Recensie: De bidsprinkhaan van André Brink

Speelbal van de kerstening

De bidsprinkhaanAndré Brink
De bidsprinkhaan

Meulenhoff, 2006

Sinds 1973 is André Brink (1935) een van Zuid-Afrika’s meest besproken auteurs. Hij kreeg toen als eerste Afrikaner schrijver met zijn roman Kennis van de avond te maken met de destijds heersende censuur. Talloze kritisch politieke, antiapartheid en enkele postapartheid romans later verschijnt deze historische roman, een genre dat hij eerder al beoefende in De andere kant van de stilte. Hoofdpersoon in De bidsprinkhaan is de historische figuur Kupido Kakkerlak, een als ‘onvrij’ geboren lid van de Khoi-stam, wiens leven in het teken komt te staan van het christelijke geloof.

banner-Schrijversdossier-terug-naar-Andre-BrinkIn het eerste deel van De bidsprinkhaan vertelt een alwetende verteller over de eerste veertig jaar van het leven van Kupido Kakkerlak, over zijn wortels in de cultuur van de Hottentotten, zoals de Khoikhoi in de volksmond heten. De geboorte van Kupido – in circa 1760 – is een mythische: ‘Kupido Kakkerlak werd niet op de gewone manier uit zijn moeders lichaam geboren, maar uitgebroed uit de verhalen die ze vertelde’. Een van die verhalen is dat hij als zwakkere helft van een tweeling in het vrije veld is achtergelaten en vervolgens opgepakt door een buitelarend die hem een eind verderop in de schoot van een vrouw liet vallen. Daarna ging de baby dood, maar vlak voordat hij begraven werd, streek een grasgroene bidsprinkhaan op hem neer om `vurig te bidden’. De bidsprinkhaan is in de Hottentotse cultuur de brenger van voorspoed. En het wonder geschiedde, er kwam beweging in de baby en hij bleek weer te leven. Zijn moeder is er daardoor van overtuigd dat hij is `uitverkoren om een bijzonder mens te worden’.
Die verwachting wordt door Kupido ingelost. Op humorvolle wijze vertelt Brink aan de hand van enkele anekdotes over Kupido’s goedgelovige, nieuwsgierige en ondernemende aard. Hij wil graag ontsnappen aan het slavenbestaan dat zijn moeder leidt op de boerderij van een Afrikaner boer en is er van overtuigd dat hem dat gaat lukken. Als zijn moeder hem zegt dat hij moet wachten tot de arend hem komt halen, gaat hij veren verzamelen. Als hij er genoeg heeft, plakt hij ze op zijn armen en springt van een heuvel. In een andere anekdote leert Kupido de toverkracht van woorden kennen als hij een mandje met appels en later met peren naar de buren moet brengen en er onderweg van snoept. De briefjes in de mandjes verraden hem ook al dacht hij de tweede keer slim te zijn door het briefje onder een steen te leggen terwijl hij de peer opat. Hij begrijpt niet hoe het briefje hem toch kon verraden terwijl het niks gezien kon hebben. In deze vroege bewondering voor het woord ligt de kiem voor zijn latere christelijke geloof.
Geloof is een belangrijk thema in de roman. In het eerste deel laat Brink Kupido’s geloof in Heitsi-Eibib, de Hottentotse god, zien. Zijn geloof geeft hem een bovennatuurlijke macht over wilde dieren, waardoor hij een geweldige jager wordt. Zijn naam wordt bekend in het hele land, maar hij verliest zijn gave op het moment dat hij hardop zegt dat Heitsi-Eibib erachter zit, terwijl zijn naam niet uitgesproken mocht worden. Kort daarop verschijnt de rondtrekkende koopman Servaas Ziervogel op de boerderij. De spiegels van deze man intrigeren Kupido enorm omdat hij nog nooit zoiets met zoveel gezichten heeft gezien. Als de lange, magere koopman na een paar maanden weer verder trekt, besluit Kupido met hem mee te gaan. Onderweg vertellen ze elkaar verhalen over hun eigen god en zingen ze samen. Ziervogel zegt meer dan eens dat Kupido predikant moet worden, want `zo’n stem is gemaakt om gehoord te worden’. Ziervogel brengt hem echter niet alleen in aanraking met het christelijke geloof maar ook met drank.
Een periode met veel geweld, drank en vrouwen breekt aan, iets waar zelfs het huwelijk met de onverzadigbare, krachtige Anna hem niet van kan genezen. Zij is aan hem gewaagd, samen maken ze letterlijk vuurwerk bij hun eerste ontmoeting, maar pas de kennismaking met dominee Van der Kemp brengt hem rust. Kupido is zo onder de indruk van de preken van deze man dat hij zijn eigen god afzweert en zich laat dopen, een gebeurtenis waarbij hij bijna het leven laat, omdat hij kopje ondergaat in de rivier. Met deze gewelddadige doop eindigt het eerste deel. In het volgende deel vernemen we uit de mond van de zendeling James Read dat deze hem het leven heeft gered. In een heel andere, meer gedragen stijl worden de volgende dertien jaar uit Kupido’s leven verteld. Hij bekeert zich helemaal tot de christelijke God en wordt als eerste Hottentot zelf zendeling en actief betrokken bij de kerstening van Afrika. Kenmerkend voor Kupido is dat hij het Woord van God letterlijk tot zich neemt door bladzijden uit de Bijbel op te eten.
Vanaf dat moment is Kupido’s leven onderdeel van de officiële geschiedschrijving. De bidsprinkhaan is namelijk gebaseerd op waargebeurde feiten, zoals Brink in zijn Verantwoording schrijft, onder andere op een artikel van V.C. Malherbe. Het verhaal is wel fictief, want – zoals Brink zelf schrijft – `Toch besef je juist door het lezen van een zo goed gedocumenteerd verslag hoezeer het raadsel van andermans leven alleen begrepen kan worden met behulp van de verbeelding’. Bovendien zijn de eerste veertig jaar van Kupido’s leven natuurlijk niet gedocumenteerd omdat hij toen nog niet bestond voor de blanke geschiedschrijvers. De verbeelding, die daardoor vooral in het eerste deel de ruimte krijgt, maakt in het tweede deel plaats voor het realistische. Dit maakt de roman evenwichtiger want het wordt in dit middendeel voor de lezer eenvoudiger om zich in een personage te verplaatsen. Reads verwondering over en bewondering voor Kupido’s puurheid is heel invoelbaar. Daarnaast worden brieven van Kupido aan God onderdeel van het verhaal.
Deze brieven krijgen ook een plaats in het derde deel dat weer alwetend, hoewel minder magisch en mythisch dan het eerste, verteld wordt. Kupido’s woorden zijn ontroerend in hun eenvoud en oprechtheid. Des te harder komt het voor Kupido ontgoochelende einde bij de lezer aan. Hij verpietert op een zendelingenpost waar hij op het laatst alleen nog predikt voor de stenen en hagedissen. Je gunt hem zijn succes zo, maar tegelijkertijd weet je al van het begin af aan dat hij tussen wal en schip valt, door de Khoikhoi wordt hij als een blanke beschouwd, voor de blanken blijft hij altijd een Hottentot. En de geschiedenis vertelt ons ook dat het verbeteren van het lot van de zwarten gedoemd is te mislukken. Kupido komt uit de duisternis (vanuit zijn heidense, oorspronkelijke geloof), neemt kort zijn plaats in in de officiële, christelijke geschiedenis om weer op een wagentje te verdwijnen naar het hart van Afrika, naar zijn eigen ruimte waar niemand hem kan volgen. Dat wagentje komt bij toeval langs bij de afgelegen post en op de bok zit een slaaf met de naam Arend. Hiermee vallen zijn moeders woorden op hun plaats en is het verhaal rond.

