In de beste familie van Rachel Cusk

Wankelend Engels verleden

In 2003 stond Rachel Cusk op Granta’s toonaangevende lijst van ’20 Best of Young British Novelists’. Het werk van deze schrijfster geeft blijk van haar talent voor een precieze observatie waardoor zij haarfijn een sfeer kan neerzetten. In In de beste familie is dat die van het aristocratische leven op het Engelse platteland van Somerset. In haar recentste, maar eerder vertaalde, roman Arlington Park die van het treurige leven van huisvrouwen in een Engelse buitenwijk. Met haar romans schetst Cusk nauwkeurig een modern tijdsbeeld dat niet gespeend is van een venijnige boodschap.

Er wordt in Cusks werk weliswaar veel met elkaar gepraat – de dialoog is een belangrijk element in haar romans – maar desondanks gebrekkig gecommuniceerd. De tekortschietende communicatie betreft vaak die tussen man en vrouw. Een van Cusks vele thema’s is dan ook de man-vrouwverhouding. Met name de volgens Cusk nog altijd traditionele rol van de vrouw wekt de ergernis van de schrijfster. Onder andere in Arlington Park wordt dit expliciet uitgewerkt, dramatisch aangezet door de treurigheid van de almaar aanhoudende regen. Ook in In de beste familie is het thema aanwezig. Het communicatieprobleem tussen hoofdpersoon Michael en zijn vrouw Rebecca, gesymboliseerd door hun mogelijk autistische zoontje Hamish, wordt zo groot dat Michael besluit een weekje te vertrekken. Samen met zijn zoontje gaat hij zijn oude schoolvriend Adam Hanbury helpen met het lammeren op het familielandgoed, waar hij vroeger ooit is geweest.

De Hanbury’s verbeelden voor Michael alles wat hij niet is en graag had willen zijn: excentriek, feestvierend, extravert, chic, vrij, vol zelfvertrouwen, een hechte familie vormend en behorend tot de bezittende klasse. Het klassenverschil is een van Cusks andere thema’s, in deze roman gesymboliseerd door het grote landhuis met de ietwat pretentieuze naam `Egypt’. De afkomst van haar personages wordt regelmatig uitgebreid beschreven. De door Michael bewonderde familie bestaat uit Paul Hanbury, zijn vrouw en ex-vrouw en de kinderen uit beide huwelijken, van wie Adam de oudste zoon is. Als Michael de Hanbury’s na al die jaren weerziet, blijkt van het ideaalbeeld echter niet veel meer over. Via rake beschrijvingen van de personages en hun handelingen leert de lezer hen samen met Michael beter kennen. Door de afwezigheid van de patriarch, Paul Hanbury, die vanwege prostaatkanker in het ziekenhuis verblijft, komen de wankele familieverhoudingen aan het licht. Cusk laat Pauls honden als katalysator fungeren, de situatie wordt onhoudbaar en lichtelijk hysterisch door hun onhandelbare gedrag.

Ikverteller Michael registreert onder meer dat de voorheen vrije Adam in een burgerlijke nieuwbouwwijk is terechtgekomen met een degelijke vrouw en twee kinderen, dat Adams lieflijke zus Caris in een vrouwencommune is verslonsd en verhard, dat het familiebedrijf verlies lijdt, dat Pauls vrouwen het niet zo goed met elkaar kunnen vinden als gedacht en dat de tweede vrouw, Vivian, zich nu realiseert dat zij zich jarenlang heeft laten gebruiken als geldschieter. En daarmee worden de werkelijke verhoudingen van macht en afhankelijkheid duidelijk, hoewel Michael zich als verteller onthoudt van commentaar. Via de doorgeprikte illusies met betrekking tot de Hanbury’s, worden Michaels eigen leven en huwelijksperikelen ook helderder en pijnlijker. Hij had gehoopt dat het weekje weg van zijn eigen problemen hem weer nieuwe moed zou geven, maar de gebeurtenissen brengen juist alles nog meer aan het wankelen.

