is. Ik wil proberen dat gevoel weer in ere te herstellen en te zien of het de mensheid tot voorbeeld kan dienen."
Márquez heeft al veel werken op zijn naam staan; een overzicht van zijn belangrijkste literaire werken:
1955 Afval en dorre bladeren (roman)
1958 De kolonel krijgt nooit post (novelle)
1962 De uitvaart van Mamá Grande (verhalen)
1962 Het kwade uur (roman)
1967 Honderd jaar eenzaamheid (roman)
1972 De ongelooflijke maar droevige geschiedenis van Eréndira en haar harteloze grootmoeder (verhalen)
1972/75 Ogen van een blauwe hond (verhalen)
1975 De herfst van de patriarch (roman)
1981 Kroniek van een aangekondigde dood (roman)
1985 Liefde in tijden van cholera (roman)
1986 De avonturen van Miguel Littín (roman)
1989 De generaal in zijn labyrint (roman)
1991 De zee van mijn verloren verhalen (verhalen en essays)
1992 Twaalf zwerfverhalen (verhalen)
1994 Over liefde en andere duivels (roman)
1996 Ontvoeringsbericht (reportage)
2003 Alle verhalen 1947-1982)
2003 Leven om het te vertellen (autobiografie)
2004 Herinnering aan mijn droeve hoeren (roman)
Hiernaast heeft hij nog veel journalistiek proza gepubliceerd en er staan ook een aantal filmscenario's op zijn naam.
Met de roman Honderd jaar eenzaamheid heeft hij pas grote bekendheid gekregen. Deze roman heeft gigantische oplages bereikt met talloze herdrukken (tot aan heden toe) en is in vele verschillende talen vertaald.
Een korte beschrijving van sommige van zijn werken:
1955 Afval en dorre bladeren
Zijn eerste roman; werd geschreven tussen 1947 en 1951, maar pas in 1955 uitgegeven. Het boek vertelt over een dodenwake bij een man die zich verhangen heeft. Hij was een dokter die zich steeds meer en meer in zichzelf terugtrok en zich uiteindelijk zelfs de blijvende haat van het hele dorp Macondo op de hals haalde. Een kolonel uit de burgeroorlog heeft hem altijd in bescherming genomen en bezorgt hem ook een laatste rustplaats. De lezer verneemt de hele geschiedenis broksgewijs, verteld door drie personages vanuit hun eigen gezichtspunt.
1958 De kolonel krijgt nooit post
Deze novelle gaat over een oude, gepensioneerde kolonel die met zijn zieke vrouw een arm en eenzaam bestaan leidt in een gehypothekeerd huis. Hij wacht al jaren op een pensioen dat door de regering beloofd maar niet uitbetaald werd en elke vrijdag gaat hij naar de boot om te zien of er post voor hem is. Hij leeft verder nog met een tweede illusie; met een vechthaan wil hij een kampioenschap winnen en zijn (anonieme) dorp faam bezorgen.
1962 De uitvaart van Mamá Grande
Vier van de negen verhalen uit deze bundel spelen in het dorp Macondo en de rest in het anonieme dorp. Elk afzonderlijk vormen de verhalen weliswaar een afgerond geheel, maar het is duidelijk dat ze geschreven zijn in de marge van García Márquez' romans. De verhalen bevatten gegevens over personages en/of gebeurtenissen uit de romans en helpen om deze boeken beter te begrijpen. Ook treden binnen de bundel zelf enkele personages op in meerdere verhalen.
1962 Het kwade uur
In deze roman wordt een beeld geschetst van de Zuid-Amerikaanse samenleving op het platteland, een min of meer gesloten gemeenschap waarin veten en hartstochten hun tol eisen, waarin corruptie en eigenbelang, geweld en terreur hoogtij vieren, waarin burgemeester en pastoor het voor het zeggen hebben. Het verhaal speelt in ± 1955 en dus in een periode van "rust" na de massamoorden, maar enkele anonieme pamfletten zijn voldoende om het geweld opnieuw te doen oplaaien.
