Rivieren van Driessen, Martin Michael

Driessen, Martin Michael
Rivieren
Van Oorschot, Amsterdam, 2016

Samenvatting

Rivieren is een bundel met drie verhalen: Een hedendaags acteur maakt een kanotocht in de Ardennen om zijn mislukte kunstenaarsleven en zijn alcoholisme te overdenken, maar wordt meegesleurd naar een onverwacht einde. In de levens van twee vlottervrienden in de late negentiende en begin twintigste eeuw waarin klassenverschillen en broodroof belangrijk zijn, staan de Main en de Rijn centraal. Het land van twee Franse families, hugenoot en katholiek, wordt gescheiden door een beek die al eeuwen voor heftige rivaliteit zorgt.

‘Fleuve sauvage’

Een acteur besluit met een kano de rivier de Aisne af te varen. Hij vertrekt vroeg, op een zondagochtend in juli. Het water staat erg hoog en tijdens zijn tocht bezint hij zich op zijn alcoholgebruik, wat een probleem vormt voor zijn toneelwerk en binnen zijn gezin. Hij wil eigenlijk niet stoppen met drinken. Tijdens de kanotocht drinkt hij dan ook een meegebrachte fles Merlot. Hij overdenkt zijn toneelcarrière en realiseert zich dat men het niet heeft aangedurfd om hem voor de hoofdrol van Macbeth te casten vanwege zijn drankgebruik. Hij moet het met een bijrol doen. Tijdens de eerste overnachting in zijn tent op een oever van de rivier, gooit hij een fles met een restant wijn de rivier in. Maar even later opent hij een fles whisky. Onderwijl denkt hij aan een voorval waarbij hij agressief werd tegen een collega. Hij besluit dan dat het nu of nooit is en gooit de bijna volle fles whisky de rivier in.

De volgende dag vaart hij op een flink gestegen rivier tot laat door en moet dan in het donker en in de stromende regen zijn tent opzetten. De fles weggegooide whisky komt langsdrijven en hij pakt deze op. Hij denkt dat het voorbestemd was. Die nacht halen koeien hem uit zijn slaap. De landeigenaar en een jonge vrouw komen hem vertellen dat hij zich op verboden terrein bevindt en moet vertrekken. Als zij weg zijn, raakt hij zo geïrriteerd door de koeien dat hij er agressief op af gaat, waarbij een van de koeien de oever afglijdt en een ijzeren staak haar liezen doorboort. Op haar geloei komt de jonge vrouw af en hun geruzie eindigt in een handgemeen waarbij de acteur haar doodt. Vervolgens slaat hij op de vlucht, maar zijn kano wordt door de rivier meegesleurd. Zijn lichaam wordt samen met dat van de koe en het meisje de volgende dag honderd meter verderop gevonden.

‘De reis naar de maan’

Konrad gaat als jongen werken bij het vlotbedrijf van de vader van zijn vriendje Julius Durlacher. Het is zijn grote droom om op een vlot mee te varen, het liefst de Main en de Rijn af tot aan Holland. Julius belooft Konrad dat hij daarvoor zal zorgen zodra hij de firma overneemt. Als erfgenaam is Julius in trek bij de meisjes in het dorp, terwijl Konrad door zijn eenvoudige komaf alleen de aandacht van het halfblinde meisje Evchen weet te vangen. Maar Konrad heeft niet veel interesse in meisjes, zijn vrije tijd vult hij vooral met het snijden van houtpoppetjes en het (her)lezen van de zes boeken van Jules Verne die hij bezit. Tijdens zijn eerste vlotvaart snijdt hij een houten gansje, zonder ogen. Hij geeft het later aan de ganzenhoedster Evchen, die nu ze ouder is zo goed als blind is.

Jaren later is Julius juniorchef in het bedrijf en bedenkt hij dat de vlotten alleen rendabel blijven als ze tevens als vrachtschepen dienen. Hij stelt een vrouw aan Konrad voor en wil weten wat hij van haar vindt en hoe Konrad met zijn seksuele behoeftes omgaat tijdens lange reizen. Maar Konrad weet niet wat hij bedoelt. Daardoor ontstaat er spanning tussen de beide mannen.

