Oude Favoriet – Joe Speedboot van Tommy Wieringa

¥Wieringa_speedbootDEF.inddTommy Wieringa is met zijn vierde roman, , eindelijk doorgebroken bij het grote publiek. En terecht, want het is niet alleen een prachtig, avontuurlijk en beschouwend verhaal, maar ook nog mooi geschreven. De originaliteit van Wieringa’s schrijfstijl is deels gebaseerd op de door hem gekozen vertelstem van een invalide, intelligente jongen. Deze bijzondere geest trekt je al meteen vanaf de eerste zin in zijn belevingswereld: “Het is een warm voorjaar, in de klas bidden ze voor me omdat ik al meer dan tweehonderd dagen van de wereld ben”. Deze Fransje Hermans is invalide geworden nadat hij door een grote grasmaaier is overreden omdat hij in het hoge gras een samurai-oefening lag te doen. Hij is bijna geheel verlamd, alleen een arm kan hij nog gebruiken, en hij is zijn spraakvermogen kwijtgeraakt. Ter compensatie schrijft hij in zijn dagboek, waarmee hij zich gaandeweg opwerpt als chroniqueur van zijn geboortedorpje, Lomark. Wieringa gebruikt veel beeldspraak en geeft Fransje de mooiste gedachten mee.

Een tweede hoofdpersoon in het boek is Joe Speedboot, die in Lomark komt wonen rond de tijd dat Fransje uit zijn coma ontwaakt. Zijn entree in het dorp is spraakmakend; letterlijk omdat zijn vader met z’n truck een woonhuis binnenrijdt en daarbij overlijdt, terwijl Joe, z’n zusje en moeder het ongeluk overleven, maar ook in figuurlijke zin, doordat hij met zijn ingevingen en ideeën heel wat in beweging zet in het slaperige dorpje.

Wieringa neemt je op een volledig vanzelfsprekende wijze mee langs alle avonturen van de beide jongens en hun vrienden, die af en toe grenzen aan ongeloofwaardigheid, maar dat door de vertelkunst van de auteur nergens worden. Hij beschrijft ook op ontroerende en humoristische wijze de bijzondere vriendschap tussen beide personages. Op het hoogtepunt van die vriendschap gaan ze armworsteltoernooien door heel Europa langs waar Fransje zijn enige werkende ledemaat, zijn overontwikkelde arm, laat gelden, met Joe als zijn manager. Op deze wijze verdienen ze een aardig zakcentje bij elkaar. Niet alleen dit armworstelavontuur is een voorbeeld van de jongensachtigheid van deze roman. Zo wordt er ook een vliegtuig ontworpen en in elkaar gezet waarmee echt gevlogen wordt, een zeilschip gebouwd waarmee (vermoedelijk) naar Afrika gevaren wordt, en een tractor omgebouwd en klaargemaakt voor de Dakar-rally die echt gereden wordt.

Fransje is overal bij als afstandelijk observator en alle anekdotes belanden dan ook in een van zijn vele schriften, behalve het armworstelverhaal. Het besluit om te gaan armworstelen is dan ook een ommekeer in het verhaal. Voor die tijd schrijft Frans trouw in zijn dagboeken om het dagelijkse leven in Lomark vast te leggen en maakt hij, na zijn schooltijd als al zijn vrienden gaan studeren in een andere stad, van oud papier briketten om zijn kost te verdienen. Dit is een idee van zijn ouders, maar op een dag bezoekt Frans de sloperij van zijn vader en ontdekt daar dat zijn vader hem voor de gek heeft gehouden als hij de enorme muur van papierbriketten ontdekt die daar staat. De briketten zijn dus nooit verkocht. Met deze desillusie voor Frans eindigt het eerste deel van het boek (‘Penseel’). In het tweede deel (‘Zwaard’) wordt het armworstelavontuur beschreven en de ontwikkeling van de driehoeksverhouding tussen Joe, Frans en PJ, het Zuid-Afrikaanse meisje waar iedere jongen verliefd op is. Er is ook nog een derde deel (‘En toen’) dat heel kort is en waarin inmiddels een aantal jaren verstreken zijn en kort wordt verteld wat er van iedereen geworden is. Het dorp is intussen achter de geluidswal verdwenen van de afgeronde nieuwe snelweg en “daarachter zijn wij niet gestorven, noch zijn wij van gedaante veranderd. Wij zijn hier nog”. Een troosteloze slotzin van een vrolijk, humoristisch verhaal.

Verder lezen

  • Pieter Steinz, ‘Wat niet weerkaatst, bestaat niet’, recensie in NRC Handelsblad, 28 januari 2005.
  • Leonie Breebaart, ‘Met Joe wint hij van elke hulk’, recensie in Trouw, 5 februari 2005.
  • Judith Janssen, ‘Een meteoriet dondert het dorp binnen’, recensie in de Volkskrant, 18 februari 2005.
  • Maartje Somers, ‘Het moet vonken’, interview in NRC Handelsblad, 18 maart 2005.
  • Hans Hoenjet, ‘Márquez in de polder’, interview in HP De Tijd, 10 juni 2005.
  • Emil Peeters, ‘De absurditeiten van het bestaan’, interview in Metro, 13 september 2005.
  • Martijn Meijer, ‘Ik kan niet langer dan twee regels stilzitten’, interview in NRC Handelsblad, 9 juli 2004.

Oorspronkelijk geschreven op 7 januari 2006

Tommy Wieringa | Joe Speedboot | De Bezige Bij, 2005 | Auteurs website
Share