Specht en zoon van Willem Jan Otten

Specht en zoonWillem Jan Otten
Specht en zoon
Van Oorschot, 2004

Tien jaar na zijn spraakmakende boek Ons mankeert niets is er een gloednieuwe roman verschenen van dichter, essayist en romancier Willem Jan Otten: Specht en zoon. Deze roman is doortrokken van christelijke symboliek en thema’s. De schrijver heeft zich vijf jaar geleden dan ook, samen met zijn vrouw Vonne van der Meer, bekeerd tot het katholieke geloof. In Specht en zoon lezen we hoe een kunstschilder de opdracht krijgt van de heer Specht om een portret te maken van zijn geadopteerde, overleden zoon. Maar hun relatie en de dood van de jongen zijn zeer mysterieus.

Bijzonder aan deze roman is het vertelperspectief. De ikverteller is namelijk het schilderslinnen van 1,20 bij 2 meter waarop het portret afgebeeld gaat worden. Dit linnen wordt door de hoofdpersoon, Felix, gekocht om er iets heel bijzonders op te schilderen. Dit duurt een tijdje en tot het zover is, staat het doek een beetje doelloos in het atelier van de kunstschilder, soms met de voorkant naar de muur of ingepakt. De lezer weet daardoor vaak net iets meer dan het doek invult of kan invullen. De vertellersblik wordt beperkt door de plaats waar het doek zich bevindt en wat er wel en niet in zijn blikveld wandelt. Als er dan eindelijk een portret op hem geschilderd wordt, is het doek de enige die niet kan zien hoe het wordt. Daardoor moet de lezer het ook alleen doen met de incidentele opmerkingen die het doek daarover opvangt. Op het einde van de roman ontstijgt het doek zijn beperkte blik, doordat het – nadat Felix het heeft verbrand – voort blijft bestaan in asdeeltjes, die via een foto op Felix terechtkomen. Op die manier blijft de continuïteit van het perspectief gewaarborgd maar kan er toch verslag gedaan worden van de laatste ontmoeting tussen Felix en Specht.

Het verhaal gaat over (het verlies van) onschuld. De opdracht van de heer Specht – een onschuldige jongen schilderen – wordt later met schuld beladen als het vermoeden ontstaat dat de relatie tussen Specht en de jongen seksueel getint is. Het kind, Singer, is niet zijn echte zoon, maar een geadopteerde Afrikaanse jongen. Onschuld wordt ook in verband gebracht met geloof. Felix is van mening dat je moet geloven in wat je maakt. Als je scheppingsproces niet lukt, verlies je ook een deel van je onschuld. Zoals in de inleiding al aangestipt staat de roman vol met christelijke symbolen. Het thema van onschuld versus zonde is een van de voorbeelden. Daarnaast staan er verwijzingen in naar het kruis van Christus als het schilderslinnen beschreven wordt; er wordt expliciet gerefereerd aan de wederopstanding van Jezus, het verhaal speelt rond Pasen; Felix en zijn vrouw hebben een Vaticaanse kalender in huis; op pagina 120 wordt een vergelijking gemaakt met de lijkwade van Jezus; Felix wordt ‘schepper’ genoemd en in het taalgebruik komen regelmatig bijbelse termen of uitdrukkingen voor.

Het boek is verrassend om te lezen en Ottens keuze voor het ongewone perspectief blijft boeien tot het einde en wordt nergens belachelijk. Het levert zelfs grappige scènes op, door de onwetendheid van het doek. Ottens taalgebruik is precies en hij gebruikt weinig dialoog. Daaruit spreekt de dichter in hem, maar tegelijkertijd heeft Specht en zoon de spanningsboog die een goede roman moet hebben. Begin 2005 wint Otten dan ook terecht de Libris Literatuurprijs met Specht en zoon.

Verder lezen

  • Anette Embrechts, ‘Laat je raken’. Interview in: de Volkskrant, 19-02-2004.
  • Elisabeth Lockhorn, ‘Willem Jan Otten denkt nog zelf’. Interview in: Vrij Nederland, 9-9-2000.
  • Henk Steenhuis, ‘Een gedicht valt je toe’. Interview in: Trouw, 30-08-2003.
  • Pieter Steinz, ‘Zo zegt de schepper het’. Interview in: NRC Handelsblad, 29-04-2005.
  • Leonie Breebaart, ‘Uw zoon is klaar met Pasen’. In: Trouw, 28-02-2004.
  • Arjen Fortuin, ‘Het schilderij schaamt zich’. In: NRC Handelsblad, 27-02-2004.
  • Jaap Goedegebuure, ‘In de hemel gebeurt niets’. In: Trouw, 24-12-2004.
  • Wim Loosman, ‘Alleen door verbeelding komen we bij de Eeuwige’. In: Volzin, 20-6-2003.
  • Arjan Peters, ‘Geloven in wat je maakt’. In: de Volkskrant, 20-02-2004.
Share