Interview: Hannes Meinkema over haar nieuwe roman, religie en heiligheid

“God heeft geen lievelingetjes”

Hannes MeinkemaSchrijfster Hannes Meinkema over haar nieuwe roman, religie en heiligheid
Interview nav De heiligwording van Berthe Ploos door: Margreet Hogeterp

“Schrijven over het goede, over liefde, over God, is het allermoeilijkste”, meent schrijfster Hannemieke Stamperius, beter bekend onder haar pseudoniem Hannes Meinkema. “Het is in de literatuur ook een beetje een taboe om daarover te schrijven.”
Met haar nieuwe roman De heiligwording van Berthe Ploos – een roman over de pijn van het leven, maar ook over verzoening, liefde en overgave – doorbreekt Meinkema dat taboe.

Net als veel mensen van haar generatie maakte Meinkema, die hervormd is opgevoed, een ontwikkeling door waarbij ze in het begin van haar studententijd de kerk van haar ouders verliet en ‘hartstochtelijk seculier’ werd om vervolgens na een lange tijd weer te terug te keren naar de kerk.
“Toen bleek dat de tijd niet stil had gestaan en dat de kerk die ik in mijn hoofd had totaal niet de kerk is zoals die is. Al kan ik soms met het instituut kerk nog steeds veel moeite hebben. Maar theologie is wel een passie van me geworden. Mensen hebben zich tweeduizend jaar lang met al hun inspanning ingezet en gepraat en gedacht over iets waarvan ze niet eens zeker kunnen weten of het er is. Dat vind ik iets prachtigs. Prachtig vind ik ook dat in de loop van die tweeduizend jaar alles wat je daarover kunt denken al wel eens door iemand is gedacht. Maar helaas is wat je in de traditionele kerk aan dogma’s en ideeën te horen krijgt daar maar zo’n klein beetje van.”

Religieuze ervaringen
Haar nieuwste roman, De heiligwording van Berthe Ploos gaat over de religieuze ontwikkeling van een jonge vrouw, Berthe Ploos, die als vondeling in een katholiek kindertehuis is opgegroeid en op een gegeven moment overwerkt thuis komt te zitten. Beetje bij beetje herontdekt zij haar liefde voor theologie en begint ze te zien dat religie vooral te maken heeft met persoonlijke religieuze ervaringen in plaats van met de dogma’s waarmee ze is opgegroeid.
Meinkema: “Jarenlang heb ik geschreven over slachtoffers en ook over het kwaad, vanuit het perspectief van de dader. Maar meer en meer begon ik me te realiseren dat schrijven over het goede, over liefde en God, over zorg, het allermoeilijkste is. In de literatuur zijn deze onderwerpen ook een beetje taboe.”

Heiligheid
In haar roman is ‘heiligheid’ een van de centrale begrippen. “Zowel in structuur, als in ontwikkeling van Berthe, als in de subthema’s, gaat het eigenlijk over de vraag wat heiligheid is”, zegt Meinkema. Daar bestaan verschillende opvattingen over. Voor mij beperkt heiligheid op geen enkele manier tot wat binnen de katholieke traditie onder heiligheid wordt verstaan. Ik heb ook weinig met de heiligen uit die traditie want het idee dat mensen kunnen bepalen wie er in de hemel komt, als er al een hemel is, vind ik absurd, laat staan dat ik tot heiligen zou willen bidden om een goed woordje voor me te doen.
Maar de verhalen over heiligen zijn prachtig. En ze brengen het leitmotief van wonderen met zich mee, wat ook een van de thema’s van mijn boek is. Berthe ervaart af en toe iets als een wonder en toch gaat het dan niet om tegennatuurlijke dingen.
Heilig betekent oorspronkelijk binnen de christelijke traditie: ‘apart gezet’. In het boek verwijst dat naar de manier waarop Berthe zelf als schurftige vondeling op de Albert Cuyp-markt gevonden is. Maar in het woord heilig zit ook heel. Dus je kunt het ook zien als een worden wat je kunt zijn, heel worden, vrij worden. Dat laatste is voor Berthe de diepste zin van dat begrip, alleen doet ze er een heel boek over om daarachter te komen.
Ik speel bewust met alle verschillende facetten van zo’n thema omdat dat een van de manieren is waarop ik mensen aan het denken wil zetten.”

