Wie scheep gaat van Rascha Peper

Wie scheep gaatRascha Peper
Wie scheep gaat
L.J. Veen, 2003

Liefhebbers van het werk van Rascha Peper komen met deze 480 pagina’s tellende roman ruim aan hun trekken. En nog heb je als je het boek dichtklapt het gevoel dat je meer wilt. Dat komt deels door de interessante personages met wie Peper je zo laat meeleven en die in al hun tekortkomingen zeer levensecht lijken. Voor een ander deel komt het door de spanningsboog die Peper voortreffelijk weet te spannen. Het einde dat daarop volgt is niet geheel gesloten en bepaald geen climax, wat het gevoel te willen doorlezen alleen maar versterkt.

Ook in deze roman van Peper draait alles om liefde, eenzaamheid en dood. In Wie scheep gaat volgen we vijf personages met ieder hun eigen verhaallijn, maar allen hebben ze een relatie met een vermiste vrouw, Hanna, die twee jaar geleden als opvarende van een zeiljacht voor de Marokkaanse kust naar de zeebodem is gezonken. Haar lichaam is nog steeds niet geborgen. De achterblijvers leven verder, in beslag genomen door hun eigen dagdromen, herinneringen en ambities. Het zijn twee ex-vriendjes, Robin en Gerard, een nichtje (Emma) en de vader van Hanna (LeCoultre sr.), die ieder met hun eigen leven haarscherp door Peper worden neergezet. Een vijfde personage, Van Waardenburg, lijkt geen verband te hebben met Hanna en haar verleden, maar speelt door zijn gedrag als insluiper in huizen een belangrijke rol bij het ontdekken van een brief van Hanna.

De verbindende factor in het verhaal is de missie van Robin om Hanna op te duiken. Daardoor komen de personages (opnieuw) met elkaar in contact. Die missie blijkt uiteindelijk gedoemd te mislukken waardoor de gezochte rust (en daarmee de afsluiting van het verleden) nog steeds niet gevonden wordt. De vragen over de ware toedracht rond het zinken van het zeiljacht en het verdrinken van Hanna nemen alleen maar toe. Hoe goed kan men een ander eigenlijk kennen? Rascha Peper zet haar lezers niet alleen graag op het verkeerde been maar ook aan het denken.

Discussievragen:

  • Wie is volgens jou de hoofdpersoon in dit verhaal, en waarom?
  • Wat vind jij van Rascha Pepers schrijfstijl?
  • Slaagt Peper er in om onwaarschijnlijke zaken en personages geloofwaardig te maken? Hoe komt dat?
  • De roman is opgebouwd uit vier verhaallijnen rondom de personages Gerard, Robin, de vader van Hanna en Emma, vier personages die allen begaan zijn met het lot van Hanna. Daarnaast is er nog een vijfde verhaallijn waarin we een naar later blijkt hoge ambtenaar volgen met een dubieuze afwijking, namelijk het insluipen in huizen met het doel aan zijn gerief te komen met behulp van damesslipjes. Hij had geen enkele relatie met Hanna. Om welke reden(en) heeft Peper deze verhaallijn denk je toegevoegd? Geeft deze verhaallijn voor jou een meerwaarde aan de roman of juist niet? Welke gevoelens riepen dit insluipende personage op?
  • De meningen van recensenten over het einde van de roman lopen uiteen. Max Pam bijvoorbeeld schrijft hierover in HP De Tijd: “Wie scheep gaat lijkt vooral zo dik te zijn geworden omdat de schrijver heeft geworsteld met de ontknoping. De roman wekt de indruk dat het einde maar steeds op de lange baan is geschoven”. Volgens hem is het gevolg een anticlimax. Wat vind jij van het einde (en de dikte) van de roman? En hoe interpreteer je de luchtpostenvelop met foto die door Van Waardenburg in de schort van Eva wordt gevonden?
  • In elk hoofdstuk verspringt het perspectief weer naar een ander personage. Hoe beoordeel je dit voortdurende wisselen van het vertelperspectief?
  • In enkele recensies over de roman vallen de woorden ‘braaf’, ‘keurig’, ‘onberispelijk’ en ‘gewoontjes’. Wat vind je van deze kwalificaties? Waarom sluiten ze wel of niet aan bij je eigen mening over Wie scheep gaat?
  • In de pro- en epiloog en in het intermezzo tussen de twee delen zijn cursieve fragmenten opgenomen die geschreven zijn vanuit het opvallende perspectief van een plastic badeendje. Door de meeste recensenten wordt aandacht besteed aan deze passages. De interpretatie die er aan gegeven wordt, is dat de mens als een badeendje is, ronddobberend op de stromingen van het leven, onwetend over zijn lot. Sommige recensenten vinden dit niet de meest overtuigende passages (Janet Luis in NRC Handelsblad) of zelfs ronduit geforceerd literair en onnodig (Aleid Truijens in de Volkskrant). Wat is jouw oordeel over deze fragmenten?
  • Recensent Max Pam (HP De Tijd) vindt Gerard het aandoenlijkste personage in het boek? Hoe denk jij daarover?
  • Max Pam voegt daaraan toe dat Gerard een hoofdpersoon op zichzelf is. Ook recensent Thomas van den Bergh (Elsevier) vindt dat de wederwaardigheden van Gerard met de Poolse familie Babiradsky, die maar niet uit Gerards appartement wil vertrekken eigenlijk een aparte novelle verdient. Hoe kijk jij aan tegen de uitweidingen rondom deze nevenintrige? Horen ze in het boek thuis? Houden ze het verhaal nodeloos op, zoals Thomas van den Bergh stelt?

banner-Schrijversdossier-terug-naar-Rascha-Peper

Share