Literaire steden: Praag

‘In deze kring is mijn leven besloten’

Wandelen door het Praag van Kafka
door Jacandra van den Broek

PraagWie een bezoek brengt aan Praag kan niet om Franz Kafka (1883-1924) heen. Hij is de beroemdste schrijver die deze stad heeft voortgebracht en heeft er zijn hele leven gewoond en gewerkt, op enkele korte uitstapjes naar het buitenland na. Hij en zijn familie hebben dan ook de nodige sporen achtergelaten in Praag. Bovendien kan de kenner van Kafka’s literaire werk plaatsen in de stad herkennen die als inspiratie voor zijn verhalen hebben gediend. Wandelend langs al deze plekken krijgt men een indrukwekkend beeld van deze ‘gouden stad’.

Het Oude Stadsplein van Praag, dat in het tongbrekende Tsjechisch Staromìstské námìsti heet, is een goed startpunt voor een Kafka-wandeling. Iets ter linkerzijde van de drommen toeristen die de astronomische klok op het stadhuis aan het fotograferen zijn, staan de stadsgidsen met hun parapluutjes en bordjes met wandelthema’s, waaronder één met een Kafka-wandeling, maar ik loop de groepjes voorbij. Rondom het Oude Stadsplein bevinden zich diverse belangrijke Kafka-plaatsen. Het centrum van de stad was ook het centrum van Kafka’s leven: “In deze kleine kring is mijn hele leven besloten”, zoals hij zelf zei. Op loopafstand van elkaar bevinden zich aan het plein bijvoorbeeld het Sixt-Huis waar hij als kleine jongen aan het eind van de negentiende-eeuwse jaren tachtig woonde, het ‘U Minute’-huis met de bijzondere gevelschilderingen waar de Kafka’s rond 1900 woonden en het huis ‘Drie Koningen’ aan de Celetná nr. 3. Hier woonde de jonge Franz tot 1907 en had hij een kamer die uitkeek op de Tynkerk, een bekend herkenningspunt in het Praagse stadsgezicht. Aan het plein ligt ook het Kinsky Paleis waar Kafka’s gymnasium in gevestigd was en waar zijn vader op de begane grond een winkel heeft gehad. Op die plaats zit nu heel toepasselijk de knusse ‘Kafka Bookshop’.

Joodse wijk
Aan het begin van mijn bezoek aan Kafka’s stad loop ik naar de plaats waar zijn geboortehuis heeft gestaan, op de hoek van Maiselova en U radnice. Het pleintje voor het huis heet tegenwoordig ‘námìsti Franze Kafky’. Van het originele geboortehuis is alleen het portaal overgebleven. De rest is gesloopt in 1897 nadat het beschadigd was door een brand. Op de gevel is in 1965 een bronzen herdenkingsplaat aangebracht ter herinnering aan Kafka’s geboorte op 3 juli 1883. Kafka heeft hier maar kort gewoond, zoals op veel adressen. Een kleine tentoonstelling over zijn leven biedt een informatieve start voor de verdere omzwervingen door het Praag van Kafka. Een eenvoudig, slecht gekopieerd plattegrondje en een klein boekje met korte omschrijvingen van Kafka’s woon- en werkplekken kunnen hier voor een paar kronen aangeschaft worden.
Het huis ligt aan de rand van de joodse wijk (Josefov), die zich kenmerkt door talloze kleine pleintjes voorzien van meerdere stadsbankjes. Een zwerftocht door Josefov brengt je langs de Joodse Oud-Nieuw Synagoge, de oudste van Europa, en het Joodse Stadhuis. Over deze plaatsen schreef Kafka in zijn dagboeken en in het stadhuis las hij regelmatig voor uit zijn werk. Als Duitstalige jood kwam hij ook graag op de Oude Joodse Begraafplaats. Een bezoek is ook in deze tijd nog heel bijzonder. Als de late namiddagzon zijn stralen op de 12.000 schots-en-scheve grafstenen laat vallen, vind je de contemplatieve rust die Kafka daar zocht. Tegenwoordig is het onderdeel van het Joods Museum en niet zonder entreekaartje te bezoeken. Jaren na de dood van Kafka brachten de nazi’s de huidige collecties hier naar toe met het verbijsterende plan er een ‘museum van een uitgestorven soort’ van te maken. Een van de gebouwen draagt op de binnenmuren de namen van 77.297 Tsjechische joden met de kampen waar ze omkwamen. Kafka heeft dit niet meer meegemaakt, maar het had het uitgangspunt kunnen zijn van een van zijn verhalen.
Hij heeft het ook niet meer beleefd dat er een Franz-Kafka-Monument werd opgericht. De kafkaëske sculptuur in de straat Vìzeòská werd namelijk pas ter gelegenheid van zijn 120ste geboortedag in 2003 onthuld. Het is tekenend voor zijn geschiedenis dat het zolang heeft geduurd voordat hij deze erkenning kreeg. Zijn werk werd tijdens zijn leven nauwelijks uitgegeven of gelezen en later werd het door de nazi’s verbrand en door de communisten verboden.

