Jan Siebelink
Zijn leven
Siebelink werd op 13 februari 1938 geboren in Velp als zoon van een kleine bloemenkweker. Hij groeide op in een orthodox protestants milieu. Na de mulo ging hij naar de Rijkskweekschool te Arnhem. Daarna zat hij enkele jaren in het leger. Intussen studeerde hij schriftelijk LO Frans. Na zijn diensttijd ging hij door met de MO-studie Frans. Hij ging lesgeven op een mavo in Dieren (van 1966 tot 1970). In 1972 legde hij in Leiden het doctoraalexamen Frans af. Nog voordat hij zijn MO-B diploma behaalde ging hij lesgeven op het Marnix-college in Ede, wat hij tot 2002 deed. Siebelink is in 1965 getrouwd met Gerda de Haas (vertaalster van Franse literatuur), heeft drie kinderen, meerdere kleinkinderen en woont in Ede.
Zijn werk
Jan Siebelink debuteerde in 1975 met de verhalenbundel Nachtschade. Daarna volgde in 1977 de roman Een lust voor het oog, een sleutelroman over de onderwijswereld. Pas in 1980 brak hij met De herfst zal schitterend zijn door bij een groter publiek.
“In mijn romans en verhalen gaat het altijd om gewone mensen, maar door intens licht op hen te laten vallen, komen ze los van de werkelijkheid en worden tot raadselachtige personages. Literatuur hoort mensen bijzonder te maken”.
Siebelink schrijft op zijn website dat in het oerverhaal 'Witte chrysanten' (uit de bundel Nachtschade) reeds alle motieven zitten die hij later in zijn romans De herfst zal schitterend zijn (1980), En joeg de vossen door het staande koren (1982), De overkant van de rivier (1990), zal uitwerken. Die steeds terugkerende motieven zijn: de kwekerij die steeds meer het beeld zou worden van het verloren paradijs, het duistere geloof van de vader dat, hoe exact en liefdevol beschreven, nooit begrepen zal worden, het middelbaar onderwijs, de sociale rangorde in een ogenschijnlijk genivelleerde samenleving en de jeugdjaren in het land van herkomst: Velp en omstreken. Deze motieven keren ook terug in de besteller Knielen op een bed violen (2005).
In 2002 maakte Siebelink, met de roman Margaretha, de overstap van uitgeverij Meulenhoff naar De Bezige Bij. Dit boek gaat over Margaretha van Parma, dochter van Karel. Vanuit het perspectief van deze opvallende vrouw geeft Siebelink tegelijk een levendig portret van de zestiende eeuw. Ook zijn bestseller Knielen op een bed violen uit 2005 verschijnt bij zijn nieuwe uitgever. In deze zeer goed ontvangen autobiografische roman (Nominatie NS Publieksprijs 2005 en winnaar AKO Literatuurprijs) beschrijft Siebelink zijn jeugd, de bloemisterij van zijn vader, diens armoede en schulden, en het visioen dat hij had. Zelf zegt Siebelink hierover: "Ik ben altijd bang geweest om het complete verhaal te vertellen: het geleidelijke maar onstuitbare afglijden van een zachtaardig maar in zijn jeugd verwond man - vluchtend in het zwartste calvinisme - én het verdriet dat hij in zijn naaste omgeving veroorzaakt. Het is ook het verhaal van een grote liefde. Een man en een vrouw: de een wil overleven in het hiernamaals, de ander in het nu". De voorzitter van de jury van de AKO Literatuurprijs noemde Knielen op een bed violen een boek dat terneerslaat en ontroert. "Een boek dat met aangrijpende eerlijkheid is geschreven. Van een grote diepgang. Drukkend, dubbelzinnig, mysterieus. Een boek dat je bij de keel grijpt en onthutst achterlaat."
Naast romans schreef Siebelink ook verhalenbundels, novellen en essaybundels en de vertalingen Tegen de keer en De Bièvre (van Huysmans). Over zijn hond schreef hij het boek Mijn leven met Tikker (1999). Over wielrennen schreef hij Pijn is genot (1992) en Eerlijke mannen op de fiets (2002). Bovendien schreef hij voor de Haagse Post en Vrij Nederland artikelen over Franse literatuur. Zijn verhalen verschenen meestal in Hollands Maandblad.
De belangstelling voor de Franse taal, wielrennen, whippets en het leraarschap vinden allemaal hun weg in Siebelinks boeken. Maar vooral is zijn kijk als kind en volwassen man op zijn jeugd terug te vinden in de vertellingen.