1967 Honderd jaar eenzaamheid
De roman die zorgde voor de doorbraak van García Márquez, waarin het verhaal verteld wordt van de familie Buendia, die het plaatsje Macondo hebben gesticht. Talloze generaties van de familie Buendia worden met hun belevingen op een exotische, tragische maar vaak ook komische manier neergezet. Deze lijvige roman staat bekend om de magisch-realistische elementen die erin voorkomen.
1972 De ongelooflijke maar droevige geschiedenis van Eréndira en haar harteloze grootmoeder
Deze bundel bevat 7 verhalen en sommige ervan waren al los in tijdschriften en kranten verschenen. Stilistisch zijn de verhalen erg verscheiden. Alle zijn ze vaag in het Caraïbische gebied te situeren, in verlaten dorpjes die niet naar de naam Macondo luisteren.
1974 Ogen van een blauwe hond
Bundel van 10 bizarre verhalen. Tussen 1947 en 1954 verschenen vele van dit soort korte teksten in kranten en tijdschriften, waarin García Márquez probeerde het reële met het fantastische te vermengen. Oorspronkelijk waren ze niet bedoeld om in boekvorm te worden uitgegeven, maar in 1974 heeft hij de beste eruit gehaald en in deze bundel gepubliceerd.
1975 De herfst van de patriarch
Dit boek is qua vorm zeer experimenteel. Het is opgebouwd uit lintwormzinnen, met een groot gebrek aan interpunctie, hetgeen het lezen niet vergemakkelijkt. Het thema van de eenzaamheid en de macht staan centraal. De hoofdpersoon, een dictator, is een mythische figuur, van wie haast niemand durft te geloven dat hij ooit zal sterven.
1981 Kroniek van een aangekondigde dood
Uitgangspunt van deze novelle was een moord in een Colombiaans dorpje in 1951. Een vrouw werd daags na haar huwelijk door haar echtgenoot weer bij haar ouders teruggebracht omdat ze geen maagd meer was. Ze wijst een jonge, welgestelde man aan als de schuldige en die wordt nog dezelfde dag door haar twee broers vermoord om de familie-eer te redden.
1985 Liefde in tijden van cholera
Dikke roman die in een koloniale stad is gesitueerd. Centraal thema is de liefde; twee geliefden moeten lang wachten en veel obstakels overwinnen tot ze elkaar eindelijk vinden. Dit boek is opgebouwd als een 19de-eeuws verhaal, breed opgezet en wijd uitgesponnen, maar met enkele heldere lijnen.
1989 De generaal in zijn labyrint
In deze ruim 300 pagina's tellende historische roman worden de laatste maanden van de legendarische bevrijder van Spaans-Amerika, generaal Simón Bolívar (1783-1830) beschreven. Tijdens een tocht over een rivier komen bij Bolívar in steeds terugkerende koortsaanvallen de herinneringen boven aan zijn glorieuze overwinningen en talloze geliefdes.
1991 De zee van mijn verloren verhalen
Bundel korte verhalen, essays, anekdotes, beschouwingen, impressies en onthullingen over hoe personages in zijn romans en verhalen tot stand zijn gekomen. Leuk om naast één van de hier genoemde titels te lezen.
1992 Twaalf zwerfverhalen
Bundel van 12 verhalen die gaan over mensen uit Latijns-Amerika die op reis zijn in andere landen. Deze verhalen spelen zich dus dit maal niet op het eigen continent af.
1994 Over de liefde en andere duivels
Het verhaal speelt in de legendarische tijd van ruim twee eeuwen geleden in een Caribische havenstad. De beet van een dolle hond maakt Sierva Mariá tot de speelbal van bizarre kwakzalvers en fanatieke geestelijken, die vrezen dat zij van de duivel bezeten is. Een jonge priester die met haar geval wordt belast, wordt hevig verliefd op haar, met alle gevolgen van dien.