André Brink, De bidsprinkhaan (Praying Mantis/Bidsprinkaan, vert. Rob van der Veer), Meulenhoff, 2006. ISBN 90 290 7760 3.

* Deze recensie is eerder verschenen in boek-delen Dossier, jrg 2, nummer 2, oktober 2007. Dit blad is verkrijgbaar in combinatie met het tijdschrift boek-delen.

Discussievragen

  • De bidsprinkhaan keert meerdere malen terug in het verhaal. Op welke momenten en in welke rol?
  • Van der Kemp en Read zijn, net als Kupido, historische figuren. Hoe zou u hun karakters omschrijven? Welke overeenkomsten en verschillen ziet u tussen hen?
  • De eerste veertig jaar van Kupido’s leven heeft Brink grotendeels moeten verzinnen, omdat hij pas bestond voor de blanke geschiedschrijvers vanaf het moment dat hij christelijk (zendeling) werd. Brink heeft ervoor gekozen om hem als losbol neer te zetten. Hoe vindt u die keuze?
  • Het boek bevat veel symboliek (de bidsprinkhaan, de arend, de spiegels, de witwassende zeep, de sterren, de onvruchtbaarheid van Kupido’s zendelingenpost). Sommige recensenten vonden de symboliek te nadrukkelijk aanwezig. Wat is uw oordeel hierover?
  • Het eerste en derde deel worden verteld door een alwetende verteller en zijn sprookjesachtig (met name het eerste deel). In het tweede deel zien we de gebeurtenissen vanuit het perspectief van de zendeling James Read. Welke verteller heeft uw voorkeur en waarom?
  • Brink zegt in het tv-programma Pauw en Witteman van 28 november 2006 het boek te hebben geschreven om zijn empathie met de zwarte mens te uiten. In hoeverre is hij daarin geslaagd volgens u?
  • Kupido valt tussen wal en schip, hij is noch een Hottentot, noch blank. Wat betekent dit voor hem?
  • Brink is kritisch over het zendelingenideaal. Dat maakt zijn roman enigszins moralistisch. Wat vindt u daarvan?banner-Schrijversdossier-terug-naar-Andre-Brink
Share