Zonder genade van Renate Dorrestein

Zonder genadeRenate Dorrestein
Zonder genade
Contact, 2001

KORTE INHOUD

banner-Schrijversdossier-terug-naar-Renate-Dorrestein

Franka en Phinus vormen al veertien jaar een hecht paar, wanneer ze hun enige kind, hun zoon Jem, verliezen. Jem wordt op een avond in een discotheek doodgeschoten door een gefrustreerde hockeyspeler, die toevallig een pistool bij zich had. Een typisch geval van zinloos geweld. Franka en Phinus gaan elk op hun eigen manier om met dit verlies. In hun verdriet raken ze van elkaar vervreemd. Om de weg terug naar elkaar te vinden, gaan ze samen een weekendje naar Groningen. Maar daar lopen de gebeurtenissen nog verder uit de hand, waardoor de weg terug voorgoed afgesloten lijkt te raken.

PERSONAGES

Phinus is de hoofdpersoon in het verhaal. Hij is een wees die is opgevoed door twee ‘tantes’. Zelf heeft hij geen kinderen, maar zijn vrouw Franka heeft een zoon, Jem, mee het huwelijk in gebracht. Na de tragische dood van Jem wordt Phinus slachtoffer van zijn schuldgevoel over Jems dood. Hij heeft Jem tenslotte aangemoedigd en zelfs geld gegeven om naar de disco te gaan, waar het tragische noodlot toe heeft geslagen. Phinus raakt enigszins paranoïde, hij denkt dat iedereen er op uit is om hem door de mand te laten vallen, zijn schuld aan te tonen of te pakken. Om zijn schuldgevoel over Jems dood te verdringen, geeft hij zichzelf geen tijd om te rouwen. Hij vult zijn dagen met de jacht op de dader. Hij raakt uiteindelijk geheel ontspoord, doordat hij om aan zijn verdriet te ontkomen, rare bokkensprongen maakt. Pas als hij de bodem van de put heeft bereikt, komt zijn verdriet vrij.

Franka, de vrouw van Phinus, gaat heel anders om met het verlies van Jem. Zij wil de wereld laten stilstaan, ze wil de tijd nemen voor het rouwproces. Ze probeert er niet voor te vluchten, zoals Phinus, maar zoekt bewust de herinneringen aan Jem op, door bijvoorbeeld foto’s te bekijken. Ze sluit zich ook af voor Phinus’ gedrag, ze heeft genoeg aan zichzelf en kan geen begrip op brengen voor zijn vluchtgedrag. Ze heeft doorlopend slapeloze nachten.

Het volgende citaat illustreert de relatie van Phinus en Franka:

“Ze begonnen met het slopen van de voorwereldlijke badkamer. Ze lieten een nieuwe boiler ophangen, ze haalden stucadoors, loodgieters, tegelzetters, granito-deskundigen en elektriciens over de vloer. Ze werkten zich van etage naar etage. Ze kibbelden en ze hadden de slappe lach. Ze waren een goed team. Niet elk huwelijk is bestand tegen een verbouwing, tegen de eindeloze hoeveelheid beslissingen, de rompslomp, de ongemakken en de aanhoudende terreur van radio’s op stand 12. Phinus was chef schuimbekken, Franka was chef schouders ophalen. Aldus gingen zij het karwei te lijf, hand in hand, schouder aan schouder”. (p. 23)

Na de dood van Jem staan niet alleen de geheimen tussen Franka en Phinus in, maar wordt ook nog eens goed duidelijk hoezeer zij van elkaar verschillen. Samen met Jem vormden zij een bijzonder en gelukkig gezin, maar na zijn dood worden hun eigenschappen uitvergroot. Phinus is heel netjes, terwijl Franka erg slordig is, hij zoekt vergelding en zij juist berusting en hij is agressief en zij gelaten. Naarmate het huwelijk meer afbrokkelt, wordt Phinus een steeds agressievere man en Franka een ingekeerde vrouw.

