Personages

Naar hun rol of functie in de handeling onderscheiden we hoofd- en bijfiguren. Als de lezer een personage grondig leert kennen in zijn karakterontwikkeling, spreken we van round character (rond karakter). Daarnaast kennen we flat characters (vlakke karakters) en typen.

We onderscheiden hoofd- en bijfiguren in een verhaal. Daarnaast komen er allerlei personages voor die slechts aanwezig zijn omdat ze in de realiteit ook steeds aanwezig zijn. Ze hebben echter geen echte functie in de handeling, bijvoorbeeld een buschauffeur, de buurvrouw, een postbode. Deze personages worden achtergrondfiguren genoemd.

De hoofdpersoon van een roman of verhaal wordt vaak de held(in) genoemd: iemand die zelf de loop van de gebeurtenissen (mede) bepaalt, ook al is het geen held in de eigenlijke, bloeddorstige zin van het woord. De hoofdpersoon kan ook een antiheld(in) zijn, dan wordt de hoofdpersoon bepaald door zijn omgeving.

Er zijn drie mogelijkheden wat betreft het karakter van de personages:

  • rond karakter (round character)
  • vlak karakter (flat character)
  • type

Een type is een personage waarvan ofwel slechts één karaktertrek is gegeven ofwel de karaktertrekken tot karikatuur zijn gemaakt. In sprookjes komen bijvoorbeeld voortdurend typen voor (de boze stiefmoeder, de heks, de mooie prinses). Hoe eenvoudiger de lectuur is, hoe meer er van typen gebruik wordt gemaakt.

Een vlak karakter is een personage waarvan we weinig weten, meestal omdat het een bijfiguur is. De schrijver geeft hoogstens wat globale karaktertrekken, omdat meer voor het verhaal niet nodig is.

Een rond karakter daarentegen is een personage dat we door en door lijken te kennen als het boek uit is. Zijn goede en slechte kanten komen aan de orde, zijn gewoonten en liefhebberijen, zijn opvattingen en gevoelens. Om een rond karakter te scheppen is een uitgebreide handeling nodig, vandaar dat in korte verhalen de personages meestal tamelijk vlak zijn.

NB: In sommige analyses wordt alleen een onderscheid gemaakt tussen karakters en typen. Onder een karakter wordt dan verstaan een verhaalfiguur waarvan het innerlijk (gedachten en gevoelens) wordt beschreven en die bovendien in de loop van het verhaal een zekere ontwikkeling doormaakt. Terwijl de lezer typen slechts oppervlakkig aan de buitenkant leert kennen. Zo’n personage maakt geen ontwikkeling door. Vaak worden een aantal kenmerken sterk overdreven.

Karakters zijn veelzijdiger en minder voorspelbaar dan typen en laten zich daardoor niet in een paar woorden kenschetsen. Het zijn een klein beetje ‘echte’ mensen.

Romans die als primair doel hebben een personage zo diepgaand mogelijk te beschrijven, worden psychologische romans genoemd. Gaat het om de beschrijving van een maatschappelijk bepaalde groep personen, dan spreekt men van sociale romans. Een apart type psychologische roman is de ontwikkelingsroman, waarin de geestelijke rijping van een personage centraal staat.