Duncker, De Foucault hallucinatie
Patricia Duncker
De Foucault hallucinatie
De Prom, 1996
Dit boek is het debuut van Patricia Duncker (Jamaica, 1951) en vertelt over de fascinatie van een Engelse student voor de Franse schrijver Paul Michel.
Op een intrigerende manier wordt verteld hoe de ik-figuur, student in Cambridge, een zoektocht begint naar de schrijver Paul Michel, wiens werk hij bestudeert als promovendus. Aangemoedigd door zijn vriendin - de germaniste genoemd - vertrekt hij in de zomer van 1993 naar Parijs om uit te vinden wat er met de schrijver is gebeurd. Hij verkeerde altijd in de veronderstelling dat Paul Michel dood was, maar hij ontdekt dat hij sinds 1984 in een gesloten inrichting zit. De ikfiguur weet Michel te traceren en krijgt het voor elkaar hem te bezoeken. Uit deze beangstigende eerste ontmoeting komt - heel verrassend - een vriendschap voort en de mannen brengen samen een zomer in het zuiden van Frankrijk door. De relatie die ze hebben is een heel innige en aan het eind van de zomer vertelt Michel hem over zijn vroegere bijzondere relatie met de filosoof Michel Foucault.
Het boek is opgebouwd uit vier delen met de titels 'Cambridge', 'Parijs', 'Clermont' en 'De Midi', die verwijzen naar de geografische locatie waar de hoofdpersoon zich gedurende een bepaalde tijd bevindt.
Het eerste deel opent met de beschrijving van een droom die zich afspeelt op een locatie die pas in het vierde deel betekenis krijgt. Het gehele verhaal is dan ook een terugblik van de ikfiguur op de zomer van 1993 en de daaraan voorafgaande periode.
Het begin en het einde komen ook bij elkaar als aan het eind van het vierde deel duidelijk wordt welke rol de germaniste gespeeld heeft in de hele ontmoeting tussen de ikfiguur en Paul Michel.
Dunckers stijl is meeslepend en trefzeker. De schommelbeweging tussen angst- en extasegevoelens van de hoofdpersoon (met name in het laatste deel) wordt goed voelbaar gemaakt.
De plot is bovendien verrassend en origineel.
"Sommige minnaars babbelen als oude vrienden wanneer ze de liefde bedrijven, houden elkaar op de hoogte, alsof ze samen op huizenjacht zijn en net een zoekopdracht aan een makelaar hebben gegeven. Voor anderen is de liefde hun taal; hun lichaam uit zich in werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden. Voor ons was het een conjunctie der geesten en een oppositie der sterren." (p. 45)