Twee koffers vol van Carl Friedman

Twee koffers volCarl Friedman
Twee koffers vol

Veen, 1993

Samenvatting van de inhoud
Chaja, de vertelster van het verhaal, kijkt terug op een periode uit haar leven als 20-jarige studente in Antwerpen. Om haar studie filosofie te bekostigen, heeft ze twee bijbaantjes: ’s ochtends maakt ze grafkransen voor een bloemist en ’s middags staat ze te zweten in een broeierige spoelkeuken in een restaurant waar de kakkerlakken het op haar voorzien hebben. Dit laatste baantje zegt ze vanwege de kakkerlakken op en ze reageert dan op een vacature als kindermeisje (‘promeneuse’) bij de chassidische familie Kalman. Ook dit baantje zou ze snel opgegeven hebben als ze niet een enorme vertedering voor het jongste zoontje, Simcha, had opgevat.
Ze blijft werken voor deze zeer vrome joden, van wie de vader haar beschouwt als een slechte vrouw, omdat ze in zijn ogen haar joodse achtergrond verloochent. Chaja wil zoveel mogelijk tijd met het zoontje Simcha doorbrengen; ze gaat elke dag met hem naar het park naar de eendjes kijken, van wie Simcha bezeten raakt. Om door te dringen in de wereld waarin de kleine Simcha werd grootgebracht, bestudeert Chaja nachtenlang de Mozaïsche wet, de gebedenboeken, de psalmen en de boeken van Baal Sjem Tov die in de eerste helft van de achttiende eeuw de chassidische beweging heeft gesticht. Verder voert ze gesprekken met de bovenbuurman van haar ouders, de heer Apfelschnitt, over het joodse geloof.

Hier tussendoor loopt het verhaal van haar ouders; haar vader heeft zich fanatiek geworpen op een zoektocht naar twee koffers, die hij in de oorlog begraven heeft toen hij ondergedoken zat. Terwijl haar moeder juist haar uiterste best doet om het verleden begraven te laten en te bedelven onder cakerecepten en theevisites. Ze bekijkt dan ook met paniek de speurtocht van haar man naar de koffers vol verleden. Deze tegengestelde obsessies zorgen voor een geladen sfeer in huis.
Chaja dwaalt zo door Antwerpen, heen en weer tussen de orthodoxe zekerheden van de vrome familie Kalman, de neurotische obsessies van haar ouderlijk huis en de milde en rustige geloofsgesprekken met de heer Apfelschnitt. Het verhaal kent een dramatische wending, die op onsentimentele wijze door Friedman verteld wordt. Het gevolg is dat Chaja van studie verandert; in plaats van filosofie gaat zij natuurkunde studeren, waarmee ze kiest voor de wetenschap, omdat dit concreter en minder verwarrend is dan filosofie en geloofskwesties.

Thema en motieven
Twee koffers vol gaat over de tragiek van de oorlogsslachtoffers. De slachtoffers van de eerste generatie worstelen met de verwerking van de Holocaust én met de vraag of zij onverkort aan hun joodse identiteit moeten vasthouden. De slachtoffers van de tweede generatie worstelen in feite met dezelfde problemen: de joodse identiteit, het Godsbesef en de grillen van het lot. Het gaat afwisselend over de lijdzaamheid van de joden, over hun trots en hun behoefte om niet op te vallen en om geen aanstoot te geven (zoals de Kalmans).
En hoe verschillend de joden ook van achtergrond zijn, het is de buitenwereld (zo beseft Chaja) die hen op één hoop blijft drijven. Chaja beseft dat het voor de joden heel moeilijk is om aan de beeldvorming rondom hen te ontkomen. Het hoort bij de tragiek van de oorlogsslachtoffers en hun nakomelingen. Ook Chaja zelf wordt op een gegeven moment met haar joodse afkomst geconfronteerd als zij erachter komt dat haar medestudente, Sophie, er de meest stuitende gedachten op na blijkt te houden met betrekking tot joden. Antisemitisme is een terugkerend motief in het boek (zie bijvoorbeeld de huisconciërge van de Kalmans).

Verder speelt het idee dat de mens zijn verleden niet alleen altijd met zich meedraagt, maar dat het hem ook maakt tot wie hij is, een belangrijke rol in het boek. Als Chaja’s moeder op een gegeven moment zegt dat een mens is wie hij is en niet wie hij is geweest, is Chaja het niet met haar eens. Zij gelooft dat haar moeder, een joodse vrouw die Auschwitz heeft overleefd, heel erg haar best doet dit te geloven. Ze vraagt zich dan ook af of er geen verband bestaat tussen de overmatige aandacht die haar moeder heeft voor onnozelheden en die afkeer voor het verleden. Ze doet haar best het verleden te bedelven onder al die kleinigheden. Chaja is echter van mening:

“Een mens was niet alleen wie hij was geweest, maar ook met wie en waar. Hij was de woorden die hij had gehoord en de stemmen waarmee ze waren gesproken, hij was de beelden die hij had gezien, de geuren die hij had geroken en alle handen die hem hadden aangeraakt.”

In het boek gaat het om die woorden, die beelden, die geuren, die stemmen. De vertelster gaat in de eerste alinea van het boek terug naar het verleden om al deze dingen te vertellen. Ze lijkt ze te vertellen om ze nooit meer te vergeten. Ze wil waarschijnlijk dat alles wat ze toen beleefde er toe zal blijven doen.

De volgende motieven komen in Twee koffers vol voor: de verdwenen koffers, eendjes, bedplassen, tegenstelling tussen wetenschap en filosofie/geloof, de buitenstaander, moderne denkers (Kepler, Descartes, Newton en Einstein), oude foto’s, dromen, de tegenstelling tussen gesloten en open denken.

Gespreksvragen
1) De schrijfster Carl Friedman schetst verschillende joden met een andere achtergrond en leefwijze. Kun je opnoemen om welke verschillende joden het gaat en wat hun achtergrond en leefwijze is?

2) Is je beeldvorming van joden veranderd na lezing van Twee koffers vol? Welk beeld had je voordien zelf van joden en hun geloof en cultuur? Denk je dat dit stereotiepe beelden zijn? Op welke manier heeft het boek bijgedragen aan (een eventuele verandering van) deze beeldvorming?

3) Chaja staat kritisch tegenover het chassidische geloof van de Kalmans maar toch probeert zij zich hierin te verdiepen. Zij laat angst voor het vreemde niet overheersen maar probeert zich er juist voor te interesseren. In hoeverre kun jij je inleven of verdiepen in het geloof of de cultuur van een ander?

Share