Als de Grote Oorlog, oftewel de Eerste Wereldoorlog, woedt vecht Julius aan het front. Konrad heeft zich niet als vrijwilliger gemeld maar verdedigt als een ‘soldaat’ de vlotten tegen de concurrerende vlotters. Na zijn terugkomst van het front krijgt Julius de leiding over het bedrijf, maakt hij trouwplannen en onderneemt een grote handelsreis naar Holland, de Rijn af, samen met Konrad. Tijdens de reis worden er door de bemanning toespelingen gemaakt op Julius en Konrads relatie. Onderweg neemt Julius Konrad mee naar een bordeel waar de blinde Evchen seks heeft met een Senegalees. Konrad is geschokt en loopt weg om nooit meer terug te keren.

Tijdens de crisisjaren daarna vindt Konrad moeilijk werk. Jaren later komt hij Julius onverwacht opnieuw tegen als Julius Duitsland per boot ontvlucht vanwege de Jodenhaat. In een opwelling vraagt Julius aan Konrad met hem mee te gaan naar Holland. Zo varen ze alsnog samen de Rijn af. Tijdens deze laatste tocht wil Julius Konrad eigenlijk vertellen dat hij homoseksueel is en gevoelens voor hem heeft, maar spreekt de woorden niet uit. Konrad verheugt zich er erg op om eindelijk de zee te zien, maar Julius waarschuwt hem dat hij zich er niet te veel van voor moet stellen.

‘Pierre en Adèle’

Al als jonge kinderen krijgen buurkinderen Pierre en Adèle mee dat de buren hun vijanden zijn. Pierre’s familie, de Corbés, zijn hugenoten en Adèle behoort tot de katholieke Chrétiens. De landerijen van de families worden gescheiden door een beek, die door de jaren heen telkens een beetje zijn loop verlegt, waardoor de families zich benadeeld voelen. Pierre en Adèle hebben hun eerste ruzie (over een gevangen stekelbaars) als Pierre zeven jaar oud is en Adèle een paar jaar ouder.

De families hebben een Joodse notaris in de arm genomen als bemiddelaar. Eduard Salomon neemt de zaak Corbé versus Chrétien van zijn vader over. Het voorstel dat hij heeft voor een oplossing wordt door zijn vader afgekeurd. De familie verdient immers goed aan het geschil.

Na de Grote Oorlog blijft Pierre ongehuwd en Adèle is inmiddels getrouwd met de wrede Berthou. Zij voelt afschuw voor hem vanwege zijn wreedheid jegens dieren, antisemitisme en hoogmoed. Het huwelijk blijft lange tijd kinderloos. Adèle en Pierre hebben een jeugdherinnering waarbij zij aan weerszijden van de stroom staan en afspreken allebei tegelijk naar de andere kant te springen, zodat haar kant even van hem is en zijn kant even van haar.

Door een incident wordt Pierre op een dag invalide. Als hij een kievitsei wil buitmaken aan de andere oever, stapt hij in een van de wolvenklemmen die door Berthou langs de oever zijn geplaatst. Hij weet naar zijn eigen kant te komen, maar weigert medische hulp omdat hij Berthou de triomf niet gunt, en daardoor verliest hij zijn onderbeen.

Adèle blijkt op late leeftijd zwanger te zijn van een dochter, Marie-France. Berthou verdwijnt na de Tweede Wereldoorlog als landverrader in de gevangenis. Notaris Salomon nodigt Pierre en Adèle uit op zijn kantoor om hen zijn oplossing voor te stellen, namelijk landruil. Zij stemmen daarmee in.

Jaren na het tekenen van het contract, als Berthou al uit de gevangenis is, ontdekt Pierre op zijn nieuwe land een zevende-eeuws heiligdom met relikwieën van onschatbare waarde. Berthou kan het niet verkroppen en reageert zijn woede af op zijn vrouw en gooit daarna olie in de beek die hij in brand steekt. De vuurzee dreigt zijn dochter te vernietigen maar Pierre redt haar. Berthou zelf komt om.

