Tirza van Arnon Grunberg

Arnon Grunberg
Tirza
Nijgh & Van Ditmar, 2006
Grunberg wint de ene literaire prijs na de andere en ook voor Tirza heeft hij de Gouden Uil, de belangrijkste Vlaamse literaire prijs, in de wacht weten te slepen, net als de Librisprijs 2007. Velen noemen hem de meest briljante Nederlandse schrijver van dit moment. Dat maakt nieuwsgierig én schept hoge verwachtingen als je nog niet eerder een van zijn literaire romans hebt gelezen. Het lezen van Tirza stelt gelukkig niet teleur, want schrijven kan hij inderdaad. Zijn stijl is onnadrukkelijk en vloeiend.

Als je Tirza leest, bekruipt je geregeld een gevoel van gêne. De situaties waarin hoofdpersonage Jörgen Hofmeester terecht komt, worden door Grunberg genadeloos beschreven. Hofmeester is vader van twee dochters, redacteur buitenlandse fictie bij een gerenommeerde uitgeverij, enkele jaren geleden verlaten door zijn vrouw, maar wonend in de beste straat van Amsterdam nabij het Vondelpark. Zijn oudste dochter woont inmiddels in Frankrijk, zijn jongste en oogappel, Tirza, woont samen met hem in het prachtige herenhuis, maar zij heeft net haar eindexamen gehaald en staat op het punt een grote reis naar Afrika te maken. Echter eerst wordt er een groot examenfeest georganiseerd en vlak daarvoor vallen wij als lezers in het verhaal: “Jörgen Hofmeester staat in de keuken en snijdt tonijn voor het feest”.

Tot zover niks aan de hand. Ware het niet dat een paar dagen voor het feest Hofmeesters vrouw, consequent aangeduid als `de echtgenote’, plotseling weer `thuis is gekomen’. En daarmee beginnen de gênante scènes, waaronder fikse woordenwisselingen met de echtgenote, een dansende en zich aanstellende echtgenote op het feest, een seksuele scène tussen Hofmeester en een van Tirza’s klasgenootjes. Doordat de scènes zo op de huid geschreven zijn, haast exhibitionistisch, voel je je als lezer een beetje een gluurder.

Hofmeesters gemoedstoestand zit tegen het overspannene aan, met name omdat hij erg opziet tegen het vertrek van Tirza. Hofmeester wekt de nodige deernis, niet in de laatste plaats omdat hij een beetje sukkelig is. Intussen zijn we te weten gekomen dat hij op zijn werk overbodig is verklaard en tot aan zijn pensioen niet meer naar kantoor hoeft te komen maar wel doorbetaald krijgt, omdat dat goedkoper is dan een ontslag. Maar omdat hij dit beschamend vindt en het niemand wil laten weten, verlaat Hofmeester toch elke ochtend met zijn aktetas onder de arm het huis. Hij brengt zijn dagen door op Schiphol waar hij een ritueel heeft ontwikkeld voor het verwelkomen en uitzwaaien van zogenaamde bekenden bij de Aankomst- en Vertrekhal. En het ergste is dat het voor hem eigenlijk geen verschil maakt of hij nu naar de uitgeverij of naar de luchthaven gaat. Ook is duidelijk geworden dat hij veel geld is verloren door te beleggen in een risicovol hedgefund bij een Zwitserse bank, waar hij stiekem zijn zorgvuldig bij elkaar geschraapte centjes eens per jaar heenbracht.

Grunberg verstaat de kunst om de lezer zich in te laten leven in zijn personages. Doordat het perspectief steeds bij Hofmeester ligt, wordt vooral hij iemand van vlees en bloed, maar ook de beschrijvingen van andere personages zijn raak, met name die van hun gedragingen. Daarmee weet hij de lezer aan zich te binden, net als met de keurig opgebouwde spanning die uiteindelijk resulteert in een weergaloze climax. Het boek bestaat uit drie delen. De structuur van het verhaal is in de eerste delen die van het feestje van Tirza dat steeds onderbroken wordt door terugblikken waarmee geleidelijk aan de vader-dochterrelatie ontvouwen wordt. In het derde deel wordt de tot dan toe heersende eenheid van plaats (in het vertelheden) doorbroken. Hofmeester reist naar Afrika waar Tirza en haar vriendje vermist zijn geraakt.

Alle aanwijzingen dat Hofmeester de grip op de werkelijkheid begint te verliezen, die we in de eerste twee delen krijgen, worden met deze reis realiteit. Los van zijn vertrouwde omgeving kan hij ook loslaten en accepteren dat hij geen controle heeft op de situatie. Als je verder redeneert, zou je misschien zelfs kunnen zeggen dat hij niet alleen de controle op de werkelijkheid heeft verloren maar dat hij ook niet meer weet wat de werkelijkheid (en wat fantasie) is. Grunberg laat je door de gekozen constructie nadenken over waarop Hofmeesters handelingen gebaseerd zijn. Op een diepzittende agressie in ieder mens? Veelzeggend daarin is misschien dat het ‘beest’ in Hofmeester in het eerste deel al aan de orde komt in de gesprekken die hij heeft met zijn vrouw, die hem herinnert aan vroegere ‘spelletjes’ die ze speelden waarbij zij hem zover dreef dat het beest in hem naar boven kwam. Hofmeester probeert in Afrika overigens wel de controle terug te krijgen door het moment van zijn eigen einde te regisseren, maar ook daarin mislukt hij. Dankzij het wonderlijke personage van het kleine Namibische meisje dat niet meer van zijn zijde wil wijken. In haar resoneren Hofmeesters dochters mee. Hij projecteert zijn zorgzaamheid en vaderliefde op haar. Haar trouw aan hem heeft iets ironisch aangezien hij in zijn beleving die trouw van zijn eigen dochters ontbeert. Deze ontrouw wordt gesymboliseerd in twee gespiegelde scènes waarin hij aan het begin van de roman zijn oudste dochter betrapt als zij seks heeft met de onderhuurder en in deel twee van de roman de kamer binnenloopt als zijn jongste dochter in eenzelfde situatie verkeert met haar Marokkaanse vriendje.

De roman is intrigerend en het is niet verwonderlijk dat Grunberg er de Gouden Uil Literatuurprijs voor heeft gekregen, die hij overigens eerder ook al mocht ontvangen voor De mensheid zij geprezen. De jury koos unaniem voor Tirza, omdat Grunbergs ‘radicale zoektocht naar de zin van het leven resulteert in een klassieke maar ook schrijnende roman die scheert langs het existentialisme, de grote relatiedrama’s en de horror van de schizofrenie. (…) Walgelijk en fascinerend – maar razend sterk gecomponeerd.’
Share