|
Chaja Polak
Chaja Polak is in de oorlog - in 1941 - geboren. Ze werd in de oorlogsjaren "als een pakketje van het ene naar het andere onderduikadres gestuurd". Haar vader overleefde de oorlog niet en na de oorlog hertrouwde haar moeder met een man die al twee kinderen had. Als kind worstelde ze met een loyaliteitsconflict; ze wist niet dat ze haar biologische vader niet tekort deed door van haar stiefvader te houden. Het gevolg was dat ze zich in een uitzonderingspositie manoeuvreerde en haar nieuwe familieleden op een afstand hield.
In 1962, na haar middelbare schoolperiode, is Chaja Polak naar Israël gegaan, waar twee broers van haar vader woonden. Ze zegt daarover:
"Ik kon er niet aarden. Ik was geïmponeerd door het Israëlische zelfbewustzijn, maar ik had er niets mee."
In: De Groene Amsterdammer, 17-04-1996
Ze groeide op in de tijd van het zogeheten grote zwijgen. Over de oorlog werd alleen in termen van feiten gesproken, maar niet over de onderliggende emoties. Ze zegt over die tijd:
"Voor fantasieën en dromen bestond sowieso weinig ruimte. Daarom ben ik destijds gaan tekenen en schilderen. Ik herinner me dat Jan Sierhuis me op het hart drukte dat je aan iedere verfstreek moet kunnen zien dat-ie van jou is. Van jou en van niemand anders."
Op die manier is ze later ook gaan schrijven:
"Vandaar dat ik in een verdichte vorm schrijf die je tot langzaam lezen dwingt. Het kost me veel tijd om mijn woorden en zinnen te vinden."
Chaja Polak begint pas op haar 46ste met publiceren. Haar eerste verhalenbundel Zomaar een vrijdagmiddag komt dan uit, en zij noemt de verhalen zelf "joodse sprookjes van na de oorlog".
Zij heeft inmiddels twee verhalenbundels, vier romans en een novelle gepubliceerd.
Zij is jong getrouwd en lang geweest, met een man uit hetzelfde milieu (zijn ouders hadden in het verzet gezeten). Maar negen jaar geleden is ze toch van hem gescheiden en nog geen jaar later - op haar 50ste - werd ze verliefd op haar huidige man.
"Toen ik met Nol ging leven, was het alsof er eindelijk aan die onderduik een einde was gekomen. Alsof ik er toen pas mocht zijn. Ik wist niet dat ik dat gevoel zo sterk had gehad, totdat ik het kwijt was."
In: Opzij, december 1999
Veel van haar werken zijn autobiografisch getint.
De boeken Stenen halzen, Tweede vader en Zomersonate werden geselecteerd voor de longlists van de belangrijkste literaire prijzen.
Bibliografie:
1989 Zomaar een vrijdagmiddag (verhalen)
1990 De tijd van het zwijgen (verhalen)
1992 De krijtcirkel
1994 Stenen halzen
1996 Tweede vader
1997 Zomersonate (novelle)
2001 Over de grens
2003 Liefdesmeer & andere verhalen (verhalen)
2004 Salka
2007 Wachten op de schemering
2007 Verslag van een onaanvaarde dood (gedichten)
Bron: De Groene Amsterdammer, 17-04-1996
|