Notaris Salomon leest jaren later in de krant dat Adèle en Pierre de handen ineen hebben geslagen om een gedenkgebouw mogelijk te maken op de plek van het ontdekte heiligdom.

 

Thematiek

Gebrek aan controle of grip op het leven staat centraal in alledrie de novellen. In het eerste verhaal wordt dit thema versterkt door het motief van alcoholisme waar de hoofdpersoon aan lijdt. De boottocht is voor hem een poging om vat te krijgen op zijn verslaving en zijn leven. Maar de in de rivier geslingerde fles whisky blijft hem achtervolgen. Het lukt de acteur ook niet om zijn agressieve gedrag onder controle te krijgen, wat uiteindelijk tot zijn ondergang leidt. De wild geworden rivier die buiten zijn oevers treedt, staat hier symbool voor de oerkrachten in hemzelf die hij niet onder controle heeft.

In de tweede novelle is eveneens een grote rol weggelegd voor de rivier als ontembare stroom van het leven die met de mens doet wat zij wil. Het leven van de vlotters verglijdt razendsnel, net als de rivier, en zij krijgen daar geen vat op. Zij kunnen zich alleen maar mee laten drijven en een beetje bijsturen, totdat ze uitmonden in de zee, wat symbool staat voor het einde van het leven.

In het laatste verhaal wordt het leven van de twee Franse families al eeuwenlang beheerst door het bekvechten over de loop van de rivier die hun landerijen scheidt. De rivier is grillig en verschuift zich telkens een beetje, waardoor ook de (machts)verhoudingen tussen de beide families verschuiven. Hun leven en hun levensgeluk verandert mee met die verschuivingen. Omdat zij de stroom van de rivier niet kunnen controleren, hebben ze ook geen controle op hun leven.

Niet alleen de rivier, ook natuur in bredere zin en elementen als lucht en vuur spelen een rol in de bundel. Ook motieven als seksualiteit, dood en liefde komen in de verhalen voor. En door de situering van de laatste twee novellen rond de twee wereldoorlogen speelt antisemitisme in beide verhalen ook op de achtergrond mee.

 

Titel en motto’s

De titel van de bundel is Rivieren, wat een letterlijke verwijzing is naar de locaties in de drie novellen. Toen interviewer Lennart Van Durme (De Standaard, 12 november 2016) de auteur vroeg naar zijn fascinatie voor water antwoordde Driessen dat het een krachtig symbool is voor veel dingen, het is tegelijkertijd mooi, bedreigend en vernietigend. ‘In het eerste verhaal (…) is het water een zelfdestructieve stroom, die nauwelijks te besturen valt. In het tweede verhaal (…) staat de rivier voor de vergankelijkheid van het leven. (…) De rivier [in het derde verhaal] legt de grilligheid en onberekenbaarheid van grenzen bloot.’

De bundel heeft geen overkoepelend motto, maar de titels van de verhalen worden ieder wel vergezeld van een soort toelichtende ondertitel, alledrie in het Duits.

‘Fleuve sauvage’, wat wilde rivier of stroom betekent, en een verwijzing is naar de rivier in het verhaal die ‘wild’ wordt, heeft als ondertitel ‘Alles führt zu nichts’ (alles leidt tot niets). Zowel titel als ondertitel is een vooruitwijzing naar de gebeurtenissen in het verhaal.

De ondertitel bij ‘De reis naar de maan’ is ‘Das Leben ein Traum’, beide figuurlijker dan bij de eerste novelle. De reis van de twee vrienden naar volwassenheid kenmerkt zich door de levensdroom van Konrad om met een vlot de grote rivier te mogen afvaren en Julius’ wens om bij Konrad te zijn. De titel ‘De reis naar de maan’ verwijst ook naar de beroemde boeken van Jules Verne die door Konrad verslonden worden.

De derde titel ‘Pierre en Adèle’ is een eenduidige verwijzing naar de hoofdpersonen, en heeft de ondertitel ‘Er wird rein durch Feuer, Wasser, Luft und Erden’. Dit is een citaat uit Die Zauberflöte van Mozart en verwijst naar de inkeer van Pierre en Adèle na de vuurzee in de rivier.

