Nadine Gordimer
Nadine Gordimer werd in 1923 geboren in het goudmijnstadje Springs, nabij Johannesburg in Zuid-Afrika. Haar vader was een joods juwelier, die als dertienjarige uit Litouwen was geëmigreerd, haar moeder was een Engelse. Nadine werd niet joods opgevoed en ging naar een kostschool. Nadine's jeugd was over-beschermd. Haar moeder hield haar wegens ziekte jarenlang thuis van school. In feite was het de moeder die de dochter nodig had, in plaats van omgekeerd. Door dit geïsoleerde leven las Nadine alles wat ze in handen kreeg. Als negenjarige begon ze te schrijven en haar eerste korte verhaal publiceerde ze nog voor haar zestiende. Haar eerste verhalenbundel Face to Face publiceerde ze in 1949 en haar eerste roman The Lying Days (vertaald als De leugenachtige dagen) in 1953.

Gordimer heeft bijna haar hele volwassen leven gewoond en geschreven in het door apartheid opgesplitste Zuid-Afrika. Er is sprake van een wisselwerking tussen Gordimers literaire oeuvre en de maatschappij waarin zij leeft. Ze laat enerzijds in haar werk zien een nauwkeurig observator te zijn van de mentaliteitsveranderingen in de maatschappij; tegelijkertijd wordt haar eigen perspectief, van waaruit ze schrijft, door de maatschappij beïnvloed.

In de jaren '50 behoorde Gordimer tot het vrijgevochten, marginale kringetje dat zonder scrupules de apartheidswetten negeerde en omging met zwarten. Er heerste het geloof dat apartheid wel zou verdwijnen als voldoende mensen de wet negeerden. Er was interraciale samenwerking op velerlei gebied, maar de beteugeling door de staat werd evenwel intenser. De ontnuchtering kwam met de massale arrestaties (vanaf 1956) en het verbod op het ANC in 1960.

In de jaren '60 werd de zwarte verzetsbeweging radicaler. (Zo was er de eerste golf van industriële sabotage, die een rol speelt in De bourgeoiswereld van vroeger, 1966). Het Pan-Africanist Congress werd in 1959 opgericht en wilde niet weten van blanke steun. Gordimer voelde zich dubbel gemarginaliseerd: door de blanken omwille van haar verzet tegen apartheid, door de zwarten omwille van haar huidskleur.

De marginalisering van progressieve blanken, zoals Gordimer, werd nog intenser met de 'black consciousness'-beweging in de jaren '70. Deze beweging beklemtoonde dat de zwarten ook psychologisch bevrijd moesten worden. Progressieve blanken hadden dat verhinderd door telkens weer in hun naam te spreken en te handelen. Gordimer leerde aanvaarden dat de zwarten zelf hun toekomst moeten maken: het toekomstige Zuid-Afrika dat niet meer naar ras is ingedeeld, zal door de zwarte meerderheid worden geleid op basis van één stem per persoon.

In de late jaren '80 komt er weer wat samenwerking tussen zwarten en blanken in de verzetsbeweging. Gordimer wordt assertiever. Haar faam als schrijfster gaat ze gebruiken om politieke groeperingen te steunen. Haar engagement blijkt echter vooral uit haar bereidheid om zwarte schrijvers te helpen, te evalueren, te bekritiseren. Ze geeft ook geld aan allerlei culturele doelen en organisaties. Ook vecht ze tegen de Zuid-Afrikaanse censuurwet.
Maar Gordimers werkelijke engagement is dat van haar schrijven. In interviews beklemtoont ze dat ze geen propagandiste is die anderen van haar politieke ideeën wil overtuigen. Ze wil daarentegen als schrijfster de werkelijkheid op integere wijze verkennen en de verborgen aspecten blootleggen. Ze is vooral begaan met de gedachten en emoties van mensen in een conflictsituatie. Maar in Zuid-Afrika worden de persoonlijke levensomstandigheden sterk door de apartheid beïnvloed. Gordimer analyseert scrupuleus de persoonlijke en sociale verhoudingen in haar maatschappij. Door haar onverschrokken zoektocht naar de waarheid confronteert ze op haar manier de apartheid. Het is haar aparte vorm van engagement.

Ze laat in haar werk ook zien dat 'apartheid' geen star, statisch begrip is, maar iets dat voortdurend in ontwikkeling is. De werkelijkheid in haar boeken is dan ook nooit zwart-wit, maar beschrijft het tal van grijze tussengebieden. Bij de bestudering van Gordimers gehele oeuvre is ook te zien hoe haar ideeëngoed en ethisch bewustzijn zich ontwikkelen.
In 1991 ontving zij de Nobelprijs voor de Literatuur.

Beknopte bibliografie

Romans
1953     The Lying Days. (vert. De leugenachtige dagen)
1958     A World of Strangers. (vert. Een wereld van vreemden)
1963     Occasion for Loving. (vert. Kansen op liefde)
1966     The Late Bourgeois World. (vert. De bourgeoiswereld van vroeger)
1971     A Guest of Honour. (vert. De eregast)
1974     The Conservationist. (vert. o.a. als Een dode zwarte man)
1979     Burger's Daughter. (vert. Burgers dochter)
1981     July's People. (vert. July's mensen)
1987     A Sport of Nature. (vert. Een speling der natuur)
1990     My Son's Story. (vert. Het verhaal van mijn zoon)
1994     None to Accompany Me. (vert. Niemand die mij vergezelt)
1998     The House Gun (vert. Het huiswapen)
2001     The Pickup (vert. Rite de passage)
2005      Get A Life (vert. Word wakker)

Korte verhalen
1949     Face to Face.
1953     The Soft Voice of the Serpent. (vert. De zachte stem van de slang)
1956     Six Feet of the Country.
1960     Friday's Footprint.
1965     Not for Publication.
1972     Livingstone's Companions.
1975     Selected Stories.
1980     A Soldier's Embrace: Stories.
1984     Something Out There.
1991     Jump and Other Stories. (vert. Springen en andere verhalen)
2003     Loot and other Stories (vert. De buit en andere verhalen)

CITATEN

Is het niet hetzelfde eeuwenoude verlangen naar onsterfelijkheid dat gelijk is aan onze wensen allerlei menselijke grenzen te overschrijden? Het gevoel dat als je daarin slaagt, je het overschrijden van onze levensgrens bereikt: onze dood.
In: De bourgeoiswereld van vroeger

Er is altijd iemand bij die niemand zich herinnert. Op de groepsfoto hebben alleen degenen die beroemd of berucht zijn geworden of wier gezicht achterhaald kan worden door middel van samen doorgemaakte ervaringen een plaats in die ruimte en tijd, op een glimmend plat vlak.
In: Niemand die mij vergezelt

Het schrijven van een kort verhaal is een poging om uit een situatie in de buitenwereld of de innerlijke wereld de tot leven wekkende druppel - zweet, traan, zaad, speeksel - te destilleren die intensiteit aan het papier meedeelt, er een gat in brandt.
Nadine Gordimer