Als hij na de week bij de Hanbury’s gedesillusioneerd thuiskomt, heeft zijn vrouw een vriendin te logeren. In het wervelende gesprek dat volgt tussen hun drieën wordt het bezoek aan `Egypt’ nog eens toegelicht en in het kader van Michaels eigen leven geplaatst. Michael verklaart aan Rebecca’s vriendin zijn aanvankelijke fascinatie voor de Hanbury’s met `Het was misschien het idee dat ik iets niet per se hoef te bezitten om het te ervaren.’ Hij is dan ook niet van de bezitterige soort, het huis waarin hij woont is bijvoorbeeld van zijn schoonouders. Maar het is de vraag of de onbetrokkenheid waarin hij uiteindelijk is blijven hangen hem datgene brengt wat hij wil. Het maakt hem tot een observerende buitenstaander. Zijn vrouw beschuldigt hem dan ook van lafheid, volgens haar is hij te bang om te leven. Als lezer is het niet gemakkelijk om je te identificeren met de zo bezien ietwat hypocriete Michael. Of met welk personage dan ook. Niet in de laatste plaats omdat ze geen van allen erg aardig zijn. Cusk schildert hen genadeloos af met al hun scherpe kantjes. Het lijkt haar dan ook niet te interesseren of ze haar lezer kan laten meeleven en kan meeslepen in haar felle tijdsschets, die wat negatief uitpakt.

De personages mogen weliswaar onaantrekkelijk zijn, ze zijn geenszins eendimensionaal of ongenuanceerd. Dat zorgt ervoor dat ze toch blijven boeien. Ze zijn ook, zoals vaker gethematiseerd door Cusk, hopeloos op zoek naar het evenwicht tussen zichzelf blijven en zich aanpassen aan de omstandigheden. Vaak is de balans zoek. Met haar soms lange, meanderende zinnen vol bijvoeglijke naamwoorden en haar uitgebreide, scherpe dialogen weet Cusk de karakters in al hun schakeringen en gelaagdheid neer te zetten. Dat maakt hun handelingen en gevoelens multi-interpretabel, wat interessant is voor het gesprek in de leeskring. Die gelaagdheid is ook terug te vinden op andere plaatsen in de roman, zoals in de beschrijvingen van relaties of landschappen, de roman staat vol metaforen. Daardoor wordt het een verontrustend verhaal waarin niets is wat het lijkt te zijn.

Cusk geeft In de beste familie dan ook als motto een citaat uit het toneelstuk De kersentuin van Tsjechov mee. Dat begint met: `Welke waarheid? Jij ziet wat waarheid is en wat niet, maar het is net of ik mijn gezichtsvermogen kwijt ben, ik zie niets’. Deze uitspraak wordt in De kersentuin gedaan door de grootgrondbezitster Ljoebow Ranjewskaja, die na een jarenlang verblijf in het buitenland terugkeert naar haar landgoed in Rusland, dat tijdens haar afwezigheid in verval is geraakt. Bovendien zijn er enorme schulden. Net als het Russische verleden in de tijd van Tsjechov raakt het Britse verleden in Cusks tijd steeds meer in verval en moet oud geld plaats maken voor nieuw geld. Kortom, In de beste familie gaat over de Britse gewoonte om van het verleden een mythe te maken, over een bepaald type verdwijnende beschaving, zoals Cusk zelf zei in een openbaar interview met Kristien Hemmerechts in Amsterdam. Ze voegt er aan toe dat ze weliswaar over relaties schrijft maar dat haar boeken voor haar over heel andere dingen gaan: ze zijn politiek. In de beste familie kan dan ook net als De kersentuin gezien worden als een wrange komedie met de tijdgeest als decor.

Rachel Cusk, In de beste familie (In the Fold, vert. Marijke Versluys), De Bezige Bij, 2007. ISBN 978 90 234 2232 7.

* Deze recensie is eerder verschenen in boek-delen Dossier, jrg 3, nummer 1, april 2008. Dit blad is verkrijgbaar in combinatie met het tijdschrift boek-delen.

Discussievragen

Wat zijn voor u de specifieke kenmerken van de stijl van Cusk in deze roman? Hoe waardeert u deze stijl?

In haar brief aan Michael dicht Rebecca hem een aantal karaktereigenschappen toe (zie de laatste pagina’s). In hoeverre bent u het met haar kwalificaties eens? Hoe zou u zijn belangrijkste eigenschappen omschrijven?

In hoeverre begrijpt u dat Michael ingaat op Adams verzoek om te komen helpen lammeren? Welke beweegredenen zou hij kunnen hebben om te gaan?

Hoe zou u de toon in de roman omschrijven? In hoeverre spelen humor en ironie een rol?

De roman bevat verschillende metaforen en symbolische elementen. Welke betekenis hebben bijvoorbeeld volgens u de bevallende ooien, de achterstand van Michaels zoontje, het landhuis `Egypt’, Michaels viool, de helse honden, het incident met de pijl en boog?

Met welk van de personages sympathiseert u het meest? En met welk het minst? Welke verklaring heeft u daarvoor?

Welke parallellen ziet u tussen de Hanbury’s en Michaels schoonfamilie?

Hoe hebt u de uitgebreide beschrijvingen van de omgeving ervaren?

In hoeverre is het lange motto voorin het boek van toepassing op de personages?

Share