 

Structuur en techniek

Het boek is opgebouwd uit drie novellen, waarvan de eerste, ‘Fleuve sauvage’, het kortste is (p. 5-30), terwijl de tweede (‘De reis naar de maan’ p. 31-86) en de derde (‘Pierre en Adèle’ p. 87-139) ongeveer even lang zijn. Alleen het eerste verhaal is opgedeeld in zes genummerde delen, de andere twee worden alleen hier en daar door een witregel onderbroken.

De eerste novelle speelt zich af in de hedendaagse Ardennen, op en nabij de rivier de Aisne in het Noordoosten van Frankrijk. Het tweede verhaal gaat terug naar het begin van de twintigste eeuw en heeft voor het grootste deel Duitsland als decor, ergens aan de rivier de Main, en sluit af in Nederland, op de Rijn. Het laatste verhaal speelt zich ongeveer in dezelfde tijd af, rondom de twee wereldoorlogen, maar dit keer bij een Bretonse beek die tussen twee Franse landerijen stroomt.

Wat betreft tijdsverloop wijkt de eerste novelle af van de andere twee, want de belevenissen van de hoofdpersoon nemen slechts enkele dagen in beslag (in de maand juli), terwijl de gebeurtenissen in de andere twee verhalen enkele decennia bestrijken. Er vindt in de laatste twee dan ook veel meer tijdverdichting plaats. Alle drie de novellen worden in de verleden tijd verteld.

Het perspectief ligt in ‘Fleuve sauvage’ volledig bij de hoofdpersoon, de naamloze acteur. In ‘De reis naar de maan’ wisselt het tussen de twee bevriende vlotters. En in ‘Pierre en Adèle’ wisselt het perspectief ook tussen meerdere personages, namelijk van de twee hoofdpersonen Pierre en Adèle naar de notaris en de echtgenoot van Adèle. In het hele boek is sprake van een personale verteller in de derde persoonsvorm.

 

Personages

De personages in de drie novellen worden gekenmerkt door hun onmacht hun leven in een andere bedding te gieten. De natuur helpt hun daar een handje bij, al dan niet met een dramatische afloop.

De acteur uit ‘Fleuve sauvage’ is een bij vlagen agressieve, aan alcohol verslaafde man van bijna zestig jaar oud. Zijn werk lijdt onder zijn gedrag en hij doet een poging om zijn leven een andere wending te geven. Maar hij kan niet ontkomen aan zijn ware aard, wat tot zijn ondergang leidt.

Konrad en Julius uit ‘De reis naar de maan’ zijn niet elkaars gelijken. Konrad is van eenvoudigere komaf dan Julius, die het zoontje van de eigenaar van de vlotterij is. Desondanks is er een vriendschap tussen hen. Konrad is niet heel ambitieus, zijn enige droom is ooit een grote tocht op een vlot maken tot aan de zee. Beiden blijven lang vrijgezel, maar Julius trouwt ten slotte toch, omwille van een opvolger voor het familiebedrijf. Later blijkt dat hij homoseksueel is en gevoelens heeft voor Konrad, maar hij spreekt die niet uit, waardoor onduidelijk blijft of Konrad die gevoelens deelt.

De families van Adèle en Pierre zijn elkaars vijanden, en hierdoor wordt hun relatie bepaald. Als kinderen wisselen ze al de nodige hatelijkheden uit, maar spelen ze ook zonder ruzie met elkaar. Het kinderspel van gelijk oversteken is een voorbode voor de wending die hun leven zal nemen. Beide karakters zijn voor het grootste deel van het verhaal verbitterd, koppig, stug en trots. Adèle lijdt onder het huwelijk met haar wrede man, Pierre heeft een eenzaam leven zonder vrouw. Het lijden van Adèles dochter en haar poging om de liefde van haar ouders te winnen, waardoor ze zich tijdens de vuurzee in de beek begeeft, zorgen voor de ommekeer. Zij fungeert als de ‘verlosser’.