Sanne is het vriendinnetje van Jem waar hij mee aan het dansen was in de discotheek toen de jongen met het pistool opdook. Sanne voelt zich ook schuldig want vlak voordat Jem door het hoofd geschoten werd, maakte zij tijdens het dansen een draai waardoor Jem tegenover de jongen kwam te staan in plaats van zij. Ze zoekt Franka op om samen stil te staan bij Jems dood. Ze laat zich door Phinus verleiden op de grafsteen van Jem, waarna ze zwanger blijkt te zijn. Zij helpt Phinus onbewust naar de bodem van de put. Sanne vormt ook een van de geheimen die Phinus heeft voor Franka, net als zijn vermeende schuld aan Jems dood.

Jem is een zachtaardige jongen, die al op jonge leeftijd milieubewust is en vegetariër wordt. Ook houdt hij van traditionele spelletjes, wat hem op school een beetje een buitenbeentje maakt. Juist hij, die zelf geen vlieg kwaad doet, wordt het slachtoffer van zinloos geweld.

THEMATIEK

Het thema van deze roman is de verwerking van een onbegrijpelijke dood. Zoals hierboven al is omschreven gaan de verschillende personages hier elk op hun eigen manier mee om, maar bij allen speelt een zekere mate van schuldgevoel een rol. We krijgen met name inzicht in Phinus’ schuldgevoelens, die erg hevig zijn. Op pagina 120 bedenkt hij: “(…) in het hele heelal heeft geen atoom overwogen hem een klein, bemoedigend zetje te geven, hem te helpen een weg te vinden naar verlossing van zijn schuld”. Hij voelt zich ook schuldig over zijn ontrouw, maar dat wordt volledig overschaduwd door zijn schuldgevoel over Jems dood, getuige zijn gedachte op pagina 64: “Het volle gewicht van wat hij op zijn geweten heeft, snijdt hem de adem af. Wat doet, vergeleken met zijn werkelijke schuld, dat ene moment van ontrouw er nog toe?”. Uiteindelijk komt hij tot het inzicht hoe zinloos zijn schuldgevoelens zijn, als hij al volledig door het lint is gegaan, en pas dan kan zijn rouwproces echt beginnen.
De rol van het toeval speelt in dit alles ook een belangrijke rol, omdat Jems dood een volstrekt willekeurige is. Het is een bizar geval van op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn. Dat maakt het voor de nabestaanden nog eens extra moeilijk te vewerken.

MOTIEVEN EN SYMBOLIEK

Het spel: Phinus is spelletjesfabrikant …; spelregels (interview + p.70); woordspelletjes (omkering van dood, p.254), dader heeft spelletje verloren p.156; gesprekken met Mark en Katja p.46ev + p.59
dit motief wordt ondersteund door de structuur en de hoofdstukken van de delen. (zie ‘Structuur’).
Voedsel: p. 179 geen behoefte meer aan koken; essentie van het bestaan + vegetarisme : p.164.
Eenzaamheid: verbondenheid p.206 + interview, p.76, p42
Kinderloosheid:
Horloge: symbool van huwelijkstrouw, p. 123
Communicatie: praten, hij niet, zij wel, p. 70, p.61; tantes p.219.; stem van verdriet p. 153. Zwijgen p.34
Pasen en Goede Vrijdag: verwijzing p.73
Man-vrouwrollen: diadeem, p.56, stoere sport p.109ev

PERSPECTIEF

Het verhaal is voornamelijk geschreven vanuit het perspectief van Phinus. Heel af en toe laat een alwetende verteller van zich horen. En het perspectief ligt bij Franka in het eerste hoofdstuk van deel II (‘Wat Franka concludeert’).
Doordat het perspectief voor het grootste deel bij Phinus ligt, krijgt de lezer voornamelijk zijn kijk op de gebeurtenissen voorgeschoteld. De blik van Phinus is niet altijd even helder en sterk vertroebeld door zijn schuldgevoel. Hij neemt de werkelijkheid niet meer waar zoals die is. Hij kan bovendien niet meer objectief naar de gebeurtenissen kijken, bijvoorbeeld wanneer de vriendin van Jem zwanger blijkt te zijn. Hij voelt een blijdschap die totaal absurd is, maar vanuit zijn achtergrond enigszins begrijpelijk. Hij voelt zich namelijk als een ‘losse, overbodige schakel in de tijd’ hangen, omdat hij wees is en zelf geen nageslacht heeft voortgebracht. Door de zwangerschap acht hij zich op dat moment niet meer alleen in het universum.
Waarom het boek niet alleen vanuit Phinus’ perspectief is geschreven, maar ook één keer vanuit dat van Franka, verklaart Renate Dorrestein in een interview met Fleur Speet als volgt: “Halverwege moest de lezer even een corrigerend signaal krijgen, dus heb ik een hoofdstuk vanuit het perspectief van Franka geschreven. Ook omdat ik vond dat anders haar kant van de zaak onvoldoende aan het licht zou komen”.