Algemene balans
In elk hoofdstuk van De heiligwording van Berthe Ploos vindt er een andere ontmoeting plaats en oefent Berthe als het ware met bepaalde rollen – zoals die van vriendin, dochter, moeder en collega – waardoor tegelijkertijd dingen worden opgelost die in het verleden fout zijn gegaan.
Meinkema: “Ik vind dat een hele mooie gedachte dat je door in het hier en nu iets goed te doen, ook al is het met hele andere mensen, dingen uit het verleden kunt herstellen. Dat er een soort algemene balans in het leven is.
Zo heb ik dat zelf ook ervaren. Ik heb een tamelijk belazerde jeugd gehad, maar door mijn dochter te geven wat ik nooit heb gekregen krijg ik het indirect toch weer. Zo zijn er meer dingen. Toen mijn moeder stierf was ik eigenlijk te jong om dat aan te kunnen en ook om dat op een goede manier te doen. Een jaar of vijf later stierf een oudere vriendin van me en in dat proces liet die me toen eigenlijk een soort van verzoening met mijn falen ten aanzien van de dood van mijn moeder beleven.
Dit zijn thema’s die passen binnen de religie maar die ik absoluut niet tot religie zou willen beperken. Daarom laat ik Berthe ook ervaringen hebben die ze uiteindelijk als religieuze ervaringen durft te erkennen, maar die ervaringen zijn die ieder mens kan hebben. Bijvoorbeeld in de natuur of in een liefdesrelatie als je het gevoel hebt van opgetild worden en een-zijn met alles. Of als je iets doet en daarbij eventjes helemaal vergeet wie je zelf bent. Ik vind niet dat gelovigen daarin een streepje voor hebben. Als God bestaat heeft hij geen lievelingetjes. Vragen als ‘Wat is het goede?’ en ‘Hoe geef ik mijn leven zin’ mag je wel religieuze vragen noemen, maar tegelijkertijd zijn het vragen van alle mensen en van alle tijden.”

Pijn als leermeester
‘Wat kunnen we met pijn?’ is ook zo’n vraag die in Stamperius boek aan de orde komt. “Mystici hebben daar veel over geschreven. Uit ervaring – ik heb al een tijd een pijnlijke botziekte – kan ik zeggen dat ik fysieke pijn een prachtige weg vind om te leren los te laten, om te leren accepteren dat de dingen gaan zoals ze gaan en niet zoals jij wilt dat ze gaan. Omdat je niet onder pijn uit kunt is dat een van de beste leermeesters die er zijn. Door los te laten wat je wilt, of hoe jij wilt dat de dingen zouden moeten gaan, bevrijd je jezelf van de slavernij van de egocentrische wil die ons leven helaas ontzettend beheerst. ‘Toen ik jong was beschouwde ik vrijheid als kunnen doen wat je wilt. Voor mij is dat nu, na een lang leerproces, de grootste onvrijheid die je maar kan denken: de slaaf van mijn wil zijn, voortdurend uitzijn op wat ik wil hebben en wil krijgen, wat ik wil regelen. Pijn doorkruist dat altijd. Als je pijn accepteert dan leer je in het nu leven, dan leer je dat dwingende los te laten. En tegelijkertijd ben je dichter bij de pijn van anderen.
Maar het is moeilijk om over dit soort dingen te praten omdat ze heel erg haaks staan op onze maakbare cultuur waarin gezondheid, jeugd en jong-zijn ongeveer het hoogste goed is. Bovendien zitten wij heel erg verstrikt in de taal van de psychologie die mensen doet handelen uit angst of begeerte en waarin onbaatzuchtigheid niet bestaat. En dat vind ik met liefde ook. Je ziet mensen soms dingen doen die met geen mogelijkheid te herleiden zijn tot egocentrische motieven. Dat bestaat en daar moet je verhalen over kunnen schrijven zonder dat het sentimenteel wordt of ‘heilig’. En bovendien moet ook nog een beetje leuk zijn om te lezen.
Dat is wat ik met mijn roman heb proberen te bereiken”.

Dit interview is eerder gepubliceerd in het ledenblad van Passage

Klik hier voor de bespreking van De heiligwording van Berthe Ploos met gespreksvragen van de Hannes Meinkema

Share