Sluitertijd van Erwin Mortier

SluitertijdErwin Mortier
Sluitertijd

1. In een interview met Trouw (23-10-1999) zegt Mortier dat hij is gaan schrijven omdat hij zijn kindertijd, die hij als paradijselijk had ervaren, op een of andere manier wilde vastleggen. Vind je dat de kindertijd van Joris in Sluitertijd als zodanig is uitgebeeld? Hoe zou je de kindertijd van Joris met een ander woord kunnen omschrijven?
2. Hoe zou je Joris in je eigen woorden omschrijven? Wat is bijvoorbeeld zijn opvallendste eigenschap voor jou?
3. Hoe heb je de Vlaamse dialogen en woordkeuze ervaren? En de Franse teksten (met vertaling achterin)?
4. Mortiers stijl is zeer beeldend. Diverse recensenten zijn hier lyrisch over, zoals Mirjam Hengel (‘kan van woorden foto’s maken, en van taal een leven’) en Elsbeth Etty (‘Het lukt Mortier eenvoudigweg niet om iets niet mooi of zelfs maar gewoon uit te drukken’). Anderen zijn minder enthousiast over Mortiers beeldspraak, zoals Robert Anker (‘beeldmoeheid’) en Max Pam (‘Er gebeurt bijna niks’ en ‘ingebed in gemijmer’). Wat vind jij van Mortiers beeldspraak?
5. Wat is voor jou in dit boek belangrijker; wat er verteld wordt of hoe het verteld wordt? Waarom?
6. Komen er grappige fragmenten voor? Welke scène is je het meest bijgebleven?
7. Hoe beoordeel je de spanningsboog in het verhaal? Welke invloed heeft het (beperkte) perspectief op de spanningsboog?
8. Waarvoor zou het ruimen van het kerkhof symbool kunnen staan?
9. In een interview met de Volkskrant (16-04-1999) zegt Mortier ‘Het grote verwijt dat je de rooms-katholieke kerk kunt maken, is dat zij de dood van God bespoedigd heeft, omdat zij zich steeds meer heeft vernauwd tot een religie waarin leerstelligheid en dogma op de voorgrond zijn komen te staan – een bijna louter rationele transactie, ten koste van de mystieke traditie, die andere kanalen is gaan zoeken’. Hoe is deze mening van Mortier in Sluitertijd terug te vinden? Ben je het met Mortier eens?
10. In datzelfde interview zegt hij dat we door het vooruitgangsdenken ‘de geschiedenis [zijn] gaan moraliseren: vroeger was alles veel slechter’. Wat is jouw mening hierover?
11. In Mortiers hoorspel Sterrennacht draait het als in een echte Mortier vooral om onverwerkt verdriet. In welke mate is er in Sluitertijd ook sprake van onverwerkt verdriet?
12. De essentie van Mortiers werk kan verwoord worden als: op den duur gaat alles verloren en de enige manier iets van het verleden te bewaren is dit vast te leggen in woord of beeld. Op welke wijze wordt dit uitgewerkt in Sluitertijd?
13. Kun je dit boek vergelijken met een ander boek dat je ooit gelezen hebt? Zo ja, in welk opzicht zijn ze vergelijkbaar?

Share