Kader Abdolah
Kader Abdolah is het pseudoniem van Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani en werd in 1954 geboren in Iran. Hij groeide op in een religieuze familie. Zijn betovergrootvader - die premier van Perzië en dichter was - werd door de mannen van de Sjah vermoord. De vader van Kader Abdolah was tapijtverkoper in de zeer religieuze stad Arak. Hij was doofstom en geestelijk gehandicapt en Kader kreeg als jongetje de vaderrol opgelegd. Hij zorgde voor zijn vier zussen en een broertje.
"Kader en Abdolah waren twee vrienden van mij. De een is onder het bewind van de Sjah geëxecuteerd, de ander onder Khomeiny. Ik vind het een eer om die naam te gebruiken, en ben blij met mijn pseudoniem."
Kader Abdolah
In 1972 ging hij natuurkunde studeren aan de Universiteit van Teheran en rolde al snel in het - linkse - studentenverzet tegen het dictatoriale regime van de Sjah, later tegen dat van Khomeiny.
Voordat hij in 1993 in Nederland zijn debuut maakte met De adelaars, publiceerde hij al twee clandestiene boeken in Teheran.
In 1985 moest hij om politieke redenen uit zijn geboorteland vluchten. Op uitnodiging van de Verenigde Naties kwam hij in 1988 naar Nederland.
"Hollanders hebben ook een lastig klein woord, het woordje 'er'. Als je dertien 'er'-en hebt, kun je er zes goed plaatsen, maar met de rest blijf je zitten. De Nederlandse taal is de taal van de Hollanders".
'Het weer en het woord', in Buitenspiegels
In Nederland gekomen maakte Abdolah zich in korte tijd de Nederlandse taal eigen. Hij schrijft zijn boeken dan ook in het Nederlands. Daarnaast vertaalt hij Nederlandse poëzie en literatuur voor Iraanse ballingen.
Zijn debuutbundel De adelaars werd bekroond met het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte debuut van 1993. Daarna verscheen in 1995 de bundel De meisjes en de partizanen, die op de shortlist voor de AKO Literatuurprijs terecht kwam. In 1997 publiceerde hij zijn eerste roman De reis van de lege flessen.
"Renés huis was de verbinding tussen ons en de rest van de buren. Toen René nog thuis was, hoorde onze woning ook bij de andere woningen. Nu zijn deur dichtgespijkerd was, was deze verbinding verbroken. René was als een kraal van een ketting die gebroken was."
De reis van de lege flessen, p. 51
Inmiddels geniet Kader Abdolah in Nederland bekendheid met zijn columns in De Volkskrant, die ook gebundeld en gepubliceerd zijn onder de titel Mirza (1999), waarop in 2001 de vervolgen Een tuin in de zee en in 2003 Karavaan verschenen. In 2000 is de roman Spijkerschrift door uitgeverij De Geus uitgegeven en in 2003 het haast magisch realistische Portretten en een oude droom. De in 2005 verschenen roman Het huis van de moskee is Abdolahs vierde roman.
"Het enige wat is veranderd is de taal, het middel om mijn verhalen te vertellen. Ik moet hier andere verhalen vertellen. Schreef ik daar over gesluierde vrouwen, hier schrijf ik over fietsende vrouwen.
Ik combineer, ik neem de bergen mee en zet ze op het gras."
Voor zijn werk ontving Kader Abdolah de volgende onderscheidingen:
1993
Het Gouden Ezelsoor voor De adelaars
1995
Charlotte Köhler-stipendium voor De meisjes en de partizanen
1997
ASN-ADO-Mediaprijs voor zijn wekelijkse column Mirza in de Volkskrant
1998
Mundial Award voor zijn landelijke verdiensten op het gebied van internationale samenwerking, vrede en veiligheid
2000
Koninklijke onderscheiding voor zijn inzet op het gebied van literatuur, internationale samenwerking en vrede
2001
E. du Perronprijs voor zijn gehele oevre
2008
Benoemd tot Chevalier dans l'Ordre des Arts et des Lettres (Ridder in de Orde van de Kunsten en Letteren)
Bibliografie
De adelaars (1993, verhalen)
De meisjes en de partizanen (1995, verhalen)
De reis van de lege flessen (1997, roman)
Mirza (1998, columns)
Spijkerschrift (2000, roman)
Een tuin in de zee (2001, columns)
Kélilé en Demné (2002, hervertelling van Perzische verhalen)
Portretten en een oude droom (2003, roman)
Karavaan (2003, columns)