Citaten:
“Ik merk een bepaalde vitaliteit, daadkracht en penvoering op bij veel Amerikaanse schrijvers, waarbij in vergelijking de Nederlandse literatuur een tikje verbleekt. Een tikje, zeg ik met nadruk. Mijn poëtica en smaakpalet zijn spelenderwijs door de Amerikaanse literatuur ingevuld. In Europa heb je geciseleerd proza, fijnslijperij. Wij zijn fijnschilders in de literatuur. Een literaire pedant van Cobra hebben we niet. In Amerika mag de verf van het doek spatten.” (8weekly, 23 oktober 2006)
'Ik heb het schrijverschap zeer geromantiseerd. Dat zou ik nu wel uit mijn hoofd laten... [...] Nee, in het diepste geheim romantiseer ik het natuurlijk nog steeds.' (De Groene Amsterdammer, 14-10-1998)
'Neger'. Sinds de dinsdagen met Iris had Theo het soms moeilijk met dat woord. Iris zei 'neger' als ze het over een neger had - maar uit zíjn mond klonk het ongepast, alsof hij een blafferig bevel gaf.
Uit: De buitenvrouw
Kennelijk vond ik mijzelf toen al onbeduidend. Ik zocht naar een mogelijkheid om me te onderscheiden van de andere kinderen. Met doodgaan kwam je een heel eind. Als je stierf op jonge leeftijd, liet je onuitwisbare sporen na.
Uit: 'Tomaatsj' (Het jongensmeisje)
Zoals pijn krachtiger doorklieft dan genot kan helen, woog de voldoening van hun gedeelde uren niet op tegen de kwelling van haar afwezigheid.
Uit: Vals licht
Hij had een meisje moeten zijn. Wel vaker was het Simon opgevallen dat ze hem soms met lichte wrevel kon aankijken, alsof iets onafgemaakts in zijn gezicht haar irriteerde. De irritatie gold in feite de beperking van haar fantasie. Zij kon hem niet tot meisje denken en gaf hém daarvan de schuld. Dat vond Simon niet rechtvaardig. Hij was tenslotte al schuldig genoeg.
Uit: Vals licht