Verhaalanalyse

Verhaal- of romananalyse wordt ook wel narratologie genoemd (van het Latijnse ‘narrare’, vertellen).

Bij de behandeling van de narratologie gaan we uit van de volgende definitie van een roman/verhaal:

een prozatekst waarin personages voorkomen die handelingen verrichten; deze handelingen nemen een bepaalde tijdsduur in beslag en spelen zich af in een ruimte en een historische tijd; het geheel wordt de lezer meegedeeld vanuit een perspectief.

Elke roman en elk verhaal bevatten deze zes elementen en de narratologie beschrijft welke mogelijkheden er op elk gebied zijn.

Bron: J.A. Dautzenberg, Nederlandse literatuur, Malmberg, 1989

De analyse van de structuur van romans, novelles en verhalen wordt verhaalanalyse genoemd. De structuur wordt ook wel ‘compositie’ of ‘samenhang’ genoemd.

Bij verhaalanalyse onderscheiden we de volgende elementen:
opbouw, tijd, ruimte, perspectief, personages, motieven, thema, titel en (evt.) motto.

In een goede literaire tekst hangt alles met alles samen: voor een goed begrip van de tekst is het van belang de verbanden op te sporen.

Hieronder volgen een korte uitleg van de genoemde elementen en de aandachtspunten bij bestudering ervan:
(Naar sommige begrippen kan doorgeklikt worden voor een langere uitleg)

Opbouw
Hoe zit de tekst in elkaar? Zijn er delen, hoofdstukken met of zonder titel, fragmenten, andere onderbrekingen, is er een motto?

Tijd
In welke tijdsperiode (historisch) speelt het verhaalgebeuren zich af? Is het wel of niet chronologisch? Zijn er flashbacks en/of flashforwards? Wat is de vertelde tijd (de tijd die de gebeurtenissen innemen)? Wat is de verteltijd (de tijd die het kost om de gebeurtenissen te vertellen in pagina’s of hoofdstukken)? Is er tijdverdichting (in een paar zinnen veel tijd overbruggen) of zijn er sprongen in de tijd (tijd overslaan)?
Lees meer over het begrip Tijd >>

Plaats en ruimte
In welke omgeving/plaats speelt het gebeuren zich af? Is dit functioneel? (bijv. sfeertekening, thema versterken, werkelijkheidskarakter verhogen).
Lees meer over Plaats en ruimte >>

Perspectief en verteller
Vanuit wiens gezichtspunt (of ‘point of view’) wordt het verhaal verteld en gebeurtenissen gezien? Het kan van belang zijn te weten bij wie (op een bepaald moment) het perspectief ligt om de gebeurtenissen op de juiste waarde te schatten. Een perspectief kan sterk gekleurd zijn door het personage bij wie het perspectief ligt. Ook kan er bijvoorbeeld sprake zijn van perspectiefwisselingen; dan kom je als lezer voor vragen te staan als: welke visie van welk personage is de juiste? Wiens ideeën en welke gedachten over de gebeurtenissen zijn correct?
Vaak hangt het perspectief nauw samen met de verteller van het verhaal. Er zijn verschillende soorten vertellers, zoals de ik-verteller, de onzichtbare verteller, de personale verteller en de alwetende verteller.
Lees meer over Perspectief en verteller >>

Personages
Naar hun rol of functie in de handeling onderscheiden we hoofd- en bijfiguren. Als de lezer een personage grondig leert kennen in zijn karakterontwikkeling, spreken we van round character (rond karakter). Daarnaast kennen we flat characters (vlakke karakters) en typen.
Lees meer over Personages >>

Motieven
Een motief in literatuur is een herhaaldelijk terugkerend element. We herkennen het omdat het ook in andere verhalen voorkomt (bijv. driehoeksverhoudingen, generatieconflicten) of omdat het binnen hetzelfde verhaal meermalen voorkomt (bijv. een voorwerp, een lied, een kleur, een bepaalde handeling, een gevoel). Herhaling is essentieel.
Lees meer over Motieven >>

Ook symbolen (voorwerpen met een vaste betekenis, bijv. roos) kunnen herhaaldelijk voorkomen. Verband tussen motieven en symbolen onderling maakt dat een literair werk tot een samenhangend geheel wordt. Het opsporen van de verbanden tussen motieven leidt tot het ontdekken van hun betekenis en uiteindelijk tot het zien van de betekenis van het werk als geheel: het thema.
Soms heeft het verhaal een leidmotief dat als het ware een rode draad in het hele verhaal vormt.

Thema
Het thema in een werk is een algemene gedachte (‘onderliggende gedachte’) die het eigenlijke onderwerp van dat verhaal vormt. Een zo kort mogelijke omschrijving (in één of twee zinnen) van waar een verhaal eigenlijk over gaat, in algemene bewoordingen (bijv. ‘zoeken naar eigen identiteit’). Het is iets waar bijna iedereen mee te maken heeft, een ‘algemene waarheid’ dus.
Het thema wordt ook wel hoofdmotief genoemd.
NB: een verhaal heeft vele motieven, meestal maar één thema.

Titel
Wat is de betekenis van de titel in relatie tot de inhoud (motieven en thema)?

Motto
Sommige romans hebben een motto, dat is een citaat, een spreuk of een gedicht, geplaatst vóór het eigenlijke verhaal begint. Als er een motto is, hoe luidt dit dan? Wat is de betekenis in relatie tot de inhoud?