 

Taal en stijl

Driessens stijl wordt gekenmerkt door niet al te lange, zeer ritmische zinnen. Zijn taalgebruik is rijk, hier en daar archaïsch en erg beeldend. Hij heeft maar weinig woorden nodig om een personage of scène neer te zetten en tot leven te laten komen. Er wordt veel ruimte gelaten aan de lezer om dingen zelf in te vullen. Mooie zinnen als ‘Hoog oprijzende dennen staken in de nevel hun kruinen bij elkaar in de bleke ochtendhemel, als inquisiteurs die over zijn toekomst beschikten’ worden opgevolgd door een eenvoudige en verrassende zin als ‘Konrad vond de bossen lelijk’ (p. 34). Een spannende scène in de derde novelle, waarin beschreven wordt hoe Pierre zich probeert te bevrijden uit een gruwelijke wolvenklem, wordt verluchtigd én verzwaard door het invoegen van de volgende fraaie zin: ‘Het onweer barstte in volle hevigheid los, de twee zwarte kuifjes van de kievieten op hun nest staken stoïcijns boven het door de regen geranselde gras uit’ (p. 110).

 

Situering binnen het werk van de auteur

Martin Michael Driessen (1954) is een Nederlands acteur, opera- en toneelregisseur, vertaler en schrijver. Hij debuteerde in 1999 met de roman Gars, die in 2000 werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. In 2012 volgde de roman Vader van God en in 2013 de novelle Een ware held, beide genomineerd voor de Gouden Boekenuil. Zijn werk is vertaald in het Italiaans, Duits en Hongaars. In 2015 verscheen de omvangrijke roman Lizzie, geschreven in samenwerking met de dichteres Liesbeth Lagemaat. In 2016 won hij de ECI Literatuurprijs met Rivieren. De jury prees de drie verhalen in die bundel omdat ze getuigen van een ‘ingetogen grootheid, met schitterende beeldende zinnen en een onbestemde dreiging, en tegelijkertijd van een weldadige tijdloosheid’. Rivieren werd bovendien genomineerd voor de Vlaamse boekhandelsprijs, de Libris Literatuur Prijs en de Fintro Literatuurprijs.

 

Reacties

De recensenten zijn unaniem lovend over Rivieren.

Mark Cloostermans (De Standaard, 27 mei 2016) is zeer te spreken over Driessens literaire kwaliteiten: ‘Rivieren roept bewondering op voor het meesterschap van de auteur, die complexe, levensechte personages kan tekenen in een handvol scènes. (…) Driessen schrijft een haast tijdloos, onnadrukkelijk literair Nederlands: dit boekje leest als een herontdekte klassieker. Of als een toekomstige klassieker, want Rivieren is het beste wat ik in jaren heb gelezen.’

Dirk Leyman (De Morgen, 20 juli 2016) vindt alleen het omslag lelijk maar is verder ronduit positief: ‘Voeg daarbij Driessens bijzonder rijke, soms zelfs overdadige taal, de nergens lukraak gekozen symboliek én de subtiel tragikomische toetsen en je hebt een boek dat je langzaamaan volledig inpalmt’.

Daniëlle Serdijn (de Volkskrant, 16 april 2016) concludeert haar recensie met: ‘Hoe het ook zij, deze bundel is oorspronkelijk en van grote klasse. De beste Driessen tot nu toe.’

Jaap Goedegebuure opent zijn recensie in Trouw (14 mei 2016) met de lovende woorden: ‘Maar al te zelden, helaas, lees je een verhaal dat zin voor zin raak is. Maar nu is het raak.’ Toch ziet hij ook een minpuntje: ‘Maar in het tweede verhaal, “De reis naar de maan”, stoort de uitbundige beeldspraak wel een beetje’.

Joost de Vries (De Groene Amsterdammer, 17 juli 2016) noemt Rivieren ‘hoogliterair’ en bespreekt vooral de laatste novelle: ‘Een helder, groots verhaal in soepele, zelfverzekerde taal, dat de lezer alsnog de ruimte laat er zelf bij weg te dromen’.

