Olympia van Geertrui Daem

OlympiaGeertrui Daem
Olympia

Wereldbibliotheek, 2006

De Vlaamse schrijfster Geertrui Daem staat bekend om haar anekdotisch-realisme en Vlaamse schrijfstijl. Ook haar derde roman, Olympia, haar dertiende boek als je het toneelwerk en de verhalenbundels meetelt, kenmerkt zich door het realistische, Vlaamse taalgebruik. Daem vertelt in dit boek het verhaal van familie Van Dale, paardenworstfabrikanten in de naoorlogse jaren ’50, waarin zij de bloei van de economie meemaken, maar ook de omwenteling naar een moderner, grootschaliger productieproces waarbij de overheid strengere regels oplegt. De worstfabriek wordt geleid door de broers Roland en Robert Van Dale. Robert is de meer conservatieve van de twee, voelt niet veel voor leningen en investeringen in pr, terwijl Roland wel probeert met de tijd mee te gaan. Hij heeft echter de pech dat de vertegenwoordiger die hij aanstelt er met zijn voorschot en de nieuwe auto vandoor gaat. Als dan het noodlot in Rolands leven toeslaat en zijn enige zoon Achilles verongelukt, gaat het snel bergafwaarts met de fabriek. De Van Dale’s blijken uiteindelijk niet mee te kunnen met hun tijd. De ondergang van de fabriek is onafwendbaar, ondanks de korte bemoeienis van schoonzoon Edmond, die reclameborden laat maken en de paardenworst nog een plekje weet te laten bemachtigen op de wereldtentoonstelling in Brussel in 1958. Zijn inspanningen worden door de broers niet gewaardeerd en kort na de Expo ’58 blijkt de fabriek ook niet meer aan de eisen van deze tijd te voldoen. De twee zussen van Roland en Robert grijpen dan in, waarna de fabriek gesloopt en de grond verkocht wordt om ruimte te geven aan een tiental woningen.

In totaal treden er meer dan twintig personages op in deze roman, in kaart gebracht in een stamboomoverzicht achter in het boek. De auteur kruipt afwisselend in de huid van verschillende personages. Dit is nieuw voor Daem die voorheen slechts twee protagonisten opvoerde in haar werk. De titelheldin Olympia is het buitenbeentje van de familie en veruit het interessantste personage. Zij vertoont licht autistische trekjes, zo kan ze volledig in zichzelf gekeerd aan tafel zitten zonder te reageren op iets dat tegen haar gezegd wordt. Op een ander moment zegt ze hele teksten uit bijvoorbeeld haar schoollessen op, die ze woord voor woord van buiten kent. Ze voelt sterk mee met de paarden die geslacht moeten worden en laat ze haar gehoorzamen. Uit een gesprek met haar tante blijkt dat ze de ziel of geest van haar overleden zusje en neefjes herkent in de paarden. Uiteindelijk richt ze samen met haar tante Céline een manege op waar “geen zweep of stok gehanteerd” werd en “niet geschreeuwd of geslagen”.

De onderlinge familierelaties komen goed uit de verf en zorgen voor de spanningsboog in het verhaal. Met name neef Achilles, zoon van Roland, zorgt voor de nodige familieperikelen. Als oudere neef kan hij niet van de zusjes Liliane en Olympia afblijven. Tijdens zijn seksuele spelletjes met de oudere Liliane wordt hij nog geëscorteerd door twee neefjes/broertjes. Maar als hij later verliefd wordt op Olympia bezoekt hij haar alleen. Intussen is Liliane verliefd op hem en dus jaloers op zijn aandacht voor haar zusje. Drama op drama volgt. De onderlinge familieverhoudingen komen na Achilles’ dood steeds meer op scherp te staan. Zijn vader Roland maakt het erg bont door zijn heil te zoeken bij zijn bijzit Betty, die hij zelfs in huis haalt en bezwangert. Achilles moeder, Louise, raakt aan de drank. De rest van de familie weet niet hoe ze met de schande om moet gaan en zoals gezegd doet het gebrek aan leiding de fabriek geen goed.

Uit bovenstaande blijkt dat, net als in haar eerdere werk, ook in dit boek Daems favoriete thema’s, als seksualiteit en de beperktheid van menselijke relaties, voorkomen. Een speciale rol is daarnaast in deze roman weggelegd voor de ‘bloende’, oftewel de saucisson de Boulogne. Het recept van deze vierkante paardenworst is het familiegeheim. Daem wilde oorspronkelijk haar roman ook de titel ‘Bloende’ geven. Ze zegt daarover in een interview met De Morgen: “Op dat moment had ik ook de titel in mijn hoofd: Bloende (dialect voor salami, nvdr). Niet Olympia, maar Bloende, want in Bloende zat alles wat ik met het boek wou zeggen: de bloedband, maar ook ‘bloeden’ en ‘bloeien’. Dat is niet doorgegaan. Geen van mijn beide uitgevers zag die titel om verkooptechnische redenen zitten.” Nu heeft ze een van de twee delen in de roman de titel ‘Bloende’ gegeven. De proloog heet ‘Bloei’ en het tweede deel ‘Bloeden’. De titel ‘Olympia’ dekt eigenlijk niet helemaal de lading omdat het boek een familie-epos is en niet alleen over Olympia gaat, ook al heeft zij een bijzondere rol binnen de familie. Maar de uitgevers zullen wel gelijk hebben dat deze titel op de cover beter verkoopt. De coverillustratie is overigens door Geertrui Daem zelf gemaakt, want naast schrijver is zij ook beeldend kunstenaar, actrice en vertelster.

Verder lezen
– Leyman, Dirk. ‘Ik zie niets anders dan la Flandre profonde rondom mij’, interview in De Morgen, 5 april 2006.
– Winter, Karlijn de. ‘Santé, op de saucissenfabriek’, recensie op recensieweb.nl, 7 mei 2006

Share