Bibliografisch overzicht
Nachtschade (1975, verhalen)
Een lust voor het oog (1977, roman)
Weerloos (1978, verhalen)
De herfst zal schitterend zijn (1980, roman)
Oponthoud (1980, novelle)
De reptielse geest (1981, essays)
En joeg de vossen door het staande koren (1982, roman)
Arnhem. Beeld en verbeelding (1983, non-fictie)
Koning Cophetua en het bedelmeisje (1983, verhalen)
De hof van onrust (1984, roman)
De prins van nachtelijk Parijs (1985, essays)
Ereprijs (1986, novelle)
Met afgewend hoofd (1986, novelle)
Schaduwen in de middag (1987)
De overkant van de rivier (1990, roman)
Sneller dan het hart (1990, portretten)
Hartje zomer (1991, verhalen)
Pijn is genot (1992, verhalen)
Met een half oog (1992, novelle)
Verdwaald gezin (1993, roman)
Laatste schooldag (1994, verhalen)
Dorpsstraat Ons Dorp (1995, briefwisseling)
Vera (1997, roman)
De bloemen van Oscar Kristelijn (1998, verhalen)
Bergweg 17, Bosweg 19 (1999)
Mijn leven met Tikker (1999, roman)
Engelen van het duister (2001, roman)
Margaretha (2002, roman)
Eerlijke mannen op de fiets (2002, verhalen)
Knielen op een bed violen (2005, roman)
Voor De overkant van de rivier kreeg Siebelink in 1991 de F. Bordewijkprijs. Voor Knielen op een bed violen ontving hij in 2005 de AKO Literatuurprijs.
Enkele persreacties
(over Verdwaald gezin) "Bovenal is de roman een meeslepende uitbeelding van de tragiek van een gezin dat door eigen zwakheden en onzekerheden in een doolhof is terechtgekomen." (P.M. Reinders in NRC-Handelsblad)
"Nee, een hoogtepunt (...) is dit verdwaalde gezin in Siebelinks oeuvre niet." (Frans de Rover in Vrij Nederland)
(over Hartje zomer) "Ik vind Hartje zomer een prachtige bundel over mannen die weten dat hun leven nooit meer zal samenvallen met het geluk dat zij ooit ervoeren." (Wim Vogel in Vrij Nederland)
(over De overkant van de rivier) " (...) het is door een dergelijk slotakkoord, door een dergelijke literaire kunstgreep, dat Siebelink een in principe banaal, want anekdotisch verhaal, weet uit te tillen boven het niveau van zomaar een verhaal over een vrouw in de provincie." (Frans de Rover in Vrij Nederland)
(over Laatste schooldag) "Pathetiek en al te makkelijke karikaturen weet Siebelink niet altijd te vermijden en ook de ontknoping is vaak al van mijlenver te zien. Toch boeien zijn verhalen door rake en geestige waarnemingen, door tergend beschreven lulligheid en verborgen venijn." (Jeroen Vullings in Vrij Nederland)
(over Vera) "Jan Siebelink heeft een droomvrouw geschapen Bijna 300 bladzijden lees je over haar en je hebt niet eens in de gaten dat hij kunst maakt. Maar je gelooft hem. Dat is de kunst."
(over Engelen van het duister) "Te veel, te vol was dit boek, als de schrijver niet duidelijk had gemaakt dat die overdaad zijn oogmerk is geweest. Het gáát hem om die onoverzichtelijkheid van het menselijk geploeter onder de zon (...) en om het overkpoepelende vraagstuk of de mens misschien te schamel is om een blik in de geopende hemel of een direct woord van God Zelve aan te horen."
(over Margaretha) “Hoe een abstract leven door toedoen van een sensitief auteur waarachtig figuratief kon worden." (de Volkskrant)
(over Knielen op een bed violen "Bij voortduring daalt Siebelink af in zijn verleden, om er weer uit te klimmen met de drang de keelsnoerende taferelen uit zijn jeugdjaren in het oerlandschap terug te zetten - of liever, ze daaruit te laten oprijzen, in bewoordingen die hunkeren naar de zintuiglijke souplesse van de decadenten, en tegelijk blijven tonen dat ze van oudtestamentische herkomst zijn." - (Arjan Peters, de Volkskrant)
Bronnen: Stichting Schrijver School en Samenleving, Jan Heerze (red.) Eeuwschrijvers, website www.jansiebelink.nl/ en nl.wikipedia.org.
Gemaakt op 17 januari 2006