Hella Haasse's leven
Op 2 februari 1918 wordt Hella (Hélène) S. (Serafia) Haasse in Batavia geboren. Zij is dochter van de concertpianiste Katharina Diehm Winzenhöhler en Willem Hendrik Haasse, die in Nederlandsch-Indië de belastingontduiking bestreed. In 1920 vertrekt het gezin Haasse voor een twee jaar durend verlof naar Nederland. Op 4 oktober 1921 wordt Willem Hendrik Johannes geboren.
In 1922 keert de familie terug naar Indië, naar Soerabaja. Hier gaat Hella S. Haasse naar de kleuterschool en als zij zes jaar is naar een katholieke lagere school waar zij les krijgt van de nonnen. In 1924 wordt haar moeder ziek en moet opgenomen worden in een sanatorium in Davos. Zij neemt de kinderen mee naar Europa. Hella woont bij haar moeders moeder in Heemstede en vervolgens in een kinderpension in Baarn. In 1928 is de moeder hersteld van haar ziekte en zij steken weer over naar Nederlandsch-Indië. Na een jaar Bandoeng en een kort verblijf in Buitenzorg, verhuist het gezin naar Batavia, waar Hella naar het lyceum gaat. Daar wordt haar liefde voor de Nederlandse literatuur gestimuleerd. Het zijn vooral de Nederlandse dichters die tot de verbeelding spraken: Slauerhoff, Roland Holst. Als kind heeft ze behoefte alleen te zijn maar ook een behoefte erbij te horen, opgenomen te worden in de groep. Deze twee kanten van haar karakter komen wel eens met elkaar in botsing, ze is bang haar individualiteit in de groep te verliezen.
Na het eindexamen in 1938 vertrekt ze naar Nederland om aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam Scandinavische Talen en Letteren te gaan studeren. De bedoeling is dat het gezin in 1940 in Nederland herenigd zal worden, maar door het uitbreken van de oorlog verloopt alles anders. De ouders worden tijdens de Japanse bezetting van Nederlandsch-Indië geïnterneerd en pas in 1946 zien zij in Nederland hun dochter, inmiddels getrouwd, terug.
In 1941 beëindigt zij haar studie Scandinavische Talen en Letteren en doet toelatingsexamen voor de Toneelschool in Amsterdam. In 1943 doet ze eindexamen aan de Toneelschool en speelt in een aantal voorstellingen. Na haar huwelijk met mr. Jan van Lelyveld in 1944 beëindigt Hella S. Haasse haar professionele toneelactiviteiten. Wel blijft ze teksten schrijven voor het zomercabaret van het Centraal Toneel-gezelschap. Ze schrijft ook voor Wim Sonnevelds cabaret en na de oorlog voor dat van Cor Ruys. Op 11 november 1944 wordt het eerste kind van Jan van Lelyveld en Hella Haasse geboren. Het meisje, Chrisje, zal in april 1947 overlijden.
Vanaf 1944 schrijft ze vooral proza. In 1948 verschijnt Oeroeg anoniem ter gelegenheid van de Boekenweek. Lezers mogen raden wie de auteur is. (In het najaar van 1993 is de verfilming van Oeroeg uitgebracht, onder regie van Hans Hylkema). Met haar debuut heeft ze veel succes. Sindsdien verschijnen regelmatig boeken van haar hand. Opvallend zijn haar historische romans. De eerste verschijnt in 1949, Het woud der verwachtingen, waarin ze het leven van Charles d'Orleans beschrijft. Haar oeuvre omvat vele historische romans. Haasse plaatst de hoofdpersonen in hun eigen tijd, maar vooral de psychologie van de personages krijgt de aandacht.
'Ik heb nooit de behoefte gehad om verschrikkelijk autobiografisch te werk te gaan. Mijn eigen leven is niet alleen van mij, het is ook het leven van mijn man, mijn kinderen, ouders en grootouders. Er zijn zoveel mensen bij betrokken als je werkelijk over je eigen leven gaat schrijven.' (Haagse Post, 21-4-1990)
Op 15 december 1947 wordt Ellen Justine geboren, op 8 maart 1951 wordt dochter Marina geboren. In augustus 1981 verhuist Haasse met haar man naar het Franse plaatsje Saint-Witz, vlak bij Parijs. In december ontvangt ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. Op 26 juni wordt op het Muiderslot aan Hella Haasse de P.C. Hooftprijs (proza) 1983 uitgereikt. Op 25 maart 1988 wordt ze aan de Rijksuniversiteit Utrecht gehuldigd met een Eredoctoraat in de Letteren. Ze werkt mee aan Beatrix, Koningin, een groot televisieportret voor de NOS.
In augustus 1990 keren Haasse en haar echtgenoot terug naar Nederland. In mei 1991 wordt haar het erelidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde toegekend. In april 1992 ontvangt zij uit handen van koningin Beatrix de Eremedaille in Goud voor Kunst en Wetenschap in de Huisorde van Oranje.
Over de thematiek in haar werk heeft ze in een interview in 1980 gezegd:
Mijn thematiek is dat alles en iedereen verbonden is. Dat niets op zichzelf staat. Allerlei schijnbaar zinloze gebeurtenissen doemen in je leven op waarvan je aanvankelijk de samenhang niet ziet, maar die later met elkaar in relatie blijken te staan.