STRUCTUUR

Zonder genade is opgebouwd uit drie delen, met in totaal tien hoofdstukken. De titels van de delen verwijzen naar spelletjes (‘In De Put’, ‘Memory’ en ‘Ga Terug Naar Af’). Phinus is een spelletjesfabrikant en de homo ludens, de spelende mens, speelt een rol in het boek. De titels verwijzen niet alleen naar dit motief van het spel, maar omschrijven ook de inhoud van het desbetreffende deel.
In deel I (‘In De Put’), dat het grootste deel van het boek (vijf hoofdstukken) beslaat, gaan Franka en Phinus naar Aduard om er een weekendje tussenuit te zijn. De gebeurtenissen rondom Jems dood worden onthuld en er komen veel flashbacks in voor met herinneringen aan de jeugd van Phinus en aan de tijd dat Jem opgroeide. Intussen beleven Franka en Phinus een onwaarschijnlijk avontuur in Aduard waar ze door twee opgeschoten meiden worden geterroriseerd, althans in Phinus’ beleving. De titel `In De Put’ kan zowel op de situatie in Aduard slaan als op de periode na Jems dood. Het eerste is in feite een uitloper van het laatste.
In deel II (‘Memory’), dat slechts twee hoofdstukken omvat, worden herinneringen beschreven die direct gerelateerd zijn aan Jems dood en de tijd er na. In het eerste hoofdstuk zijn het de herinneringen van Franka, in het tweede hoofdstuk die van Phinus.
In deel III (‘Ga Terug Naar Af’), bestaande uit drie hoofdstukken, weten Franka en Phinus zich uit de benarde situatie in Aduard te bevrijden. Het geheim van de vermeende schuld van Phinus komt uit en het geheim omtrent Sanne wordt geïntroduceerd (overigens zonder dat Franka er iets van weet). De relatie van Franka en Phinus beleeft z’n dieptepunt, Phinus verliest elk zicht op de werkelijkheid en tot overmaat van ramp wordt hij opgepakt omdat hij twee jongens bijna doodslaat. In de politiecel komt hij tot inkeer, is hij terug bij af en, zoals de laatste zin van het boek luidt, ‘Het kan eindelijk beginnen’.
Het boek heeft een open einde.
Alle titels van de afzonderlijke hoofdstukken beginnen met ‘Wat’ en hebben meestal een van de personages als onderwerp, zoals ‘Wat Jem altijd zei’ of ‘Wat Phinus achterlaat’.

TIJD

In het verhaal vindt een voortdurende afwisseling van vertelheden en vertelverleden plaats. Het vertelheden is het gemakkelijkst te volgen. Het is het verhaal van het reisje naar Aduard, de gebeurtenissen daar, de thuiskomst tot aan het moment waarop Phinus wordt opgepakt. Dit vertelheden, neemt maar zo´n twee dagen in beslag, en vindt in chronologische volgorde plaats, maar wordt voortdurend onderbroken door flashbacks. Deze flashbacks, die het vertelverleden vormen, worden niet in chronologische volgorde verteld. Het vertelverleden kent grofweg vier periodes, de vroege jeugd van Jem, de periode vlak voor zijn dood, de periode na zijn dood en de jeugd van Phinus. Het verhaal wordt telkens onderbroken door een terugblik naar een van deze periodes. Sterker nog, het verhaal begint met een flashback naar de vroege jeugd van Jem als Phinus en hij op zondagochtend de colatest doen.
Deze stroom van flashbacks zorgt er voor dat het verhaal spannend blijft doordat je stukje bij beetje meer informatie krijgt. Hoe verder het verhaal vordert hoe vollediger het beeld wordt. Met name het karakter en gedrag van Phinus worden, via deze gedoseerde manier van informatie geven, hoe langer hoe begrijpelijker.