Gouden Straatje
’s Avonds in mijn hotelkamer lees ik in Kafka’s Verzameld Werk, onder andere Een plattelandsdokter, dat hij schreef in het huisje van zijn zus Ottla in het Gouden Straatje bij de Praagse Burcht. Deze bekendste Kafka-plek, aan de andere oever van de Moldau in de wijk Burchtheuvel (Hradèany), wil ik graag zien. De volgende dag neem ik tram 22 vanaf het Karelsplein die een mooie rit maakt door de nieuwe wijk (Nové Mìsto), de rivier oversteekt naar de voet van de Petøínheuvel, vervolgens door de wijk Malá Strana slingert en een rondje maakt om de koninklijke tuinen van de Praagse Burcht. Ik blijf nog even zitten en stap pas uit bij Pohorelec, de straat voor het Strahovklooster, bovenaan de Petøínheuvel. Want een boekenliefhebber mag de historisch belangrijke bibliotheek van Strahov niet missen, is me verteld. Inderdaad is de collectie van zowel de theologische als de filosofische zaal indrukwekkend. Wel jammer is dat de bezoekers de enorme boekenwanden, net als de prachtige plafondschilderingen, alleen vanachter een rood koord kunnen bekijken, terwijl ze nauwlettend in de gaten gehouden worden door ontoeschietelijke Tsjechische beheersters.
Vanuit de tuinen van het klooster is de Hongermuur zichtbaar, die zich vanaf de Petøínheuvel naar beneden slingert. Naar verluid wandelde Kafka graag langs deze muur en heeft deze hem geïnspireerd tot het schrijven van ‘De Chinese muur’. Ik besluit de andere kant op te lopen, naar het Gouden Straatje. Midden op het terrein van de Praagse Burcht passeer je eerst de ontzagwekkende St. Vituskathedraal waarvan men zegt dat deze model heeft gestaan voor de anonieme kathedraal in Het proces. In het schilderachtige Gouden Straatje is op nummer 22, waar Kafka heeft gewoond en op het zoldertje heeft zitten schrijven, nu een piepklein Kafka-winkeltje.
Via de oude kasteeltrappen verlaat ik het Burchtcomplex zoals Kafka dat ook vaak deed en wandel naar het Kafka-museum aan Cihelná 2b, dat aan de Moldau ligt met uitzicht op de beroemde Karelsbrug. De expositie ‘The City of K.’ is na Barcelona (1999) en New York (2002) sinds 2005 in Praag. Het eerste deel biedt een vrij traditioneel overzicht van Kafka’s leven (met oude foto’s, filmpjes, een tijdlijn, eerste edities, brieven en tekeningen) van zijn geboorte, via zijn geliefdes, tot aan zijn vroege dood aan tbc. Het tweede deel is een gewaagdere aanvulling op de feiten. Met onder andere een video-impressie in een grote spiegelruimte en een doolhof van hoge archiefkasten met naamplaatjes van Kafka’s personages erop wordt geprobeerd het kafkaëske voelbaar te maken.
Na alle indrukken is het tijd om iets te drinken in Café Louvre aan de Národní 22, waar in de beginjaren Franz Kafka en zijn vriend Max Brod regelmatig kwamen. Vervolgens stap ik op metrolijn A naar halte ‘_elivského’, voor een bezoek aan de nieuwe joodse begraafplaats, waar Kafka begraven ligt. Alleen te vinden door de uitgang _idovské Høbitovy uit het metrostelsel te nemen. De ingang van de begraafplaats is direct rechts als je ‘bovenkomt’. Bordjes wijzen keurig de weg naar Kafka’s graf langs de zuidmuur. Omdat deze Kafka-plek zover buiten het centrum ligt, is het hier heel rustig. Tegenover Kafka’s graf, waar ook zijn ouders later begraven zijn, hangt een herinneringsplaat voor zijn vriend Max Brod. De rust van de begraafplaats is een verademing na de toeristische drukte van met name de Praagse Burcht. Zo eindigt mijn zoektocht naar Kafka bij het laatste spoor dat hij naliet in ‘the city of K.’.

Dit artikel is eerder verschenen in het blad Boek-delen (nummer 3, september 2008)

Share