Johan Bakker (Nederlands Dagblad, 5 augustus 2016) schrijft: ‘Vrolijk is de bundel niet, wel krachtig, meeslepend en prikkelend’.

Arjen Fortuin (NRC Handelsblad, 11 april 2016) is eveneens positief in zijn oordeel over het boek. Hij opent zijn recensie met een paar voorbeelden van Driessens ‘fenomenale’ zinnen waarover hij schrijft: ‘Dat is mooi gezegd, goed geschreven. Fenomenaal is echter het zinnetje dat volgt op deze nevellyriek.’

 

Voor wie meer wil weten

Recensies:
– Altink, Adri. ‘Menselijk onvermogen aan een bergbeek’.
Op: literairnederland.nl, 6 april 2016.
– Bakker, Johan. ‘Drie rivieren, drie kolkende verhalen’.
In: Nederlands Dagblad. 5 augustus 2016.
– Bauer, Guus. ‘Recensie: Martin Michael Driessen – Rivieren’.
Op: Tzum.info, 23 mei 2016.
– Cloostermans, Mark. ‘Stroomdromen’.
In: De Standaard, 27 mei 2016.
– Goedegebuure, Jaap. ‘De rivier doet met ons wat ze wil’.
In: Trouw, 14 mei 2016.
– Fortuin, Arjen. ‘Wie vindt een bos nou lelijk – Driessen schrijft beter dan goed’.
In: NRC Handelsblad, 1 april 2016.
Op: nrc.nl, 4 april 2016.
https://www.nrc.nl/nieuws/2016/04/04/wie-vindt-een-bos-nou-lelijk-1605373-a21198
– Krielaars, Michel. ‘Martin Michael Driessen wint de ECI Literatuurprijs’.
In: NRC Handelsblad, 11 november 2016.
– Leyman, Dirk. ‘De natuur heeft altijd het laatste woord’.
In: De Morgen, 20 juli 2016.
– Serdijn, Daniëlle. ‘Martin Michael Driessen is een oorspronkelijk en een ongebreideld verteller’.
In: de Volkskrant, 16 april 2016.
Op: volkskrant.nl, 16 april 2016
http://www.volkskrant.nl/recensies/een-rivier-als-beest-als-bindende-kracht-of-juist-als-erfscheiding~a4282417
– Vries, Joost de. ‘Smart en zweet’.
In: De Groene Amsterdammer, 7 juli 2016.

Interview:
– Van Durme, Lennart. ‘Ik zet mijn emoties om in avonturen’.
In: De Standaard, 12 november 2016.

Internet:
Website van Martin Michael Driessen
http://martinmichaeldriessen.com/

Discussietips

  1. Sommige recensenten, zoals Joost de Vries van De Groene Amsterdammer (7 juli 2016), hebben het derde verhaal als favoriet genoemd. Welke van de drie novellen sprak jou het meeste aan, en waarom?
  2. Op welke manier speelt seksualiteit een rol in de drie afzonderlijke verhalen?
  3. Wat is je oordeel over het taalgebruik en de schrijfstijl? Welke zinnen vielen je op, en waarom?
  4. Jaap Goedegebuure noemt in zijn recensie in Trouw (14 mei 2016) een minpuntje: ‘Maar in het tweede verhaal (…) stoort de uitbundige beeldspraak wel een beetje’. In hoeverre ben je het met hem eens?
  5. Wat is in de eerste novelle de motivatie van de acteur om de boottocht te gaan maken? In hoeverre is de afloop een speling van het lot en in hoeverre is het een eigen keuze, denk je?
  6. Hoe zou je de relatie tussen Konrad en Julius omschrijven? Welke gevoelens hebben zij voor elkaar?
  7. Wat vind je van de manier waarop de tijdsprongen in het tweede en derde verhaal worden gemaakt?
  8. Met welk personage in de derde novelle sympathiseer je het meest, Adèle of Pierre? Waarom?
  9. Wat vind je van de oplossing van de notaris om het conflict op te lossen, en van de wijze waarop dit uitpakt?
  10. Welke overeenkomsten en verschillen tussen de drie verhalen zijn je opgevallen?

 

Geschreven voor NBD | Biblion

Share