Russisch blauw van Rascha Peper

Russisch blauwRascha Peper
Russisch blauw
L.J. Veen, 1995

Lex Grol is de hoofdpersoon van Russisch blauw en hij heeft een bijzondere fascinatie. Jarenlang verzamelde hij alles wat te maken had met de Russische tsarenfamilie Romanov tot zijn verzamelwoede zo hoog opliep dat hij besloot alles op te bergen en zich er niet meer mee bezig te houden. Hij kon namelijk geen afstand meer bewaren tot het verleden. Als vijf jaar later zijn oude professor opbelt met de vraag of hij een hoofdstuk wil schrijven over de Romanovs, weet hij dat hij het risico loopt weer helemaal in de greep te raken van zijn vroegere Romanovgekte, maar hij besluit het toch te doen, want ‘het is tijd voor een afrekening, een vertaling van dromerij in wetenschap. Een laatste saluut.’ (p. 22). Zoals verwacht raakt hij opnieuw in de ban van de tsarenfamilie, hij droomt er ’s nachts van en hij raakt er langzaam maar zeker van overtuigd dat hij zelf een afstammeling is van de laatste tsaar. Zijn fascinatie wordt een obsessie. Des te groter is zijn teleurstelling dan ook als blijkt dat de familielijn die hij via zijn moeder zag lopen van hem zelf naar de tsaar, onmogelijk is. Want zijn moeder bekent hem dat zij zijn moeder niet is. Zijn obsessie draait voor hem uit op een deceptie. Maar tevens wordt duidelijk dat ondanks de ontgoocheling dromen het leven wel meer glans geven. Het loopt dan ook niet slecht af met Lex, de dodelijke val van de trap die hij even lijkt te willen maken, maakt hij niet en kort daarop belt het meisje Loti aan. Samen zwemmend in het zwembad schittert een mooie toekomst hem tegemoet.

Het zwembad speelt in Russisch blauw een grote rol, al vanaf de eerste pagina. Het ligt in de tuin bij de villa van de ouders van Sweder, zijn jeugdvriend. Lex verblijft daar tijdelijk om op het huis te passen en hij is graag in het water van het oude zwembad. Het is voor hem een plaats waar hij zijn ziekte, hemofilie, kan vergeten, een oase van rust: ‘Hij sloot zijn ogen en keerde tot zichzelf in als een scholletje in het zand. Het drijven in dit oude zwembad in deze stille tuin raakte de kern van alle dingen.’ (p. 7). Het is dan ook niet verbazingwekkend dat hij het voelt als een inbreuk als hij een oorbelletje op de bodem van het bassin vindt, dat er eerder nog niet was. Hij vraagt zich af wie er stiekem in het zwembad is geweest. Later blijkt dit Loti geweest te zijn. Zwemmen is voor Lex zo belangrijk dat hij in grote tweestrijd zou komen te verkeren als hij moest kiezen tussen seks of zwemmen, want ‘Erotiek was geen zwemmen. Zwemmen was wel erotiek’ (p. 200). Hij denkt terug aan een bijzondere ervaring waarbij hij naar het midden was gezwommen van een grote, ondiepe bosvijver:

Hij (…) was zich plotseling bewust van het donkere mysterie, het water, waarin hij zou verzinken als hij ophield met zwemmen, maar dat hem nu juist droeg en streelde en inwijdde in een geheim dat op verdrinken leek, maar zonder stikken, en een heftig maar zoet stromen teweegbracht, een vervloeien met het water. (p. 200)

Het gevoel van door water omsloten te zijn, is voor Lex heel belangrijk, het brengt hem tot rust en het maakt hem sterker en levenslustiger dan hij eigenlijk is. Hij kiest er in de slotscène dan ook niet voor niets voor om naar Loti te zwemmen in plaats van op de vlucht te gaan voor haar.

banner-Schrijversdossier-terug-naar-Rascha-Peper

Share