|
Doeschka Meijsing
Maria Johanna Meijsing werd op 21 oktober 1947 in Eindhoven geboren. Toen ze drie jaar was verhuisde het gezin naar Haarlem, waar ze het gymnasium doorliep. Daarna studeerde ze Nederlands en algemene literatuurwetenschap in Amsterdam, waar ze nog steeds woont. Ze gaf van 1971 tot 1976 les aan het Ignatius College en was vervolgens van 1976 tot 1978 wetenschappelijk medewerker aan het instituut voor Neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam. In 1978 werd ze literatuurredacteur van Vrij Nederland (tot 1987), en tussen 1987 en 1998 van Elsevier. De gastcolleges die ze in 1987 aan de Universiteit van Groningen gaf, zijn gebundeld in Hoe verliefd is de toeschouwer? (1988).
Doeschka Meijsing publiceerde vanaf 1969 verhalen in Podium en later ook in De Revisor. Net als voor de andere Revisor-schrijvers (onder andere Nicolaas Matsier, Frans Kellendonk en Dirk Ayelt Kooiman) speelt voor haar de problematische verhouding tussen werkelijkheid en verbeelding een belangrijke rol.
Meijsing debuteerde in 1974 met De hanen en andere verhalen. De personages in deze verhalen hebben met elkaar gemeen, dat ze zich nergens thuisvoelen, buitenstaanders zijn en blijven. Om zich te handhaven nemen ze hun toevlucht tot de verbeelding en de fantasie.
Naast de verbeelding zijn de fascinatie en de tijd belangrijke thema's in Meijsings werk. Al haar verhaalfiguren (die overigens niet volledig vrouwelijk en niet volledig mannelijk zijn) hebben het vermogen in de ban te raken van iemand. Gevolgen van die fascinatie zijn kwetsbaarheid, isolement en jaloezie.
In de cyclische roman Robinson (1976) raakt de eenzame hoofdpersoon in de ban van haar lerares Duits. Een soortgelijke fascinatie speelt een rol in De kat achterna (1977), een roman waarin aspecten als de onachterhaalbaarheid van het verleden, het falen van het geheugen en geluk tegenover ongeluk een belangrijke rol spelen.
Tijger, tijger! (1980, bekroond met de Multatuliprijs 1981) bestaat uit verschillende tekstsoorten (brieven, verhalen, gesprekken, herinneringen), die in verschillende tijden gesitueerd zijn. Evenals in De kat achterna worden de hoofdpersonen geconfronteerd met het verleden.
In 1982 verscheen een verhalenbundel, Zwaluwen en Augustein, en een roman-in-verhalen, Utopia of De geschiedenissen van Thomas, die zich afspeelt in een kantoortje, waar gewerkt wordt aan het Woordenboek der Nederlandse Taal. In acht vertellingen wordt de gedachtengang van de twee medewerkers gevolgd.
Beer en jager (1987) is een sprookjesachtige roman, een soort parabel, waarin Beer staat voor 'de mens' en jager voor 'de dood'.
Net als bij andere Revisor-schrijvers komt bij Meijsing vaak het catalogiseren voor als beeld voor het orde scheppen in de chaotische werkelijkheid. De veelvoorkomende olifant fungeert als symbool voor de herinnering.
Vanaf De beproeving (1990) krijgen Meijsings romans een ander karakter: ze worden meer verhalend en de kleine ruimtes verdwijnen naar de achtergrond. In De beproeving, dat zich afspeelt op een Spaans eiland, wordt de hoofdpersoon gekweld door een onstelpbaar verdriet nadat zijn geliefde hem in de steek gelaten heeft. Een verloren liefde is ook het centrale thema van de roman Vuur en zijde (1992). In veel boeken van Meijsing is sprake van een verlies. Zo ook in De weg naar Caviano (1996), waarin alles draait om een raadselachtige verdwijning, die alle personages met zichzelf confronteert.
Dit verlies speelt ook een rol in Meijsings roman De tweede man, die genomineerd was voor de AKO literatuurprijs 2000.
In 2002 verschijnt de roman 100% chemie, waarin haar familie een rol speelt. In 2005 schrijft zij samen met haar broer Geerten Meijsing de dubbelroman Moord & Doodslag. Het samen schrijven aan deze roman leverde spanningen op tussen broer en zus, waarover zij uitgebreid vertelden in de pers.
Ter ere van de tachtigste verjaardag van Harry Mulisch liet zijn uitgever zes novelles (geïnspireerd op zijn werk) schrijven door Nederlandse auteurs, waaronder Doeschka Meijsing. Zij schreef De eerste jaren (2007), wat een soort voorverhaal was bij Mulisch' novelle De pupil.
Het jaar erop verschijnt Over de liefde, een roman waarin net als in 100% chemie en in Moord & Doodslag autobiografische elementen voorkomen en waarin opnieuw een verloren geliefde centraal staat. Zoals Meijsing zelf in interviews ook zegt heeft deze roman zijn oorsprong in de verbroken relatie met Xandra Schutte, de toenmalige hoofdredacteur van Vrij Nederland die haar bedroog met een man.
Meijsing, die ook poëzie schreef (Paard Heer Mantel, 1986), hanteert een heldere, directe en beeldende stijl. Ze is overigens niet alleen in Nederland een van de bekendste schrijfsters: haar romans De kat achterna, Tijger, tijger! en Utopia zijn overal in Duitsland verkrijgbaar als pocket.
In 1989 ontving Meijsing de Annie Romeinprijs voor haar hele oeuvre. Het juryrapport vatte de thematiek van haar werk als volgt samen: "De mens is reddeloos alleen en daarmee reddeloos verloren".
Bibliografie
De hanen en andere verhalen (1974)
Robinson (1976)
De kat achterna (1977)
Tijger, tijger! (1980, bekroond met de Multatuliprijs 1981)
Utopia of De geschiedenissen van Thomas (1982)
Zwaluwen en Augustein (1982)
Ik ben niet in Haarlem geboren (1985)
Paard Heer Mantel (1986, gedichten)
Beer en Jager (1987)
Hoe verliefd is de toeschouwer? (1988, essays)
De beproeving (1990)
Vuur en zijde (1992)
Beste vriend (1994)
De angstige waakhond (1996)
De weg naar Caviano (1996)
De tweede man (2000, genomineerd voor de AKO Literatuurprijs 2000 en genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 2001)
100% chemie (2002, genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 2003, Tzumprijs voor de beste literaire zin 2003)
Moord en doodslag (2005, samen met haar broer Geerten Meijsing)
Bronnen: EeeuwSchrijvers, Jan Heerze (e.a.), Walvaboek 2000, website auteur.
Bijgewerkt op 24 februari 2008
|