J.J. Voskuil
Johannes Jacobus Voskuil wordt op 1 juli 1926 in Den Haag geboren. Zijn vader was hoofdredacteur van het socialistische dagblad Het Vrije Volk en gaf jarenlang op de zaterdagavond zijn politiek commentaar voor de VARA-radio. Voskuil gaat na de gymnasiumopleiding in 1945 economie studeren in Amsterdam, maar stapt na een jaar over op Nederlands. In 1953 krijgt hij een tijdelijke baan als vertaler bij de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in Straatsburg. Daarna is hij enkele maanden leraar aan een kweekschool voor onderwijzers in Groningen. Na een periode van werkloosheid treedt hij in 1959 in dienst bij Het Bureau voor Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde (later omgedoopt tot het P.J. Meertens-Instituut) in Amsterdam, waar hij onderzoek doet naar oude cultuurgebieden en -grenzen. Hiervoor verzamelt hij informatie over volkstradities. Tot zijn vervroegde pensionering in 1987 is hij onder andere werkzaam als hoofd van de afdeling Volkskunde en als waarnemend directeur.
In 1950 trouwt Voskuil met Lousje, die in zijn werken terugkomt als 'Nicolien'.
Voskuil debuteert in 1963 met de omvangrijke autobiografische sleutelroman Bij nader inzien, waar hij vijf jaar aan gewerkt heeft. In 1990 wordt het boek, naar een scenario van Leon de Winter en Jan Blokker, als basis gebruikt voor een televisieserie van in totaal zes uur.
Pas 33 jaar later verschijnt een tweede werk van Voskuil, Meneer Beerta (1996). Deze roman vormt het eerste deel van de cyclus Het Bureau, een mega-sleutelroman die in totaal uit zeven delen bestaat. Het laatste deel verschijnt in 2000. Het is de neerslag van zijn machteloosheid iets veranderd te hebben aan de methodes van de wetenschap en aan het verbeteren van de maatschappij en van de illusie van saamhorigheid binnen een gemeenschap. Als geheugensteun gebruikt hij jaarverslagen en notulen van het Instituut, en dagboeknotities die slechts beperkt bruikbaar zijn omdat Voskuil er alleen in schrijft op momenten van crisis.
Enkele personen die de lezer in Bij nader inzien heeft leren kennen, keren in Het Bureau terug. Onder hen Henriëtte, voor wie Frida Vogels, schrijfster van De harde kern, model stond. In het eerste deel van Het Bureau maakt de lezer tevens kennis met Frans Veen, dezelfde Frans die ook in De harde kern voorkomt. Dit blijkt Bert Weijde te zijn, de auteur van het boek Onder het ijs (1994).
In 1999 publiceert Voskuil de roman De moeder van Nicolien, die bestaat uit fragmenten uit Het Bureau, aangevuld met een aantal nieuwe passages. In dit boek wordt het dementeringsproces van de moeder van Nicolien centraal gesteld. Het verhaal is bewerkt voor het theater. In 2000 verschijnt het reisverslag Reisdagboek 1981.
In 2002 verschijnt dan Requiem voor een vriend, waarin Voskuil voor het eerst zijn alter ego Maarten Koning loslaat. De hoofdpersoon van het boek is niet de schrijver zelf, maar Jan Breugelman. Het boek is een geschiedenis van een vriendschap, die haar oorsprong vindt op de middelbare school, vorm krijgt op de universiteit en in de jaren daarna steeds hechter wordt.
In februari 2004 is het eerste deel verschenen van de Voettochten: Terloops. Het bevat tien verslagen in dagboekvorm van wandelingen door Frankrijk. Het tweede deel, Buiten schot volgt in 2005. Het derde en laatste deel, Gaandeweg, is in de zomer van 2006 verschijnen.
Bibliografie
Bij nader inzien (1963)
Meneer Beerta. Het Bureau deel 1 (1996)
Vuile handen. Het Bureau deel 2 (1996)
Plankton. Het Bureau deel 3 (1997)
Het A.P. Beerta-instituut. Het Bureau deel 4 (1998)
En ook weemoedigheid. Het Bureau deel 5 (1999)
Afgang. Het Bureau deel 6 (2000)
De dood van Maarten Koning. Het Bureau deel 7 (2000)
Reisdagboek 1981 (2000)
Requim voor een vriend (2002)
Terloops. Voettochten 1957-1973 (2004)
Buiten schot. Voettochten 1974-1982 (2005)
Gaandeweg. Voettochten 1983-1992 (2006)