RUIMTE

Dorresteins beschrijvingen van de ruimte bevatten sfeerbepalende elementen, die zo nu en dan een vooruitwijzend karakter hebben. Bijvoorbeeld op pagina 27 roept ze met de beschrijving van de ruimte al een onheilspellende sfeer op: “Het landschap ligt er nors en ongastvrij bij, doorsneden door kaarsrechte kanalen. Akkers met strak geëgde voren tot zover het oog reikt, niets dan haakse hoeken, en op de dijken houden de populieren streng afstand van elkaar. Kraaien zitten furieus in de klei te pikken. Hun felle ogen volgen hem terwijl hij barse kerkdorpen passeert (…)”. De norsheid en ongastvrijheid komen later terug tijdens de confrontatie met de twee meisjes Astrid en Melanie.
Tegen het einde van het verhaal is een ander voorbeeld te vinden van de manier waarop Dorrestein de ruimtebeschrijvingen gebruikt om iets anders te versterken. Phinus’ gemoedstoestand bereikt een gespannen hoogtepunt als hij door de stad dwaalt, op zoek naar Sanne, en Dorrestein beschrijft de ruimte dan als volgt: “Heel de stad pulseert als een bloedvat dat op knappen staat. Lichtreclames knipperen. Trams en taxi’s persen zich door de straten. Uit cafés waaieren vlagen muziek. Toeristen blokkeren de stoepen. Bioscopen stromen na de eerste voorstelling leeg, en bij iedere stap bots je tegen iemand aan. De stad is opeens als het speelbord van een gecompliceerd spel, waarin elk vakje een nieuw obstakel wacht waarvoor je een dubbele zes moet gooien”, p. 231.
Een symbolische betekenis krijgt de ruimte als op begraafplaats Zorgvlied – de plek des doods – een nieuw leven verwekt wordt. Phinus en Sanne vergrijpen zich op het graf van Jem aan elkaar, waarna Sanne zwanger wordt.

SCHRIJFSTIJL

Het verhaal is met veel vaart geschreven. Lange en korte zinnen wisselen elkaar af en de dialoogvorm wordt frequent toegepast. De taal is niet alleen functioneel, maar ook poëtisch, zoals in het volgende citaat, als de vriendinnen van Franka worden omschreven die haar bijstaan na Jems dood: “Franka’s vriendinnen maakten hun opwachting, met hun ovenschotels. Met strakke gezichten waadden ook zij door de stroperige zee van zinloze tijd, terwijl ze zorg droegen voor de ontelbare futiele handelingen die het leven nu eenmaal vereist” (p. 140).

DISCUSSIEVRAGEN

  • Een van de vele tegenstellingen tussen Franka en Phinus is dat Franka niet van spelletjes houdt, terwijl Phinus spelletjesfabrikant is en spelletjes zijn passie zijn. Wat zegt het over Franka dat zij niet van spelletjes houdt (alleen van puzzels)?
  • Wanneer begin je te twijfelen aan Phinus’ beeld van de werkelijkheid en waarom daar?
  • Het einde van het boek is open. Kan het ooit nog goed komen tussen Phinus en Franka en hoe dan?
  • Toeval speelt een belangrijke rol in het boek. Geef een paar voorbeelden waar dit het geval is.
  • Het onderwerp van het boek, het verlies van een kind door zinloos geweld, is een emotioneel onderwerp. Heeft het boek je weten te raken? Waarom wel of niet?
  • Denk je dat de meisjes in Aduard, Astrid en Melanie, kwaad in de zin hadden met Phinus en Franka? Waaruit maak je dat op?
  • Hoe beoordeel je de spanning in het boek?

VERDER LEZEN
Geheel nummer over Renate Dorrestein: Bzzlletin 166-167, mei/juni 1989.
Interview door Arjan Visser in de reeks De tien geboden. Gebundeld in een rainbowpocket (567), Muntinga, 2001, p. 169-179.

banner-Schrijversdossier-terug-naar-Renate-DorresteinGERAADPLEEGDE LITERATUUR
‘Grote genade’, interview met Renate Dorrestein door Fleur Speet. In: Leesinformatie over Renate Dorrestein van uitgeverij Contact.

Share